Geopolitiek ‘Ceuta’ laat zien hoe Marokko via de grensbewaking invloed kan uitoefenen op Spanje en de EU in gevoelige dossiers, zoals de Westelijke Sahara. „Dit is geen migratiecrisis, hier spelen politieke motieven.”
Jongeren proberen vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta binnen te komen eind juli
Een voetbalshirt met rugnummer 26. Dat nam Pedro Sánchez op maandag 20 juli mee naar het presidentieel paleis El Mouradia in Algiers, rechtstreeks vanuit New York, waar Spanje een dag eerder wereldkampioen was geworden. De Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune feliciteerde de Spaanse premier en samen deelden ze voor de camera’s mee wat ze onderling hadden afgesproken: een nieuwe top in oktober en meer Algerijnse gasleveringen.
Sánchez had wat goed te maken. Vier jaar eerder was de relatie met Algerije verbroken nadat Spanje partij koos voor het Marokkaanse autonomieplan voor de betwiste Westelijke Sahara. Marokko beschouwt dit als eigen grondgebied. Algerije steunt het Polisariofront, dat onafhankelijkheid nastreeft.
Op de voorpagina van Le Courrier d’Algérie stond de ochtend na Sánchez’ bezoek in grote rode letters. „Algiers-Madrid: de goede verstandhouding”. Een dag later kopte de krant „Algerije kan op Spanje rekenen”.
Tien dagen later liepen en zwommen tienduizenden jonge mensen Ceuta binnen, een van de twee Spaanse exclaves aan de Noord-Afrikaanse kust die Rabat als Marokkaans beschouwt. De timing van het drama, waarbij minstens 96 mensen omkwamen, maakte een Marokkaans vergeldingsverhaal aantrekkelijk, maar daarvoor bestaat geen bewijs: volgens de Spaanse inlichtingendiensten had Rabat de beweging niet vooraf georkestreerd. Wel zouden de autoriteiten de situatie hebben laten ontsporen toen die zich aandiende.
‘Ceuta’ legt een machtsmechanisme bloot dat al langer bestaat. Met de landsgrens heeft Marokko het ultieme drukmiddel tegenover Madrid en de EU in handen om invloed uit te oefenen op gevoelige politieke dossiers.
Hoeveel ruimte Rabat aan die grens kan geven of wegnemen, bleek deze week opnieuw. Voor zaterdag circuleren opnieuw oproepen voor een massale overtocht naar Ceuta. Maar anders dan eind juli staan aan de Marokkaanse kant van de grens nu colonnes veiligheidspersoneel opgesteld.
Wat eind juli precies is gebeurd, staat twee weken later nog niet vast, wat ruimte biedt aan speculaties over Marokkaanse motieven. Abdulah Arabi, vertegenwoordiger van het Polisario-front in Spanje, zocht de verklaring dicht bij huis: het Spaanse parlement bereidde een wet voor die Sahrawi’s de Spaanse nationaliteit zou bieden, omdat de Westelijke Sahara een voormalige Spaanse kolonie is. „Zodra je Sahara-standpunt verandert, zal Marokko je straffen”, zei hij tegen El Confidencial. „Dit is geen migratiecrisis, hier spelen politieke motieven.”
Ook voor migratieonderzoeker Lorena Gazzotti, verbonden aan de Universidad Autónoma de Madrid, was de geringe politieaanwezigheid eind juli een duidelijk teken dat Rabat zijn grip op de grens anders inzette dan gebruikelijk. Met zo’n sterke veiligheidsstaat en zo’n omvangrijk inlichtingenapparaat lijkt het haar onrealistisch dat de autoriteiten nergens van wisten, zegt Gazzoti. „Wie ooit van Marokko naar Ceuta is gereisd, weet hoe zwaar het grensgebied is gemilitariseerd. Hoewel bewijs voor zo’n direct verband ontbreekt, is de Westelijke Sahara voor Marokko altijd een soort rode lijn geweest.”
