Home

Hoe kan het toch dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt?

Sociale zekerheid Terwijl de prestatiedruk in hun leefwereld alleen maar oploopt, komen jongeren op de arbeidsmarkt niet verder dan een tijdelijk contract. Een groeiende groep komt in de bijstand. Vijf oorzaken waarom zij aan de zijlijn blijven.

Daphne Bosma voelde zich door haar sociale angst bij werkgevers niet altijd geaccepteerd.

Daphne Bosma (26) zat een jaar in de bijstand. Ze kende de Noordwestgroep, een bedrijf dat mensen helpt aan het werk te komen, en vroeg of ze daar aan de slag kon. „Om weer te wennen aan een routine en sociale contacten op het werk”, zegt ze. „De hele tijd thuiszitten is niet leuk.”

Ze heeft er nu een plek gevonden die bij haar past. Eerst zette ze een tijdje dopjes in elkaar. Daarna vulde ze flesjes met schoonmaakspray voor brillen. Inmiddels is ze in opleiding tot leidinggevende.

Bosma werkte eerder in de kinderopvang, waar ze een opleiding voor heeft gevolgd. „Ik kwam erachter dat dat toch niet helemaal iets voor mij is”, vertelt ze. „Daarna was ik een beetje zoekende.” Binnen een jaar was ze werkzaam in een winkel, bij twee organisaties in de schoonmaak, en bij de post.

Ze voelde zich niet altijd geaccepteerd. Bijvoorbeeld bij die winkel. „Ik heb sociale angst en vond het daardoor moeilijk om contact te maken met klanten”, zegt ze. „Ik kan het wel, maar heb soms wat meer tijd nodig. Mijn baas wilde me die tijd niet geven.”

Het aantal jongeren in de bijstand neemt al dertien kwartalen op rij toe. In de eerste drie maanden van dit jaar steeg hun aantal volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek met 3,4 procent, tot 42.500. Het aantal mensen met een bijstandsuitkering neemt sowieso toe, ook in andere leeftijdsgroepen, maar onder jongeren tot 27 jaar is de stijging het sterkst.

Waar komt die stijging vandaan? Eén verklaring is er niet, wetenschappelijk onderzoek naar deze vraag evenmin. Om deze ontwikkeling te begrijpen, moet je je inleven in de leefwereld van jongeren, zeggen onderzoekers en jongerenwerkers met wie NRC sprak.

Die leefwereld, dat is er een waar de prestatiedruk almaar hoger oploopt. Jongeren leven voor een groot deel online, en zien daar voortdurend de successen van anderen. Tegelijk is het door het woningtekort voor hen moeilijk om woonruimte te vinden. Op de arbeidsmarkt komen veel jongeren niet verder dan een tijdelijk contract. Velen hebben het gevoel dat ze falen. 

Zo beginnen veel van de problemen, die er uiteindelijk toe leiden dat jongeren een bijstandsuitkering aanvragen. Dit zijn de vijf belangrijkste oorzaken, die elkaar deels overlappen.

1. Woning- en arbeidsmarkt

Jongeren hebben een kwetsbare positie op de woning- en arbeidsmarkt. Velen van hen komen niet snel aan een woning en een vast contract. Dat maakt het moeilijk een stabiele toekomst op te bouwen. Dat geeft stress, wat het weer lastig maakt een baan te behouden. En verlies je als jongere je baan, dan ben je al snel aangewezen op een bijstandsuitkering.

Dat zit zo: jongeren hebben gemiddeld een kort arbeidsverleden, waardoor hun werkloosheidsuitkering minder lang duurt dan voor iemand die al langer heeft gewerkt. Als je maar kort hebt gewerkt, heb je doorgaans alleen recht op de minimale WW-duur, drie maanden. Lukt het in die tijd niet een nieuwe baan te vinden, dan kom je sneller in de bijstand terecht dan iemand met een langer arbeidsverleden. „Jongeren hebben op dat vlak een achterstand”, zegt Frauke van Iperen, projectleider Participatiewet in Balans bij Divosa, een vereniging van leidinggevenden bij gemeentelijke sociale voorzieningen.

Jongeren die werken, hebben bovendien relatief vaak een flexibel contract. Dat maakt ze niet zekerder van hun baan, en dat geeft ook weer stress. Baanonzekerheid vormt volgens wetenschappelijke literatuur een reële bedreiging voor de mentale gezondheid van werknemers, zei onderzoeker Lin Rouvroye eerder tegen NRC. Ze promoveerde op onderzoek hiernaar bij NIDI-KNAW. 

Die tijdelijke contracten maken de positie van jongeren op de arbeidsmarkt kwetsbaar. Als het bij een bedrijf niet goed gaat, zie je vaak dat jongeren als eersten hun baan verliezen, zegt Mirjam Andries, projectleider bestaanszekerheid bij kennisinstituut Movisie. „Jongeren hebben vaak geen vast contract en zijn als laatsten aangenomen. Ze vliegen er dus als eersten uit.”

Die achterstand speelt ook op de woningmarkt. „Veel jongeren kunnen door het woningtekort en de grote concurrentie op de markt geen woning vinden”, zegt Van Iperen. „Dat is heel stressvol, zeker als je niet meer bij je ouders kunt wonen.” Ze hoort verhalen over jongeren die daardoor op de bank slapen bij vrienden, of soms zelfs op straat leven. In 2024 waren 6.200 mensen tussen de 18 en 27 jaar dakloos, aldus het CBS. Dat was ongeveer een vijfde van het totaal aan daklozen.

Vaak komen mensen volgens Van Iperen in de bijstand omdat ze op meerdere terreinen in het leven problemen hebben en daardoor niet in staat zijn om te werken. „Dit alles kan ook bij oudere mensen spelen, maar bij jongeren leidt het er sneller toe dat ze in de bijstand belanden.”

2. Twijfelen en wisselen

Jongerenwerkers zien dat jongeren twijfelen over het werk dat ze willen doen, en daarom vaak van baan wisselen. Een korte aandachtsspanne door veel scrollen, zeggen zij, maakt werken moeilijker.

Jongerenwerker Omar Timmermans uit Den Haag kent een jongen die opgeleid is als loodgieter, dat toch niks vond en als dakdekker aan de slag ging. Daarna ging hij toch weer loodgieten. Vervolgens ging hij kleding verkopen. En toen is hij weer gaan dakdekken. „Ik zie veel jongeren die niet weten wat ze willen.”

Ze zien online voortdurend de mooiste banen voorbijkomen, zegt Michel Post, teamleider jeugd bij werkontwikkelbedrijf Noordwestgroep. „Met sportauto’s en noem maar op.” Jongeren kunnen zich daardoor afvragen of ze het wel goed genoeg doen. Ze weten vaak nog niet waar hun talenten liggen en wat voor hun een passende werkomgeving is. Post vertelt ze dat ze dat moeten uitzoeken. „Dat vinden ze lastig.”

Door constant scrollen op de telefoon kunnen jongeren volgens Timmermans minder goed presteren op hun werk. „Soms vraag ik ze om zich ergens vijf minuten op te focussen, dat lukt dan niet”, zegt hij. „De spanningsboog is alweer verdwenen omdat ze de hele tijd input krijgen van TikTok-filmpjes en flashy emojis. Die slechte concentratie maakt het moeilijker om een baan vast te houden.”

Post kent verschillende gevallen waarin dat gebrek aan focus zich uit in bijvoorbeeld te laat komen. Daarop volgt een gesprek tussen de jonge werknemer en hun leidinggevende. Zoiets leidt weer tot gedoe en een wat ruzieachtige sfeer. Op een gegeven moment zegt de werkgever dat ze maar moeten stoppen met elkaar. „Dan zitten ze thuis op de bank. Als het geld opraakt, vragen ze een bijstandsuitkering aan.”

Daphne Bosma en John Reilly zaten in de bijstand.

3. Schulden

Online gokken. Achteraf betalen. Influencers die op sociale media verkondigen dat iedereen rijk kan worden en snel ook. Verleidingen zijn er genoeg om geld uit te geven dat je niet hebt. Niet iedereen kan even goed met die verleidingen omgaan, en dat kan leiden tot schulden. Wie in de schulden belandt, kan veel last hebben van stress en daardoor minder goed functioneren op het werk. Een baan vinden of behouden wordt moeilijker.

„Veel problemen bij jongeren ontstaan al in het eerste half jaar nadat ze achttien zijn geworden”, zegt Thomas Wagner, adviseur bij het Jongeren Perspectief Fonds, dat jongeren met problematische schulden helpt. Ieder jaar helpt de stichting ongeveer duizend jongeren. Meer dan de helft zit in de bijstand of heeft daarin gezeten. „De dag waarop je achttien wordt, verandert er veel. Je bent in één klap verantwoordelijk voor al je financiën.” 

Of je daarmee kan omgaan, is volgens Wagner deels afhankelijk van je financiële opvoeding. Die krijgt niet iedereen in dezelfde mate van zijn ouders. En je brein is nog niet volledig ontwikkeld. „De mate van verantwoordelijkheid die je ervaart op je achttiende, is heel anders dan op je dertigste.” Wagner ziet dat jongeren op diverse manieren verleid worden geld uit te geven. Denk aan de mogelijkheid om achteraf te betalen via platforms als Klarna. „Zo kun je makkelijk in de schulden raken.”

En dan is er die hardnekkige prestatiedruk, die ook bijdraagt aan het krijgen van schulden. „Tegenwoordig is Instagram of TikTok openen het eerste wat jongeren doen als ze ‘s ochtends wakker zijn”, zegt jongerenwerker Timmermans. „Ze zien meteen het zogenaamd perfecte leven van een influencer.” 

De druk om succesvol te zijn, is daardoor hoog. Timmermans sprak laatst een jongen die elke ochtend een influencer met een „dikke auto” op zijn telefoon zag. „Hij dacht: ik moet dat ook bereiken, zo snel mogelijk. Want als je een dikke auto hebt, kijkt iedereen naar je op.” De jongen nam financiële risico’s door investeringen te doen zonder zich daar eerst in te verdiepen. En door te gokken. „Alles om zo snel mogelijk het doel van die dikke auto te bereiken.” Zo raakte hij in de schulden. Zeker 45 procent van 18- tot 24-jarigen had in de periode maart 2024 tot maart 2025 aan een vorm van gokken gedaan, aldus het Trimbos Instituut.

Financiële stress kan veel invloed hebben op je werkprestaties, zegt onderzoeker Jodi Mak. Ze doet aan de Hogeschool van Amsterdam onderzoek naar jongeren die in armoede leven. „Mensen met geldstress hebben vaak minder mentale ruimte om goed na te denken over de lange termijn, omdat ze niet anders kunnen dan bezig zijn met het hier en nu.” Plannen en organiseren wordt lastiger. „Dat maakt het moeilijker om een baan te behouden.”

John Reilly (31) uit Eindhoven zat in de bijstand toen hij 25 was. Hij was net klaar met zijn mbo-opleiding en werkte nog maar zes maanden als zelfstandige in de bouw toen de coronapandemie uitbrak. Al zijn werk viel weg. Hij had nog amper een klantenbestand kunnen opbouwen. „Opeens zat ik zonder inkomen, en ik was niet in de positie om een werkloosheidsuitkering aan te vragen.”

John Reilly belandde in de bijstand nadat hij door de coronapandemie als zelfstandige in de bouw zijn klantenbestand zag teruglopen.

Als zelfstandige kun je normaal gesproken alleen een specifieke uitkering voor zelfstandigen krijgen waar strenge regels aan verbonden zijn. Met veel moeite kon Reilly toch een bijstandsuitkering krijgen, omdat hij nog amper klanten had. In de periode zonder uitkering bouwde hij langzaam schulden op. Hij raakte steeds verder achter met de betaling van zijn huur en zorgverzekering. Zijn schuld beliep uiteindelijk 4.000 tot 5.000 euro.  

Reilly kreeg vanuit de gemeente hulp bij de afbetaling van zijn schuld. „Het was een duistere periode”, zegt hij. Het duurde lang voor zijn financiën helemaal op orde waren. „Ik hou helemaal niet van stilzitten, maar doordat ik in de bijstand zat en schulden had, voelde het alsof ik weinig mentale ruimte had om stappen te zetten en bijvoorbeeld een baan te vinden.” Reilly studeerde recent af aan de kunstacademie, heeft geen schulden en gaat hierna een master doen. 

4. Wajong

Jongeren met een arbeidsbeperking komen tegenwoordig sneller in de bijstand terecht. Een arbeidsbeperking is een lichamelijke, psychische of verstandelijke aandoening waardoor iemand moeite heeft om werk te vinden. De arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren, de Wajong, is in 2015 aangescherpt en sindsdien alleen nog toegankelijk voor jongeren met een beperking die nooit meer kunnen werken.

Jongeren die moeite hebben met werken door autisme of ADHD zouden voorheen misschien sneller in de Wajong zijn beland. Nu komen zij sneller in de bijstand, zegt onderzoeker Jantien van Berkel. Ze doet aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar de impact van sociaal beleid op de gezondheid van mensen.

Teamleider jeugd Michel Post begeleidde voorheen bij werkontwikkelbedrijf Noordwestgroep vooral jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Toen hij daar acht jaar geleden begon, volgde slechts een handjevol jongeren er een werkontwikkeltraject. „Dat waren jongeren die meer begeleiding nodig hebben en daarom na school niet meteen bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen”, vertelt hij.

Nu werken er zeker tachtig jongeren. Het merendeel kwam er terecht doordat ze een bijstandsuitkering ontvangen. De jongeren die Post nu ziet binnenkomen, hebben totaal andere problemen. „Het zijn onder meer jongeren die in het reguliere bedrijfsleven niet geaccepteerd worden om wie ze zijn. Bijvoorbeeld doordat ze ADHD of autisme hebben en buiten de norm vallen.”

Het baart Van Berkel zorgen dat jongeren met een arbeidsbeperking in de bijstand terechtkomen. „Het kan heel moeilijk zijn om weer uit de bijstand te komen”, zegt ze. De regels voor deze uitkering zijn streng en complex. „Mensen zijn soms bang om weer een paar uurtjes per week aan het werk te gaan, omdat ze dan misschien worden gekort op het maandbedrag dat ze ontvangen. Dat heeft een verlammende werking.”

5. Mentale problemen

De mentale gezondheid van jongeren gaat achteruit in Nederland. Ze hebben vaker last van eenzaamheid, somberheid en prestatiedruk. Bijna de helft van de jongeren in Nederland vindt z’n eigen geestelijke gezondheid niet goed. Dat bleek vorig jaar uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en gezondheidsdienstenkoepel GGD GHOR Nederland. De mentale problemen maken het voor sommige jongeren moeilijker een baan te vinden en te behouden.

Bram Vermeeren (26) uit Breda gebruikte wiet, alcohol en later de designerdrug 3mmc om zijn gevoelens te verdoven. ‘Wegrennen’ was zijn manier om met moeilijkheden om te gaan. Zo nam hij afstand van zijn problemen, en later ook van zijn rekeningen. Hij bouwde een schuld op bij zijn zorgverzekeraar. Door de verslaving kon hij een tijdlang niet werken; mentaal had hij het zo zwaar dat dit niet lukte. Hij vroeg een bijstandsuitkering aan. 

Vanwege een drugsverslaving lukte het Bram Vermeeren niet om te werken.

De mentale gezondheid van jongeren gaat achteruit door gebrek aan toekomstperspectief, denkt Mirjam Andries van Movisie. Michel Post ziet dat veel jongeren bij Noordwestgroep het mentaal zwaar hebben. „Ze hebben last van eenzaamheid en depressiviteit”, zegt hij. „Ze trekken zich terug achter hun laptop in een online wereld en voelen weinig nieuwsgierigheid om naar buiten te gaan en te ontdekken wat er mogelijk is qua werk.”

In de bijstand zitten vond Vermeeren evengoed mentaal zwaar. „In de bijstand voelt het alsof je niks toevoegt aan de samenleving. Je néémt alleen. Je voelt je toch een soort … tweederangs burger wil ik niet zeggen. Maar ik had constant het idee dat ik misbruik maakte van een systeem. Er zijn mensen die deze hulp harder nodig hebben dan ik, dacht ik. In therapie leerde ik later dat sommige dingen niet mijn schuld zijn. Dat ik om hulp mag vragen.” 

Vermeeren zat uiteindelijk een jaar in de bijstand. Via zijn gemeente volgde hij een ontwikkeltraject bij het Jongeren Perspectief Fonds om zijn schulden af te betalen. Langzaam ging het beter, hij ging aan het werk als hovenier. Inmiddels is hij clean, gaat hij naast zijn hovenierschap voor acht uur per week als ervaringsdeskundige werken bij de schuldhulpverlening van de gemeente Breda en heeft hij een kind. „Loslaten van de schaamte over mijn problemen heeft mij uiteindelijk geholpen. Nu gaat het goed.” 

Sociale zekerheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next