Tien maanden na haar besluit om zich tot 800-meterloper om te scholen staat Femke Broeders-Bol vrijdag op de EK in haar eerste internationale finale. En na de halve finale weet ze dat een ongeluk op dit onderdeel in een klein hoekje zit.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Er gaat een schokgolf door Alexander Stadium als Audrey Werro donderdagmiddag hard onderuitgaat tijdens de halve finale van de 800 meter. Femke Broeders-Bol ziet het vanuit de catacomben van het stadion ook gebeuren: hoe de Zwitserse favoriet tegen het tartan klapt.
De 26-jarige Nederlandse wist het al wel, maar is er nu echt van doordrongen dat dit het risico is op de 800 meter, haar nieuwe onderdeel. ‘Het is nooit fijn om iemand te zien vallen, maar het stelde me wel op scherp. Dit hoort bij deze afstand.’
Ze had sowieso al besloten om in haar eigen halve finale voor de veiligste optie te gaan. Ze liet het kopwerk aan regerend Europees en olympisch kampioen Keely Hodgkinson en koos de tweede plek, schuin achter de Engelse. De extra meters die ze daardoor moest afleggen door de bochten nam Broeders-Bol voor lief, zolang ze maar uit het gedrang zou blijven en niet zoals Werro door iemand aangetikt kon worden en plat op haar gezicht zou belanden.
Even later komt Broeders-Bol, net achter Hodgkinson, comfortabel lopend over de finish met een brede glimlach op haar gezicht. ‘Het was de opluchting dat ik door was. Ik vond het best spannend, vandaar.’
Vrijdagavond staat Broeders-Bol in de finale van een internationaal titeltoernooi, slechts tien maanden nadat ze heeft aangekondigd haar aandacht naar de 800 meter te verleggen. Dat is het onderdeel dat haar, na alle successen op de 400 meter horden, opnieuw moet uitdagen. Die uitdaging van haar oude liefde was steeds verder afgekalfd. En zeker in Europa kende Broeders-Bol op de volle ronde (met of zonder hekjes) haar gelijke niet.
De continentale kampioenschappen oogden soms als een speeltuin voor de atleet, die in die jaren nog zonder de naam van haar man door het leven ging. Zelf hield Broeders-Bol altijd stug vol dat ze ondanks haar overduidelijke voorsprong op haar concurrenten het elke keer opnieuw eerst nog maar eens moest laten zien. Dat het allemaal niet zo eenvoudig was als het voor de toeschouwers en televisiekijkers leek.
Maar toch. Neem haar stunt in 2022 in München. Toen mocht ze driemaal het podium op voor een gouden medaille. Ze won er als eerste in de EK-geschiedenis de 400 meter horden en de 400 meter ‘vlak’ en leidde daarnaast de vrouwenploeg op de 4x400 meter naar de titel. Ze evenaarde zo het toernooizegerecord van Fanny Blankers-Koen, die in 1950 goud pakte op de 100 meter, 200 meter en 80 meter horden.
In Rome twee jaar geleden, in aanloop naar de Spelen van Parijs, mikte ze ook op driemaal goud, maar moest die ambitie op de eerste dag al bijstellen toen de gemengde estafetteploeg zich met brons tevreden moest stellen. Ze pakte er wel de titel met het vrouwenteam en – natuurlijk – op de 400 meter horden. Bijna twee seconden voorsprong had ze op de Franse zilverenmedaillewinnares Louise Maraval, een lichtjaar in sprinttermen.
Dat de verhoudingen op mondiaal niveau weer anders lagen, bleek een paar maanden later in Parijs, toen Broeders-Bol in de finale bijna twee seconden toegaf op de ongenaakbare Sydney McLaughlin-Levrone. Ook de Amerikaanse Anna Cockrell kwam haar nog voorbij in het Stade de France.
In Birmingham ligt dat allemaal anders. De afgelopen maanden klonk het soms, als ze over haar omscholing sprak, of Broeders-Bol zich nog altijd een beetje een stagiair voelde, snuffelend aan een nieuwe professie op een werkervaringsplaats. Dat was sowieso wat overdreven, want ze behoorde na slechts vier outdoorwedstrijden over 800 meter al tot de wereldtop. Ze naderde eind juni tijdens de Diamond League in Parijs het nationaal record van Ellen van Langen (1.55,54) al tot 0,06 seconden en noteerde 1.55,60. Slechts twee vrouwen waren dit seizoen sneller dan zij over de dubbele ronde.