Marokko kent daarbij zijn grenzen en weet druk uit te oefenen zonder de relatie met Spanje en Europa voorgoed op te blazen, zegt Gazzotti. „De opgeschroefde Marokkaanse veiligheidsmaatregelen van deze week zijn daar een goed voorbeeld van. Het wil bewijzen dat het als de wereld toekijkt, z’n zaakjes wel degelijk op orde heeft en betrekkingen niet verder op het spel zet.”
Europa heeft Marokko mede in die positie gebracht. Sinds 2015 trok de EU honderden miljoenen euro’s uit voor de financiering van het Marokkaans-Europese grensbeheer, waarvan het grootste deel door Marokkaanse autoriteiten wordt uitgevoerd waarvan Europa vervolgens afhankelijk is. „Zolang controle afhangt van de goede wil van één buurland, blijven we kwetsbaar”, constateerde Eurocommissaris Magnus Brunner (Migratie) na ‘Ceuta’.
De grensdoorbraak bij Ceuta leidde tot spoedoverleg tussen Europese ministers en ruzie over Schengen. Italië en Denemarken vroegen om hardere grenzen. Ahlam Chemlali, migratieonderzoeker aan de Universiteit van Aalborg, ziet daarin de zwakte van het Europese model. „Deze crisis heeft vooral het gebrek aan Europese eensgezindheid blootgelegd. Europa heeft zijn grenzen uitbesteed aan landen, die dat vervolgens tegen Europa kunnen gebruiken. Dat hoeft niet via een massale grensdoorbraak: overleg vertragen of afspraken blokkeren gebeurt ook. Of pas meewerken wanneer er meer geld of andere concessies komen.”
De grens bij Ceuta was al eerder onderdeel van een ruzie: toen Madrid in 2021 toenmalig Polisarioleieder Brahim Ghali voor een coronabehandeling liet opnemen in een Spaans ziekenhuis. Kort daarna verslapte de Marokkaanse grensbewaking en kwamen ongeveer achtduizend mensen de exclave binnen. Later noemde de Spaanse inlichtingendienst CNI de gebeurtenissen ‘strategisch’, om Madrid tot een gunstiger positie over de Westelijke Sahara te bewegen.
Ook aan Tunesië, Turkije, Libië en Egypte besteedt de EU delen van haar grensbewaking uit, waarmee ze ook die regeringen een drukmiddel in handen geeft. De Libische leider Moammar Gaddafi deed in het verleden weinig moeite dat te verhullen. In de zomer van 2010 stond hij in Rome naast de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, precies twee jaar nadat zij een vriendschapsverdrag hadden gesloten waarin een fors migratiehoofdstuk was verwerkt. De EU moest Libië „minstens 5 miljard euro per jaar” betalen om migranten tegen te houden. Zonder dat geld, dreigde Gaddafi, zou Europa weleens „Afrika” kunnen worden.
Marokko is minder uitgesproken, maar de onderliggende rekensom is volgens Gazzotti vergelijkbaar. „Zo’n grens bewaken kost veel geld, terwijl Rabat er zelf weinig belang bij heeft.”
Ondertussen staat Rabat sterker dan ooit op het wereldtoneel. In 2020 erkende Washington het Marokkaanse gezag over de Westelijke Sahara, gekoppeld aan de normalisering van de Marokkaans-Israëlische betrekkingen onder de Abraham-akkoorden. Israël erkende de Marokkaanse claim later eveneens. Sindsdien is de Israëlisch-Marokkaanse militaire samenwerking hechter, en is de Marokkaanse positie rond de Westelijke Sahara versterkt.
Toch verklaart geopolitiek niet waarom tienduizenden mensen überhaupt aan die grens stonden. Ceuta grenst aan de Rif, een gemarginaliseerde regio waar werkloosheid en sociale ongelijkheid zwaar drukken. „De aandacht gaat naar grenscontroles en militarisering”, zegt Chemlali. „Niet naar wat mensen doet vertrekken. De grens mag dan misschien weer gesloten zijn. Wat mensen ernaartoe bracht, verdwijnt daarmee niet.”