Het kabinet kan opgelucht ademhalen na de nieuwe economische raming van het CPB. Extra koopkrachtmaatregelen lijken niet per se nodig, omdat Nederlanders ondanks de hoge brandstofprijzen het geld nog steeds laten rollen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Een slechte weersvoorspelling van het Centraal Planbureau (CPB) had de aanstaande onderhandelingen over de nieuwe rijksbegroting waarschijnlijk flink onder druk gezet. Als het CPB vrijdag uit de hoek was gekomen met een forse daling van de koopkracht in 2027, zou het kabinet er een probleem bij hebben gekregen.
De Tweede Kamer is allergisch voor grote koopkrachtdalingen. Kabinetten staan dan onder grote druk om die minnen voor Prinsjesdag nog weg te poetsen. Dit keer zal de druk om in te grijpen minder zijn, want de koopkracht daalt volgend jaar maar licht (in doorsnee met 0,3 procent). Voor 2026 rekent het CPB nog op een koopkrachtplusje van 0,6 procent.
Beide cijfers zijn wel lager dan in de vorige CPB-raming. Begin dit jaar dacht het planbureau dat het bestedingsvermogen van huishoudens dit jaar met 1,4 procent zou toenemen.
Toch vallen de nieuwe cijfers mee, want de energieprijzen liggen door de scheepvaartbeperkingen in de Straat van Hormuz aanzienlijk hoger dan het CPB in februari had voorzien. Daardoor komt ook de inflatie in 2026 en 2027 een stuk hoger uit dan in de eerdere raming. Normaal gesproken pakt dat slecht uit voor de koopkracht, maar het kabinet wordt ‘gered’ doordat ook de cao-lonen harder stijgen dan geraamd.
De loongroei houdt de inflatie tot nu toe goed bij, constateert het CPB. Dat de koopkracht volgend jaar licht daalt, komt hoofdzakelijk door de verhoging van de inkomstenbelasting. Burgers moeten vanaf volgend jaar onder andere een ‘vrijheidsbijdrage’ van 1,5 miljard euro aan de schatkist betalen om de stijging van de defensie-uitgaven te bekostigen.
Dat de meeste Nederlanders tot nu toe niet gebukt gaan onder de hoge energieprijzen, blijkt uit hun uitgavenpatroon. De consumptie stijgt, ondanks de hogere inflatie. Nederlanders hebben tijdens de coronapandemie flink gespaard en beschikken daardoor over financiële buffers die ze nu deels aanspreken, aldus het CPB. Dat de gemiddelde Nederlander nog niet hoeft te beknibbelen op zijn uitgaven, vermindert de noodzaak voor het kabinet om de koopkracht te ondersteunen.
CPB-directeur Pieter Hasekamp geeft het kabinet dan ook een negatief beleidsadvies. ‘De meeste huishoudens kunnen de hogere energiekosten op dit moment opvangen’, zegt hij in het CPB-persbericht. ‘Ook als de prijzen verder zouden stijgen, is generieke koopkrachtsteun niet het verstandigste beleidsinstrument.’
Zelfs de lage inkomens hoeven niet ontzien te worden, want die springen er dit keer in de koopkrachtplaatjes relatief goed uit. Het aantal mensen onder de armoedegrens daalt bovendien, ziet het CPB.
Het CPB prijst de veerkracht van de Nederlandse economie. Economische doemscenario’s over de gevolgen van internationale onrust worden de laatste jaren steeds gelogenstraft. De rekenaars hebben het verwachte groeipercentage voor 2027 (een weliswaar magere 1,2 procent) zelfs ietsje naar boven bijgesteld. Niet alleen de consumentenuitgaven blijven op peil, ook de export blijft sterk. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) wordt verder aangejaagd door de hogere overheidsbestedingen aan onder andere defensie.
De staatsschuld (46,5 procent van het bbp) en het begrotingstekort (2,1 procent) lopen iets harder op dan het CPB begin dit jaar voorspelde. Maar beide cijfers blijven in 2027 ruim binnen de door de EU gestelde marges.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant