In haar eerste internationale 800-meterfinale snelde Femke Broeders-Bol op de EK naar het brons, achter Audrey Werro en Keely Hodgkinson. Haar tijd: 1.55,54, een evenaring van het nationaal record van Ellen van Langen uit 1992.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek, wielrennen en roeien.
De 800 meter was een waardig slotonderdeel van de atletiekavond in Birmingham, met de drie snelste loopsters van de wereld op de baan bij dit continentale kampioenschap: Keely Hodgkinson, de regerend olympisch kampioen, Audrey Werro, de op twee na snelste vrouw in de historie van het onderdeel, en natuurlijk Femke Broeders-Bol, de verse bekeerling tot de dubbele ronde.
De twee meest ervaren van het drietal, Werro en Hodgkinson, vonden na de start direct hun weg naar voren. Toen de lopers na de eerste bocht bij elkaar kwamen, voerden zij het pelotonnetje aan. Broeders-Bol daarentegen was wat in het gedrang geraakt. Pas na 500 meter vond ze wat vrijheid toen de Britse Jemma Reekie, die steeds naast haar gelopen had, het tempo niet meer kon volgen.
Broeders-Bol zat nog altijd in het kielzog van Werro en Hodgkinson, maar toen die twee in de laatste bocht het tempo opvoerden, kwam de Nederlandse op een klein gaatje te lopen. Achter elkaar aan, in de volgorde die ze bijna de hele slotronde hadden aangehouden, kwamen ze over de finish. Werro in 1.54,81, Hodgkinson in 1.55,01 en Bol in dezelfde tijd waarmee Van Langen in 1992 olympisch kampioen werd.
Voor winnares Werro (22), die dit jaar tijden liep die in de buurt kwamen van de toptijden uit de door doping besmeurde jaren 80, was het een klein gelukje dat ze überhaupt in de finale aan de start stond. De Zwitserse was in de halve finale gevallen, maar werd door de jury toegevoegd aan de eindstrijd.
Hodgkinson (24) kent een seizoen van extremen. Ze liep aan het begin van dit jaar een nieuw indoorwereldrecord over 800 meter. Ze richtte haar aandacht vervolgens op het wereldrecord outdoor, dat al sinds 1983 met 1.53,28 op naam van de Tsjechische Jarmila Kratochvílová staat. Het lukte Hodgkinson nog niet om in de buurt te komen, terwijl Werro de wereld verraste met twee races onder de 1.54 als eerste atlete sinds Kratochvílová.
Ondertussen moest Hodgkinson in juni vanwege hamstringklachten in tranen opgeven bij de nationale Britse kampioenschappen en maakte ze een maand later een ongelukkige tuimeling tijdens een trainingsloopje. Het gevolg: diepe wonden in haar knie. In Birmingham wilde ze de draad weer oppakken, maar kon tegen Werro niet op.
En de 26-jarige Broeders-Bol? Die had dit seizoen uit alle macht geprobeerd de verwachtingen te temperen. De overstap van de 400 meter horden, waarin ze in Europa nauwelijks tegenstand kende, naar de dubbele afstand zou niet eenvoudig zijn. Ze moest nog wennen aan het geduw en getrek dat er op de 800 meter nu eenmaal bij hoort. Ze voelde de snelheid die erbij hoorde nog niet aan.
Maar ondanks alle voorbehouden had Broeders-Bol maar een handvol wedstrijden nodig om zich bij de wereldtop te scharen, al kon ze het Werro en Hodgkinson nog niet werkelijk lastig maken. Haar snelste tijd van dit jaar, 1.55,60, lag nog ver achter de 1.54,33 van de Britse en 1.53,80 van haar Zwitserse tegenstandster.
De uitslag van vrijdagavond weerspiegelde de verhoudingen. Broeders-Bols omscholing is nog niet compleet. Maar de twee voor haar zijn gewaarschuwd. Terwijl Werro en Hodgkinson tijden liepen die ze al vaker hebben laten zien, verbeterde Broeders-Bol zich nog maar eens. Het gat wordt alsmaar kleiner.
Met haar eerste poging wierp Jorinde van Klinken zich vrijdagavond al meteen naar de eerste positie in de stand. De afstand – 67,67 meter – zou voor iedereen, inclusief Van Klinken in haar volgende pogingen, te ver blijken.
De 26-jarige werpster deed met het goud in Birmingham een schepje bovenop haar stunt van twee jaar geleden in Rome. In Italië was ze de eerste sinds 1978 die op een EK atletiek medailles veroverde met de kogel én de discus. Toen was dat tweemaal zilver. Nu had ze opnieuw zilver gepakt bij het kogelstoten, maar deed er goud bij.
Het was de eerste keer in haar loopbaan dat Van Klinken, die vorig jaar zilver veroverde op de WK in Tokio, een internationale titel veroverde.
Het eerste Nederlandse succes op de avond was voor Maureen Koster. De 34-jarige liep op de 10.000 meter achter de ongenaakbare Nadia Battocletti naar de tweede plaats en brulde het uit van blijdschap.
Er zat veel in die vreugdekreet. Jaren van net-niet, de teleurstelling om de 5.000 meter waar ze aanvallend liep, maar terechtkwam op de zesde plaats. En nu was er eindelijk die zo gewenste plak. ‘Mensen zeggen altijd: die medaille komt nog wel. Maar ik ben 34. Hoeveel kansen krijg ik nog in mijn leven, weet je wel? Op een gegeven moment is het ook gewoon klaar natuurlijk.’
Koster had al een Europese zilveren medaille thuis liggen, van de EK indoor in 2015. Ze eindigde op dat kampioenschap als derde, maar winnares Jelena Korobkina werd jaren later, in 2023, vanwege doping uit de uitslag geschrapt. Pas in de zomer van 2024 kreeg Koster die medaille overhandigd. Die van Birmingham telt zwaarder. Het lukt haar niet goed onder woorden te brengen hoeveel het precies betekent. ‘Ik weet het niet’, zegt ze uiteindelijk na even nadenken. ‘Ik ben heel blij.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant