Home

De stemming van het Schnitgerorgel in Zwolle splijt de stad: ‘Je kunt je ideeën hebben, maar soms vertelt een orgel je een ander verhaal’

Heibel in Zwolle: de stad is verscheurd over een slepende kwestie, namelijk hoe het beroemde, net gerestaureerde Schnitgerorgel van de Grote Kerk moet worden gestemd. De Volkskrant spreekt de belanghebbenden in de richtingenstrijd die draait om de vraag: voor wie is het orgel?

Merlijn Kerkhof is redacteur klassieke muziek en schrijft regelmatig over orgel. Pieter Hotse Smit is regioverslaggever Oost-Nederland.

Vanuit het hart van het grootste barokorgel ter wereld duikt plots als een mol uit zijn gangenstelsel een man op met een rond brilletje en wild haar. ‘Kom eens kijken’, klinkt het Duitse accent van restauratieleider Marcus Stahl (57) in de deuropening van het smalle trappenhuis naar het orgel. ‘Ik heb net een leuk werkje gedaan.’

De man op sandalen en in korte broek, opgehouden door rode bretels over een roze T-shirt, werkt aan het befaamde Schnitgerorgel in Zwolle, dat vanwege een grote restauratie al bijna acht jaar buiten gebruik is. Te midden van zijn Makita-boormachine, een bouwschets en wat losse stukken lood en tin wijst Stahl achter de orgelpijpen op nieuwe, verlijmde stukken blank eikenhout.

‘Bij de renovatie is de windlade opgeschoven en heb ik de registertrekkers verlengd’, zegt hij. ‘Zie je daar dat donkerdere eiken met die oude houtverbindingen? Dat laat ik bewust zitten, zodat men later nog kan zien hoe het bij de vorige renovatie in de jaren vijftig is gedaan.’

Het einde van het werk van Stahl en zijn collega’s van Flentrop Orgelbouw, dat na de laatste bespeling in december 2018 begon met de ontmanteling en leidde tot een renovatie die 2,1 miljoen euro zou kosten, is in Zwolle dan eindelijk in zicht.

Toch zal de ingebruikname van het instrument volgend jaar niet voor iedereen zo feestelijk voelen. Want om het orgel wordt al jaren gestreden. De kwestie die orgelliefhebbers in heel Nederland bezighoudt en splijt? Hoe dit instrument straks moet worden gestemd.

In de woorden van concertorganist Minne Veldman: ‘Het wordt gewoon een totaal ander instrument dan het was. Dit grijpt mij, en velen die dit orgel door en door kennen, enorm aan.’

Wat is er aan de hand?

Pronkstuk van de stad

Laat je in orgelkringen ‘Zwolle’ vallen, dan denkt vrijwel iedereen aan het werk van de orgelbouwfamilie Schnitger uit 1721. Arp Schnitger, de beroemdste orgelbouwer van zijn tijd, werd aangetrokken om de Grote of Sint-Michaëlskerk van een nieuw pronkstuk te voorzien. Hij zou de oplevering niet meemaken: hij overleed in 1719. Zijn zoons Franz Caspar en Johann Georg maakten het werk af.

Na de restauratie in 1956 maakte het orgel opnieuw naam. Waar veel Nederlandse barokorgels in slechte staat verkeerden, en sowieso bijna altijd aan de 19de- en vroege 20ste-eeuwse smaak waren aangepast, meende men nu weer de ware barokke klank te kunnen horen.

Maar in de loop der jaren veranderden de restauratie-inzichten en -methoden. De ene na de andere spectaculaire orgelrestauratie volgde, met de heringebruikname van het orgel van de Groningse Martinikerk in 1984 als een van de hoogtepunten. Veel kenners begonnen het Zwolse orgel te zien als een schone slaapster, ingehaald door de tijd, die nodig wakker moest worden gekust.

Dat betekent niet dat het Schnitgerorgel geen fans had. Met name Charles de Wolff nam er vele platen op. Er klonk veel Bach en ook moderne muziek.

Geen Bach meer?

En daar zit de pijn. In 2016 werd het restauratieplan goedgekeurd waarin stond dat het orgel zoveel mogelijk het karakter moest benaderen uit de tijd van de oplevering. Daar hoort dus ook een oude stemming bij – en dat betekent dat een groot deel van de muziek uit de 19de en 20ste eeuwen er eigenlijk niet meer goed op zou klinken. Maar de complexere stukken van Bach (1685-1750) zouden daarmee ook afvallen.

Heel simpel uitgelegd: in de moderne gelijkzwevende stemming (die het Zwolse orgel tot voor kort had), zijn alle halvetoonsafstanden gelijk. Daardoor klinken alle toonsoorten even goed. Of slecht, want eigenlijk is elk akkoord dan een klein beetje vals. Het menselijk brein accepteert en corrigeert dat.

Tot in de vroege 19de eeuw echter stonden de meeste orgels in Nederland in een middentoonstemming – prima als je alleen psalmen moet begeleiden. In middentoonstemmingen zijn sommige samenklanken (de tertsen, die een akkoord majeur of mineur maken) volledig zuiver en klinken andere juist valser. De aantrekkingskracht zit zowel in de sensatie van die echt zuivere samenklanken als in het contrast.

Experiment

In de 18de eeuw moet er steeds meer zijn geëxperimenteerd met stemmingen, zeker in het noorden van Duitsland. De late orgelmuziek van een componist als Dieterich Buxtehude (1637-1707) bijvoorbeeld, klinkt nu eenmaal niet goed bij een strenge middentoonstemming. Theoretici lieten er allerlei berekeningen op los om tot eigen stemmingssystemen te komen.

In Holland bleef men conservatiever. Maar de Schnitgers vielen juist onder de Hamburgse invloedssfeer. Uit het keuringsrapport bij de bouw blijkt dat de uit het westen afkomstige keurmeesters zuinig reageerden op de destijds nieuwerwetse, Zwolse stemming.

Hoe die precies is geweest, kan niemand met zekerheid zeggen, maar een gelijkzwevende stemming was sowieso nog ver weg. De muziek van Bach zal Zwolle nog niet hebben bereikt: het relatief kleine deel van zijn klavierwerken dat al tijdens zijn leven in druk verscheen, kwam pas na 1721 uit.

Lijnrecht tegenover elkaar

Maar moet je geen rekening houden met hoe het orgel na 1721 gebruikt is? En zo ja, hoever mag je daarin gaan? Daarin staat de eigenaar – Stichting Academiehuis Grote Kerk Zwolle – lijnrecht tegenover de Stichting Schnitgerorgel Zwolle, die er is voor de instandhouding van het orgel, met name door het verwerven van fondsen.

Die laatste stichting – die verder als argument aanhaalt dat alle instrumenten van Schnitger naar de wensen van hun tijd zijn omgestemd – pleit voor een stemming die het mogelijk maakt om alle muziek tot 1850 moeiteloos te kunnen spelen. Ook de titulair organist van de kerk, Toon Hagen, behoort tot die groep. Hun angst is dat het orgel een ‘prestigeobject’ wordt, losgezongen van de gemeenschap.

Als een eigenaar van een orgel wil dat een orgel wordt gerestaureerd, wordt er een adviseur gezocht om onderzoek te doen en een voorstel te schrijven. Cees van der Poel werd de adviseur voor ‘Zwolle’. Die stelde aan het begin van het traject met het Academiehuis een groep samen met kenners om luisterproeven te doen om tot een besluit over de stemming te komen.

Twist in de luistergroep

Voor de luistergroep werden bestuursleden van de Stichting Schnitgerorgel Zwolle benaderd, ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de orgelmakerij (Flentrop) zaten erin. Daarnaast werden onafhankelijke kenners gevraagd (Van der Poel: ‘zonen van Zwolle’) – onder wie de wereldwijd beroemdste musicus die de stad voortbracht: organist en dirigent Ton Koopman.

