Home

‘Als een bos ­gezond is, is het risico op brand veel kleiner’

Stef van Dongen start een project om de verwaarloosde bossen in de Spaanse Muga-vallei gezond te maken. Dan worden ze hopelijk weer vochtig en sponsachtig, wat ook beschermt tegen brand. ‘Zonder water geen leven, dus ook geen economie, zo eenvoudig is het.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Duurzaamheid is niet langer het sleutelbegrip in zijn betoog over waarom het nodig is te strijden voor ‘gezonde bossen met een gezonde bodem’ in Europa, zoals Stef van Dongen zelf in zijn dagelijks leven doet. ‘Mensen zien duurzaamheid als iets dat niet noodzakelijk is. Maar het gaat tegenwoordig om overleven: het voorkomen van chaos, het bieden van bestaanszekerheid en van veiligheid.’

De bosbranden waarmee Europese landen deze zomer op grote schaal te maken hebben gekregen, onderstrepen voor hem het belang van zijn missie. Bossen moeten hun vochtige, sponsachtige karakter terugkrijgen om vuur tegen te gaan, maar ook om te zorgen voor vruchtbare landbouwgrond en daarmee voor een bloeiende plattelandseconomie.

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

‘Water ligt aan de basis van ons bestaan. Zonder water geen leven, dus ook geen economie, zo eenvoudig is het. Ik ben er wel optimistisch over dat mensen dat gaan beseffen, aangezien we watergebrek steeds meer aan den lijve ervaren. Dan kan het met dat besef snel gaan.’

De 50-jarige Van Dongen woont nu tien jaar in de Spaanse Pyreneeën, sinds hij op een wandeling in het uiterste oosten van de bergketen uitkwam bij de Muga-vallei. Op dat moment was de ondernemer, die met succes de sociale onderneming Enviu had opgezet, ‘zonder baan, zonder relatie en zonder huis’.

Wel stond hem voor ogen dat hij zich met water wilde bezighouden. Tijdens zijn voettocht zag hij bevestigd wat hij al wist, namelijk ‘dat water hard uit de bossen aan het verdwijnen is, met alle gevolgen van dien voor de bossen zelf, maar ook voor de bijbehorende delen van stroomgebieden’.

In de Muga-vallei, waar hij 500 hectare grond bezit, is hij de initiatiefnemer achter een samenwerking van 68 dorpsgemeenschappen. Die willen eerst 20 duizend, en later zelfs 100 duizend hectare land herstellen. Doel is de watervoorziening veilig te stellen en de biodiversiteit te laten toenemen.

De bijbehorende stichting, Pioneers of Our Time, staat op het punt een proefproject van 160 miljoen euro te beginnen. Dat heeft de steun van lokale overheden, investeerders en Europese fondsen. Het bestuur bestaat uit prominente Catalanen, op de achtergrond is Van Dongen hun adviseur. ‘Lokale inbedding is essentieel. Als buitenlander moet je niet prominent in beeld komen.’

Wel treedt hij op de voorgrond bij de internationale activiteiten van de stichting. Voor ‘andere, noodlijdende stroomgebieden wereldwijd’ wil de stichting een voorbeeldfunctie vervullen. Mede door Van Dongens inspanningen is een netwerk ontstaan van vergelijkbare gebieden in Frankrijk, Italië, Californië, Australië, Jordanië en Zuid-Afrika. Pioneers of Our Time vervult als ‘technisch secretariaat’ van het netwerk een voorname rol.

Ondanks zijn mondiale aspiraties hoedt Van Dongen zich voor grootspraak: ‘Ik ben een pionier, maar heb geen behoefte de held uit te hangen. We doen dit samen met honderden andere initiatieven. Ik ben maar een eenvoudige jongen uit Strijen (in de Zuid-Hollandse Hoeksche Waard, red.) die op een dag hiermee is begonnen. Iedereen kan iets beginnen.’

Speelde de natuur in uw jeugd ook al een belangrijke rol?

‘Zeker! Het was mijn jongensdroom te zorgen voor het bos. Met de weilanden vormde het de speelplek waar ik de meeste tijd te vinden was. Ik sprong over slootjes, ging met mijn beste vriendje salamanders zoeken, vogels en herten kijken en hutten bouwen. In de natuur voel ik me altijd een gezonder en beter mens.’

Toch werd u geen boswachter, maar ondernemer.

‘Het ondernemen kreeg ik met de paplepel ingegoten. Mijn ouders runden een bedrijf in de financiële dienstverlening. Ze hebben me een vertrouwde omgeving en stimulerende opvoeding geboden. Over geld hoefde ik me nooit zorgen te maken, wat me de rust gaf te bedenken wat ik met mijn leven wilde.

‘Ik kwam in Haarlem terecht op een businessopleiding met vooral kinderen van ondernemers. Toen ik 17, 18 was ben ik gaan reizen. In Chili zag ik de milieuschade op stranden die door mijnbouw gifgroen waren geworden, ik hoorde over de kanker van dorpsbewoners. Dat heeft iets in gang gezet, ik kan niet goed tegen onrecht.’

Wat dacht u als ondernemer te kunnen beginnen?

‘Geld heb ik altijd als een middel gezien om je dromen te realiseren. Bedrijven zijn er in mijn ogen om de samenleving te dienen. Dat doen ze lang niet altijd; ze kunnen vernietigend zijn, maar ik voelde me aangetrokken tot het concept van het dienende bedrijf: business as a force for good.

‘Toen ik mijn sociale onderneming Enviu in 2004 oprichtte, stond mij voor ogen andere sociale ondernemingen op te bouwen die de status quo uitdaagden. Ik wilde systeemfouten blootleggen en economisch renderende alternatieven ertegenover stellen.

‘Een voorbeeld is het bedrijf voor elektrische tuktuks in India dat we hebben opgericht. Dat was niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de tuktuk-bestuurders die daardoor uit een gedwongen arbeidsverhouding konden komen. Die onderneming heeft een grote impact gehad.

‘Zo zijn er meer voorbeelden te geven, we zijn doorgegroeid naar tweehonderd werknemers in zeven landen. Het nadeel van dat succes was dat ik terechtkwam in de rol van een manager die tussen landen rondvloog, op te grote afstand van de natuur.’

U vertrok en besloot tot een voettocht die eindigde in de Muga-vallei. Wat gebeurde daar?

‘Ik werd verliefd op de plek waar ik nu werk. De grond was van een Spanjaard van in de zeventig; een man die zijn eigen wijn en groenten verbouwde, zijn eigen wild schoot. Hij liet me iedere dag wat meer van zijn land zien. Na drie weken zaten we op een avond naar de krekels te luisteren en zei hij tegen me: ‘Ik geloof dat ik mijn opvolger heb gevonden.’

‘De volgende dag hebben we de deal gesloten. Daarna heeft hij me enorm geholpen door me bij alle informele en formele leiders van de dorpsgemeenschappen te introduceren.’

Hoe wist u die bij uw project te betrekken?

‘Polderen! De kunst is met iedereen het gesprek aan te gaan. De eerste jaren heb ik vooral geluisterd. Ik wilde van mensen weten: wat zijn je dromen? Maar ook: wat zijn je angsten? En: waar maak je je druk om?

‘Daar kwamen vier thema’s uit naar voren: de angst voor vuur, de angst voor watertekort, het gebrek aan banen en het gebrek aan huizen voor jongeren. Ik wist dus dat ik in mijn plannen die vier zorgen moest integreren.

‘Mijn eigen idee was de biodiversiteit te verbeteren om zo tot gezonde bossen te komen. Daarom wilde ik de wolf en de gier in de Muga-vallei terug. Want zonder de wolf heeft het wilde zwijn geen natuurlijke vijand. Dat gaat ten koste van veel kleine planten en dieren, met dramatische gevolgen voor de biodiversiteit. Krijgt een wild zwijn de varkenspest, dan heb je de gier die kadavers eet, nodig om het pestvirus te elimineren.

‘Maar op een gegeven moment werd bekend dat ik vóór de wolf en de gier was en werd ik ‘die gekke Hollander’ die Spaanse kinderen in gevaar zou brengen. Die beeldvorming leerde me dat ik op de achtergrond moest blijven.

‘Ik ging me erop toeleggen alle belanghebbenden om tafel te krijgen: biologen en ecologen voor wetenschappelijke input, lokale politici en de regionale overheid, de brandweer, investeerders. Onder hen wilde ik draagvlak creëren voor een plan van aanpak, polderen dus.’

Wat behelst uw plan?

