100 jaar Route 66 Geen weg ter wereld zo beroemd als Route 66, de historische autoweg van Chicago naar Los Angeles. In een tijd waarin de VS verdeeld zijn over vrijwel alles, wordt het honderdjarige jubileum van de weg opvallend breed gedragen.
Nancy LaRue (66) heeft haar reis over Route 66 voorbereid met militaire precisie. Bij haar auto in Catoosa, Oklahoma, laat de Texaanse een multomap vol hotelreserveringen, plattegronden en informatie over bezienswaardigheden zien. Tijdens haar maandenlange reis wordt niets aan het toeval overgelaten, ze weet nu al waar ze zal slapen over acht weken, in Californië. „Ik ben een planner”, lacht ze.
LaRue rijdt de legendarische autoroute van Chicago naar Los Angeles in haar eentje. Ze heeft er nu 1.600 kilometer op zitten – nog niet de helft. „Ik doe het heel rustig aan en probeer veel te stoppen.” In Catoosa, waar Route 66 de stad Tulsa nadert en een drukke vierbaansweg is, is ze gestopt om foto’s te maken bij de ‘Blauwe Walvis’, een van de bekendste roadside attractions van de weg: een voormalige waterspeelplaats uit de jaren zeventig in de vorm van een enorme walvis.
Nancy LaRue
LaRue maakt de reis een beetje in naam van haar man, die een paar jaar geleden plotseling overleed aan een hartaanval, vertelt ze. „We hadden altijd plannen om te reizen.” Het kostte haar tijd om bij te komen en te wennen aan het idee zelf op pad te gaan. „Maar uiteindelijk besloot ik: ik ben nog jong genoeg, ik ga dit doen.”
Route 66 rijden voelde logisch. LaRue werd vorig jaar 66, en ze was nog nooit in het westen van de Verenigde Staten geweest; het wordt haar eerste keer in Californië. En toen bleekde route dit jaar ook nog honderd jaar oud. „Hij is er al zo lang. Er zijn films over gemaakt, liedjes. Het is iets wat mensen gewoon per se willen doen.”
Route 66 is misschien wel de bekendste weg ter wereld; de weg van Chicago naar Los Angeles speelde een enorme rol in de Amerikaanse geschiedenis en cultuur in de twintigste eeuw, ze is een symbool van Amerika, innig verbonden met de nationale drang naar het westen, en internationaal het schoolvoorbeeld van de roadtrip. Route 66 was vluchtroute tijdens de Grote Depressie en favoriete vakantiesnelweg van de opkomende middenklasse na de Tweede Wereldoorlog. Route 66 werd een cruciaal element in films als Pixar-klassieker Cars (2006) en boeken als John Steinbecks The Grapes of Wrath (1939).
Dat de federale overheid honderd jaar geleden nummer 66 toebedeelde aan een deels nog aan te leggen autoweg wordt dit jaar groots gevierd. Langs de route zijn evenementen en tentoonstellingen, klassieke neonborden en karakteristieke bezienswaardigheden worden gerestaureerd, vaak op initiatief van lokale ondernemingen. Terwijl er in de VS over vrijwel alles ruzie is, wordt dít jubileum breed gedragen. Een door oud-president Joe Biden ingestelde presidentiële commissie, verantwoordelijk voor de festiviteiten, werd door zijn opvolger Donald Trump ongemoeid gelaten, een zeldzaamheid.
De weg raakte na de bloeitijd in de jaren tachtig in verval, met de komst van de moderne snelwegen. Inmiddels beleeft hij een toeristische heropleving. NRC reed een stuk ervan door Oklahoma, de staat waar het groene oosten overgaat in het drogere westen en waar nog de meeste originele Route 66-kilometers te rijden zijn.
Restauratie van het historische café naast de Blauwe Walvis van Catoosa, een van de bekendste attracties langs Route 66.
Een historisch stuk Route 66 niet ver van Oklahoma City.
Souvenirwinkel in Erick, Oklahoma, een ‘spookstadje’ langs Route 66.
Op de noordoever van de Arkansas River in Tulsa, waar Route 66 met een betonnen boogbrug uit 1916 de stroom oversteekt, staat een enorm monument. Het stelt een fictief tafereel voor uit de jaren twintig: een gloednieuwe auto die onderweg is op de 66 botst bijna op een paard-en-wagen. East meets West, heet het kunstwerk. Achter het stuur van de auto zit ‘de vader van Route 66’, de lokale zakenman Cyrus Avery (1871-1963).
„Aan het begin van de twintigste eeuw begon de Amerikaanse liefde voor auto’s te ontluiken”, zegt Michael Wallis in zijn appartement propvol kunst en foto’s, vlak bij het monument. Hij schreef in 1990 het boek Route 66: The Mother Road, waarvan inmiddels meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht (later zou Wallis met zijn diepe basstem de stem van de sheriff verzorgen in Cars).
Het idee van een verharde weg van oost naar west, in plaats van de voor auto’s vreselijke, modderige trekkerspaden, sloeg destijds als eerste aan in kringen van zakenmensen en politici. Door gelobby van Avery kreeg de route uiteindelijk haar huidige, zuidelijke vorm: om de Rocky Mountains heen, maar dwars door Tulsa. De „stoepsnelweg” heet die eerste versie nu: nauwelijks breder dan één rijbaan, auto’s konden elkaar bijna niet passeren. Hier en daar zijn nog kleine stukjes stoepsnelweg te vinden, door sommige fanatiekelingen opgespoord alsof het archeologische opgravingen betreft.
Michael Wallis
Het was een bescheiden start voor een weg die uiteindelijk innig verbonden zou raken met de VS. Al gauw kreeg het land te maken met de „dubbele klap van de Grote Depressie en de Dust Bowl”, zegt Wallis. De teloorgang van grote stukken boerenland in de Midwest door stofstormen en economische malaise veroorzaakte een massale trek van mensen die hoopten op een beter leven in Californië, zoals beschreven in The Grapes of Wrath van John Steinbeck. „Route 66 is the mother road”, schreef hij. Die bijnaam is nog altijd in zwang.
Na de oorlog transformeerde Route 66 van levenslijn voor wanhopigen tot dé vakantieweg om mee naar de Californische kust te rijden. Get your kicks on Route 66: Als je ooit naar het westen gaat, schreef Bobby Troup in 1946 in het nummer dat een klassieker zou worden, neem dan mijn route.
Elk plaatsje langs de route probeerde reizigers die onderweg waren tot stoppen te verleiden. Met eten, of met curieuze roadside attractions: een reus van een figuur, een historische bezienswaardigheid, een kleurrijk neonbord. De diner, een nieuw type restaurant, verrees overal langs de weg. Op den duur kwamen er zelfs productielijnen die de kleine restaurantjes uitbraakten, om aan de enorme vraag te voldoen.
„Er zitten zoveel lagen in dit verhaal”, zegt David Davis, curator bij het Western Cowboy & Heritage Museum in Oklahoma City, dat aan de weg ligt. Het organiseerde dit jaar een van de grootste tentoonstellingen over de route. „Hoe erg kan één weg een land veranderen? Route 66 had invloed op de popcultuur, op de autocultuur, op fast food.”
Davis denkt dat vooral de hang naar het naoorlogse Amerika de hedendaagse populariteit van de snelweg verklaart, iets waar reizigers op de route ook van getuigen. „Wij hebben thuis een groot koffietafelboek met roadside attractions”, vertelt Sheri Caladori (65). Ze staat deze middag zelf met haar man Mike voor zo’n curiositeit: de Round Barn of Arcadia, een rode, gigantische ronde schuur die reizigers gratis kunnen bezoeken, een icoon van Route 66 in Oklahoma. De schuur werd in 1898 gebouwd door een lokale boer en werd door zijn merkwaardige uiterlijk een bezienswaardigheid.
Sheri en Mike Caladori
Sheri en Mike zijn een groot deel van de route aan het rijden, vooral voor die gekke attracties. „We houden gewoon van dit soort dingen”, zegt ze. „Enorme flessen cola, enorme leunstoelen.” Of de drive-inbioscopen. „Daar zijn wij mee opgegroeid.” Het is allemaal nostalgie, zegt ze. „Elk plaatsje heeft een museum. Daar denk je: oh dat speelgoed had mijn oma ook!” Ze beginnen weer te lachen als ze vertellen dat een historisch motel in Missouri nog steeds adverteert met het feit dat elke kamer een radio heeft. „Nu verkopen ze zelfs shirts met die tekst.”
Eigenlijk is het verrassend dat dit vandaag de dag allemaal nog te zien is. De weg zelf raakte grotendeels in onbruik na de langzame opkomst van de Interstate-snelwegen vanaf de jaren vijftig. Deze gingen om de stadscentra heen, die daardoor klandizie verloren – de plaats Williams in Arizona als laatste, in 1985. Route 66 werd officieel opgeheven en verdween van de kaart.
Totdat in de jaren negentig Route 66-toerisme zijn intrede deed, mede aangespoord door de populariteit van het boek van Wallis. Het werd populair om op zoek te gaan naar oude stukken van de weg – inmiddels soms overwoekerd of verbrokkeld. In Oklahoma vind je bruggen uit de jaren twintig, of hobbelige stukken weg die al jaren niet bijgewerkt lijken, soms parallel lopend aan de moderne snelweg.
Voor sommige plaatsjes langs de route was de opleving een kans op redding. Aan de hoofdstraat in Erick, Oklahoma, in het lege westen van de staat waar Texas nabij is en „de lucht zich opent”, zoals Wallis het zegt, zijn vrijwel alle winkels en restaurants dichtgetimmerd. Naganoeg het enige teken van leven is Main Street Bakery & Cafe, gerund door Connie Carpenter (65). „Zolang mensen blijven komen, blijf ik koken”, zegt ze aan een tafeltje net na lunchtijd. Het gastenboek geeft blijk van bezoekers uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Zweden, de VS. Erick heeft nog een paar honderd inwoners, Carpenter noemt het een spookstadje – zo voelt het ook. „Mijn wens is het zoveel mogelijk levend te houden. Dit is alles wat de gemeenschap heeft.”
Connie Carpenter
Trots begint ze over de recente restauratie van een oud neonbord bij het West Winds Motel, even verderop. Van het motel zelf, gebouwd in de jaren veertig, is nauwelijks meer dan een ruïne over: je kunt nog zien dat elke kamer een eigen garage had, maar op de binnenplaats groeit gras en de luiken zijn afgebladderd. Het neon daarentegen licht weer helder op – allemaal vanwege het jubileum. „Dat was echt iets groots voor ons.” Connie Carpenter zou het hotel maar wat graag opkopen en opknappen, maar dat is tot dusver niet gelukt.
In veel opzichten ligt de route er dit jaar beter bij dan ooit. De Blauwe Walvis in Catoosa staat sinds kort weer strak in de verf. Als Nancy LaRue er pauzeert, zijn bouwvakkers net bezig de laatste hand te leggen aan een uithangbord van het bijbehorende cafetaria. Binnenkort gaat het weer open.
Route 66 is een „lineair museum” geworden, zegt Wallis. Ook hij begint over een verlangen naar een tijd voordat alles „generiek” werd „en je overal hetzelfde eten kreeg”. „Met 66 is er avontuur. Niks is voorspelbaar op een roadtrip. Bij een café kun je een stuk taart vinden dat die ochtend gebakken is door de serveerster. Of je krijgt voedselvergifting. Dat hoort er allemaal bij.”
In een diep verdeeld land waar tegenwoordig bijna alles de cultuuroorlog in wordt getrokken – en dat net een controversieel 250-jarig jubileum heeft gevierd – valt op hoe afwezig politiek is bij het eeuwfeest van Route 66. Onderweg bekruipt je het gevoel dat deze autoweg tot de laatste dingen behoort die blauw en rood Amerika gepassioneerd delen.
Grote delen van de route in Oklahoma lopen door ultra-evangelisch-christelijke plaatsen; de kerken langs de route zijn nauwelijks te tellen. In een plaatsje als Depew vind je pick-uptrucks met stickers met Bijbelverzen erop, maar een tiental kilometers naar het oosten hangen in Tulsa de lhbti+-vlaggen uit de hippe koffiezaken. In beide plaatsen is Route 66 een cruciaal onderdeel van de lokale identiteit, en wordt het jubileum uitgebreid gevierd.
Met de mensen onderweg is het al net zo. In Jericho loop je de lokale Republikeinse politicus Blair Schaffer tegen het lijf, die zich, pistool aan zijn broekriem, inspant om vanwege het eeuwfeest een vervallen motel nieuw leven in te blazen. Maar 450 kilometer oostelijker maakt Michael Wallis, lid van de officiële jubileumcommissie, zich druk over „het beest” Donald Trump.
Route 66 in Shamrock, Texas, niet ver van de grens met Oklahoma.
Route 66 is „paars”, zegt hij, een echte dwarsdoorsnede van het land. „Aan de uiteinden liggen twee blauwe staten. Er zijn druppels blauw onderweg, zoals Tulsa. Maar er is ook heel veel rood.” Dat Trump de door zijn voorganger ingestelde commissie met rust heeft gelaten komt hierdoor, denkt de schrijver.
Een weg die ooit bedoeld was om het land te verenigen, doet dat in zekere zin nog steeds. En inmiddels zelfs in andere landen. Wallis: „Een paar jaar geleden werd ik door iemand van de Chinese regering benaderd. Ze wilden dat ik ze hielp om Route 66 na te maken in China.” Een soort wegproject met dezelfde lengte, van oost naar west, door verschillende provincies. Wallis zei nee. „Architectuur kun je misschien namaken. Maar dit niet.”