Hij is heel trots op het orgel, zegt Koopman, en blij met hoe het gaat worden. Maar over de opstelling van Stichting Schnitgerorgel Zwolle blijft hij zich verbazen.

‘We zijn als groep drie of vier keer voor zittingen bij elkaar gekomen en hebben luisterproeven gedaan. Telkens als wij (de leden die niet tot de Stichting behoorden, red.) dachten: nu zijn de tegenstanders wel overtuigd, waren ze toch niet tevreden.’

Koopman overwoog zelfs een open brief te publiceren. ‘Zwolle is een stad met een belangrijke geschiedenis. We moeten ons niet opstellen alsof we een provinciedorpje zijn. Alleen met een passende stemming staat dit orgel weer internationaal op de kaart. Als organisten zo graag moderne muziek willen spelen, kunnen ze dat doen in de Onze Lieve Vrouwekerk. Ik ben blij dat de eigenaar de moed heeft gehad om aan de stemming vast te houden.’

Norden

De strijd ging uiteindelijk tussen twee stemmingssystemen, Bach-Kellner en een stemming gebaseerd op die van het Schnitgerorgel uit het Oost-Friese stadje Norden. Daar werd uiteindelijk voor gekozen. Op 22 maart 2025 zou het grote publiek voor het eerst kunnen horen hoe dat zou uitpakken. De restauratie van het rugwerk (het kleinere deel dat voor de rest van het orgel hangt en waar de bespeler met zijn rug naartoe zit) was namelijk al voltooid en zou worden gepresenteerd.

Toen zwol het gemor nog verder aan. Er volgden artikelen in De Stentor, het Reformatorisch Dagblad en lokale media, vaak met meer oog voor de klagende partij. In de commentsecties op orgelwebsites, en vooral op Facebook, bekvechten voor- en tegenstanders sindsdien over wat er met het orgel moet gebeuren.

De teneur van veel berichten van de tegenstanders: mensen die van oude muziek houden, zien dit misschien als een aanwinst voor het Nederlandse orgelbestand. Maar zitten de Zwollenaren er zélf op te wachten? En is dat niet belangrijker?

De ChristenUnie mengt zich

Inmiddels mengt ook de politiek zich in de kwestie. De Zwolse ChristenUnie stelde vragen aan het college en een wethouder bood zichzelf aan als mediator om de strijdende partijen nader tot elkaar te brengen. De Provincie Overijssel, een van de grote subsidieverstrekkers voor de restauratie, kreeg van een verbolgen liefhebber per brief een hartenkreet: ‘Een erfgoedkeuze die het gebruik beperkt, verdient publiek debat.’

Diezelfde schrijver begon zijn betoog met de vraag die de kern raakt van de twist: niet van wie, maar: ‘Voor wie is het Schnitgerorgel?’

Waar de Stichting Schnitgerorgel Zwolle in het voortraject al instemde met een stemming waarop alle muziek tot en met 1850 goed speelbaar was, zouden vele tegenstanders het orgel nog liever gelijkzwevend horen. Zo ook organist Minne Veldman, die op zondagen diensten speelt in de Rehobothkerk te Urk en deze zomer in volle kerken concerteert. Dat de tegenstanders vooral uit de hoek zouden komen van bevindelijke kerkgenootschappen, betwist hij.

‘De voorgenomen stemming sluit gewoon heel veel uit’, zegt Veldman, die in Zwolle studeerde. ‘Stukken met complexe harmonieën kunnen niet meer. Het is een uniek instrument, er bestaat geen tweede van. Dat verdient een brede praktijk, ook omdat er veel gemeenschapsgeld in zit. Zolang het nog niet is opgeleverd, houd ik hoop.’

Royale nagalm

Aanzienlijk enthousiaster is Sietze de Vries. De Groningse organist, die bekendheid verwierf met improvisaties in historische stijlen, werd ook uitgenodigd om het rugwerk te testen en zijn indrukken te delen.

‘Ik ken het orgel van Norden heel goed, dus ik was benieuwd hoe die stemming in Zwolle zou werken’, zegt De Vries. ‘Ik was aangenaam verrast, ik had niet het gevoel dat de stemming dezelfde was. In Norden komt alles veel harder binnen. Die kerk heeft een houten gewelf, terwijl Zwolle een royale nagalm heeft: dan krijg je een mild sausje waardoor het niet zo fel en oud klinkt als je zou verwachten. De intonatie door Flentrop is veel milder; het is alsof iedere pijp even in zijn klank moet komen.’

Het viel hem ‘honderd procent mee’ hoeveel je in Zwolle kunt uitvoeren. En bovendien: ‘Vroeger waren organisten in staat om te improviseren en te transponeren (veranderen van toonsoort, red.) als iets beter uitkwam qua stemming. Ook daarom is het goed om een orgel in zo’n stemming te hebben: het leert ons om niet vanuit de dogma’s de nootjes te spelen. Je kunt je ideeën hebben, maar soms vertelt een orgel je een ander verhaal; als dat niet verdraagt wat je in je hoofd hebt, moet je je aanpassen. Die flexibiliteit hoort onderdeel te zijn van het muziek maken.’

Toch nog iets aangepast

In april dit jaar nam de eigenaar van het orgel, het Academiehuis, naar eigen zeggen het ‘definitieve besluit’. Het wordt toch niet de zogenoemde Norden-, maar de iets daarop aangepaste ‘Michaëlsstemming’, die nog wat milder is – een handreiking aan de klagers.

Adviseur Cees van der Poel, die de restauratie overzag, heeft gemengde gevoelens. ‘Als je kijkt naar het uitgangspunt van de restauratie, namelijk zo dicht mogelijk bij 1721 komen, dan zijn we veel verder gekomen dan we hadden kunnen dromen’, zegt hij. ‘Maar ik vond de reacties heftiger dan verwacht. Ik maak wel vaker mee dat mensen elkaar in de haren vliegen bij een restauratie, het laat zien hoe belangrijk een orgel voor mensen is. Het punt is: er staan twee stichtingen tegenover elkaar, alleen is de ene eigenaar van het orgel en de andere niet.’

Oude toetsen terug

Voor de buitenwereld gaat het allemaal om de stemming, maar voor Van der Poel was dit maar een klein onderdeel van zijn werk. Wat is er zoal gebeurd? De stemtoon is verlaagd van 493 naar 465 hertz. Pijpen zijn verlengd. Er moesten twee windladen worden gereconstrueerd. De frontpijpen moesten worden aangepakt, die zijn bijna geheel van tin en hadden een bijna versteende vorm: de spraakstukken moesten vernieuwd.

Historisch materiaal dat bij de vorige restauratie terzijde was geschoven, kon nu worden teruggeplaatst, zoals zelfs de oude klavieren. Er moesten wel buigtests worden gedaan, ‘want je moet geen trampoline onder je vingers voelen’.

‘Dan bleken die oude eiken toetsen beter dan de grenen toetsen van de vorige restauratie’, zegt Van der Poel. ‘En we hebben zelfs een register in het rugwerk terug kunnen plaatsen dat in 1837 was verdwenen, dat voelde als een cadeautje.’

Klank ‘draagt nu verder’

Maar hij is vooral blij met hoe de klank als geheel verbeterd is. ‘Die draagt nu verder, heeft meer energie en meer kleur, want het orgel klonk toch een beetje plat. De registers leken te veel op elkaar, je hebt nu meer onderscheid.’

En waarin verschilt de Michaëlsstemming van de Norden-variant? ‘We houden vier goede tertsen over. We hebben de Es en Bes iets laten zakken. Een H-Dur (B-groot-akkoord, red.) klinkt dan wel acceptabel. Dat biedt toch meer mogelijkheden, al moet je nog steeds niet in Fis gaan spelen. Je kunt echt veel doen. Van de zes Mendelssohn-sonates gaan er maar twee niet.

‘Ik ben van mening dat meer dan 90 procent van Bach zonder problemen te spelen is, ook de latere werken; ik heb dat nauwkeurig met een collega uitgeprobeerd op het rugwerk. Uiteraard zit in de beleving van wat acceptabel is of niet een subjectieve factor; het ene oor verdraagt meer dan het andere, een kwestie van aanleg en gewenning.’

‘Dit steekt zo enorm’

Toch viel ook de laatste handreiking over de stemming niet goed bij de Stichting Schnitgerorgel Zwolle, die zich ‘volkomen ten onrechte op beslissende momenten gepasseerd en genegeerd’ voelde tijdens het restauratieproces. Volgens Martin van Heerde, bestuurslid van de stichting, zijn de door de stichting zelf voorgestelde stemmingen ‘niet beproefd’. ‘Dit steekt zo enorm dat twee van onze stichtingsleden al zijn opgestapt.’

In 2015 werd de Grote Kerk in Zwolle omgevormd tot een plek voor ontmoeting en zingeving. Er is een bar voor koffie en wijn met zitjes en een hoek voor kunstexposities.

Academiehuis-voorzitter Jaap Hagedoorn schuift in de kerkbar aan voor koffie. Het verwijt dat Stichting Schnitgerorgel Zwolle niet zou zijn betrokken, begrijpt hij niet. ‘Tot drie keer toe hebben geprobeerd om dichterbij elkaar te komen’, zegt hij. ‘Er is ons veel aan gelegen om in goede harmonie met ze te eindigen. Maar we moeten ook verder. We hebben als eigenaar de verantwoordelijkheid naar de samenleving en donateurs dat het afkomt begin volgend jaar.’

Niet overtuigd

Van Heerde is er niet van overtuigd dat je met de Michaëlsstemming werkelijk zoveel repertoire kunt uitvoeren als adviseur Cees van der Poel beweert. Jacob Raap, ChristenUnie-raadslid in Zwolle, spreekt inmiddels van een ‘welles-nietes-spelletje’ waarop hij ‘het antwoord zelf ook niet weet’. Hij ziet ook dat zich onder de tegenstanders ‘niet de minsten’ begeven. Raap was het die vragen stelde aan het college van Zwolle, als gevolg van de ‘meerdere handen vol’ bezorgde inwoners die bij hem aanklopten.

Raap proeft al met al weinig draagvlak voor de keuze van het Academiehuis. Hij wijst op de bijna 850 keer ondertekende petitie Een orgel voor de stad. ‘Ik hoor eigenlijk alleen maar mensen die tegen zijn’, zegt hij. ‘Dat zegt mij dat er een betere uitkomst moet komen dan die er nu ligt.’ Het Academiehuis is vooralsnog onvermurwbaar. De stemming heroverwegen is volgens Hagedoorn ‘een gepasseerd station’, want ‘dit orgel moet klinken’.

Werkplaatsconcerten

Nu is het tijd voor het intoneren: het finetunen van de klank. In de komende maanden worden er ‘werkplaatsconcerten’ georganiseerd, zodat Zwollenaren het bijna voltooide orgel weer kunnen horen.

Restauratieleider Marcus Stahl werkt ondertussen gestaag door. Er wacht hem naar eigen zeggen een werkje ‘puzzelen voor gevorderden’: conducten van lood en tin vastsolderen en ‘inlijmen met hennep’. Een heel gepriegel vanwege een register dat in de 19de eeuw in het orgel is bijgeplaatst.

En Stahl, hoe denkt hij over de stemming? ‘Met alles wat ik doe’, zegt hij na een korte stilte, ‘is het altijd de vraag: wat wil het instrument? Wat vertelt het mij over de geschiedenis, over vroeger? Het is mij hier de afgelopen jaren heel duidelijk geworden: het moet de Michaëlsstemming zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next