‘We streven naar gezonde bossen; daarmee kunnen we die vier grote zorgen van streekbewoners aanpakken. Dus zetten we in op bodemherstel en verbetering van de biodiversiteit van circa 20 duizend hectare. Dat levert nieuwe banen en daarmee een toestroom op van ongeveer 1.500 mensen naar ons gebied. Voor hen moeten huizen worden gebouwd, infrastructuur worden aangelegd en winkels en overheidsdiensten komen, noem maar op.

‘Ook willen we de kennis over bosbouw via scholing vergroten. De bossen worden al decennialang verwaarloosd, waardoor een veel te grote dichtheid van bomen is ontstaan. We moeten werken aan mozaïekbossen, met velden en ruimte tussen een diversiteit aan bomen.’

Hoe helpt dat tegen het risico van bosbranden?

‘Een gezond bos is een vochtig bos en heeft daarmee een sponsfunctie: het houdt zo’n 80 procent aan regenwater vast, waardoor dat ten goede komt aan de watervoorraad. Als een bos gezond is, is het risico op brand veel kleiner.

‘Tegenwoordig houden de bossen in dit gebied nog maar 20 procent van het water vast. Doordat ze droger zijn geworden en de bodem warmer, stijgen wolken sneller, met minder regen als gevolg.

Boektip: De goede voorouder van Roman Krznaric.

‘Denk aan de lange termijn door jezelf te zien als goede voorouder, luidt de boodschap van deze Australische filosoof. Dat is een perspectief dat me blij maakt. Ik hoop dat toekomstige generaties met trots terugkijken naar degenen die in deze tijd voor het leefbaar houden van de planeet hebben gezorgd.’

‘De droogte wordt overigens maar gedeeltelijk door klimaatverandering veroorzaakt; voor twee derde ligt de oorzaak bij onze eigen omgang met bossen en bodem. Daarin kunnen we verandering brengen door te werken aan mozaïekbossen die regenwater beter vasthouden.

‘Ecologisch bezien gaat ons project over het herstellen van de relatie tussen de bron, de bossen, en de lagergelegen delen van een stroomgebied. Alleen al Europa telt honderden van dat soort gebieden met vergelijkbare problemen. We hopen dat anderen kunnen leren van de kennis die wij met ons project opdoen. Gelukkig ziet de Europese Unie in dat goed waterbeheer in stroomgebieden essentieel is voor de strijd tegen droogte.’

Ondervindt uw project ook weerstand?

‘Eigenlijk niet, omdat alle partijen de urgentie ervan inzien. Dat we in de strijd tegen het vuur en het gebrek aan water met een plan zijn gekomen dat ook in nieuwe banen en huizen voorziet, maakt dat we nauwelijks weerstand hebben ontmoet. Ons narratief over het belang van bestaanszekerheid is politiek neutraal. We kunnen met alle partijen door een deur, ook met de linkse en rechtse extremen.

‘Verder heeft geholpen dat we de Muga-vallei als gedeelde identiteit van alle 68 gemeenschappen zijn gaan benadrukken, daardoor is grote onderlinge onenigheid uitgebleven.

‘Natuurlijk lopen we ook risico’s met ons project, bijvoorbeeld dat we met te veel plannen tegelijk komen, waardoor het systeem op lokaal niveau kan vastlopen. Het is vooral belangrijk dat we het vertrouwen van de bevolking behouden. Daarom organiseren we geregeld festivals: bijeenkomsten met muziek waarbij we gezamenlijk pizza’s en paella maken, dat werkt enorm verbindend. Er komen ieder jaar meer mensen op af.

‘Ook helpen concrete daden, zoals waterzuivering voor dorpen regelen. Dat ons dat is gelukt, geeft de inwoners vertrouwen.

‘Een grote uitdaging is het meekrijgen van het bedrijfsleven. Dat is met andere dingen bezig, zoals de oorlog tegen Iran. Maar sinds kort werken we met een grote investeringsmaatschappij uit Barcelona die investeerders en filantropen voor ons gaat aantrekken.’

Welke hoop koestert u?

‘Ik hoop vooral dat mensen gaan inzien hoe wezenlijk water voor hun leven is. Watertekorten helpen daarbij; Barcelona heeft al enkele jaren water in Frankrijk moeten kopen omdat het op was. Mensen mochten toen hun auto niet wassen, dan komt het dichtbij voor ze.

‘Idealiter voelen mensen zich verbonden met hun stroomgebied en begrijpen ze welke cruciale rol het water, de bossen en de bodem daarin vervullen. Wanneer dat tot hen doordringt, kunnen we de weg naar een ander soort samenleving inslaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next