Maar wie de lijst met snelste lopers erbij pakt, ziet boven Broeders-Bol nog twee Europeanen staan. De Zwitserse Werro en Hodgkinson. Het is duidelijk: nergens is het niveau op de 800 meter zo hoog als in Europa. Broeders-Bol kan in Birmingham niet freewheelen of op haar ervaring leunen zoals ze dat in München en Rome wel kon. Maar dat is juist de aantrekkingskracht, want alleen tegenover zulke concurrenten kan ze dit onderdeel, waarin de lopers niet veroordeeld zijn tot hun eigen smalle baan maar al na 200 meter samendrommen, door en door leren kennen.
‘Het grootste doel van dit jaar is het ontdekken van de afstand’, zei ze afgelopen voorjaar. Ze moet uitvogelen hoe ze zich staande houdt in een pelotonnetje, hoe ze haar ellebogen moet gebruiken. Hoe ze kan inspelen op een snelle start of juist een traag begin van haar tegenstanders. En wat ze daar zelf tegenover zou kunnen stellen. De 400 meter horden was als een tijdrit, zij alleen tegen de klok. Op de 800 meter speelt strategie een grotere rol, al kon ze in de voorronde op dinsdag eenvoudig op kop haar eigen tempo bepalen.
In de halve finale van donderdagmiddag was dat al anders en zeker in de finale zal ze niet alleen van zichzelf kunnen uitgaan. Dan zal ze onderweg beslissingen moeten nemen over hoe om te gaan met de tactiek van Hodgkinson. En die van Werro, want de Zwitserse werd ondanks haar val en laatste plaats in de halve finale door de jury toegevoegd aan de finale. ‘Audrey is iemand die graag de kop pakt en de race hard maakt, maar ik weet nog niet wat Keely’s plan of dat van mij is.’
Werro is de sensatie van dit seizoen. De Zwitserse was de eerste sinds 1983 die door de grens van 1.54 brak. Begin juni noteerde ze 1.53,98 en later die maand zelfs 1.53,80. Alleen de Tsjechische wereldrecordhouder Jarmila Kratochvílová (1.53,28) en Sovjet-atleet Nadezjda Olizarenko (1.53,43) waren ooit sneller, maar zij liepen hun toptijden in de van doping doortrokken donkere jaren van de atletiek.
Met haar wonderbaarlijke prestaties is Werro zelfs Hodgkinson gepasseerd als favoriet voor de titel. En dat terwijl de regerend olympisch en Europees kampioen deze winter nog naar een nieuw indoorwereldrecord snelde. Maar Hodgkinson werd door hamstringproblemen aan het eind van de winter teruggeworpen en kwam in juni tijdens een trainingsloopje ongelukkig ten val. Met haar knie viel ze op een metalen rooster en ze liep bloederige wonden op.
Inmiddels heeft de Engelse laten zien weer in goede vorm te verkeren. En als de tandem Werro-Hodgkinson op snelheid komt, zal het voor Broeders-Bol niet zo eenvoudig worden om mee te komen.
De Nederlandse zal heel precies haar inspanning willen timen, om in de slotronde nog voldoende energie te hebben. Dat is een precaire balans. En de belangrijkste voorwaarde om dat evenwicht te vinden is om langzaam te lopen. Zo voelt het voor haar althans.
Als ze op de automatische piloot vertrekt met de snelheid die ze van de 400 meter gewend was, dan stort ze na de eerste ronde onherroepelijk in. Ze moet dus op reserve starten. En dat is, ondanks haar rappe tijden, nog altijd zoeken. ‘Voorheen was op de 400 meter en de 400 meter horden snelheid altijd mijn zwakke punt. Mijn sterke punt was mijn uithoudingsvermogen. Nu is dat ineens heel anders’, vertelde ze eerder dit jaar.
Ze weet in elk geval dat ze zal moeten proberen om met Werro en Hodgkinson mee te gaan. Vorige maand, bij de Diamond League in Londen, had ze Hodgkinson een eindje laten weglopen terwijl ze achteraf het gevoel had dat ze sterk genoeg was om tenminste aan te haken. De les van die race, daags voor de EK-finale? ‘Nooit meer zo’n gat laten vallen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant