EK atletiek Na haar overstap van de 400 meter horden naar de 800 meter temperde Femke Broeders-Bol de verwachtingen. Maar vrijdagavond liet ze op de EK atletiek zien tot de wereldtop te behoren: ze won brons en evenaarde het Nederlands record. „De dromen die ik had over de 800 meter komen vroeger uit dan ik had verwacht.”
Femke Broeders-Bol in Birmingham.
Het hele jaar had Femke Broeders-Bol volgehouden dat dit een tussenjaar was. Een seizoen waarin ze haar metamorfose onderging, van een sprinter op de 400 meter horden naar een middellangeafstandsloper op de 800 meter. Ze was op „ontdekkingsreis”, wilde „fouten maken” en met een „open houding” niet al te veel concrete doelen stellen.
Maar na vrijdagavond is de underdogrol die Broeders-Bol zichzelf heeft aangemeten niet langer realistisch. In de EK-finale in Birmingham liet ze zien dat ze in minder dan tien maanden tijd is uitgegroeid tot een wereldtopper op haar nieuwe discipline. Alleen twee van de snelste vrouwen aller tijden bleven haar voor: met brons op de EK atletiek en een evenaring van het 34 jaar oude Nederlands record van Ellen van Langen (1.55,54) bekroonde Broeders-Bol een bijzonder debuutseizoen op de 800 meter.
„Toen ik deze winter met mijn trainingen voor de 800 meter begon, was mijn doel me te kwalificeren voor deze EK”, zei Broeders-Bol na afloop. Maar ze verbaasde zichzelf, liep sneller dan ze dacht dat ze kon, en stond zich gedurende het seizoen toe van meer te dromen. „Ik denk dat ik nu wel heb laten zien dat ik tot de wereldtop behoor. Deze keuze heeft beter uitgepakt dan ik in mijn eerste jaar had kunnen denken.”
Al voorafgaand aan de EK atletiek was de 800 meter uitgeroepen tot een van de hoogtepunten van het toernooi. Het zit dan ook eindelijk vol in Birmingham, nadat het imposante atletiekstadion dagen achtereen een onaanzienlijke blik van duizenden lege stoeltjes bood. Britse fans bleven de afgelopen week massaal weg vanwege de slechte bereikbaarheid van het stadion en de hoge prijzen voor tickets (175 euro voor alle stoelen langs de laatste honderd meter) en eten (17,50 euro voor een hotdog).
Vrijdagavond zijn de toeschouwers er wel en laten ze zich luid horen als thuisfavoriet Keely Hodgkinson wordt aangekodingd. De Britse is de olympisch kampioen van 2024 en verbeterde begin dit jaar het indoor wereldrecord op de 800 meter. Daarna kondigde ze aan op jacht te gaan naar het 43-jaar oude wereldrecord (1.53,28) van Jarmila Kratochvilova.
Tijdens een wedstrijd in Stockholm deed ze een poging, maar was het niet zij maar de Zwitserse Audrey Werro die voor het eerst sinds de Koude Oorlog een 800 meter in minder dan 1 minuut en 54 seconden liep. Daarna raakte Hodgkinson in training geblesseerd aan haar knieën en sindsdien is het de vraag hoe goed haar vorm is. Een paar weken geleden bleef ze Broeders-Bol maar ternauwernood voor tijdens een race in Londen.
De andere topfavoriet, Werro, liep sinds haar 1.53,98 in Zweden nóg een keer onder de 1.54: in Parijs, waar Broeders-Bol op gepaste afstand tweede werd. De Zwitserse voelde zich geweldig, zo liet ze eerder deze week in Birmingham weten, maar toen kwam de halve finale op de 800 meter van donderdag.
Werro liep op kop terwijl achter haar haar concurrenten begonnen te duwen en te dringen. In de laatste bocht kwam ze ineens ten val, tot hoorbare schrik van het stadion. Even later liep ze met een schaafwond net boven haar heup langs de media, aan wie ze liet weten haar uitschakeling aan te zullen vechten. Mét succes: nadat videobeelden toonden dat een andere atleet haar ten val had gebracht, mocht Werro toch door naar de finale.
Eigenlijk had Broeders-Bol de meest rimpelloze aanloop naar deze EK en deze finale. Hoewel ze het seizoen begon met een voetblessure, veroorzaakt door de voor haar onbekende belasting van haar nieuwe trainingschema’s, kon ze daarna zonder problemen toewerken naar dit toernooi. Ze verbeterde haar persoonlijke record met meerdere seconden tot 1.55,60, enkele honderdsten van een seconden boven het Nederlands record. Ze deed in Ostrava, Hengelo, Parijs en Londen waardevolle ervaring op tegen zowel Werro als Hodgkinson.
Vooraf was de Nederlandse atleet benieuwd geweest naar de series en halve finales tijdens deze EK, races waarbij alleen de kwalificatie telt en waarin tactiek een grote rol speelt. In haar serie hield Broeders-Bol na een snelle start opzichtig in, maar niemand stak haar ondanks het lage tempo voorbij. In de langzaamste van alle races mocht ze naar de halve finale. Daarin liep ze vlak achter Hodgkinson ogenschijnlijk moeiteloos naar de tweede plek, genoeg voor de finale. Lachend kwam ze over de finish.
Ze had wel even geprobeerd aan te zetten om te zien of ze op het laatste rechte eind naar de finish haar Britse rivaal voorbij kon steken, zei Broeders-Bol naderhand, maar ze voelde Hodgkinson meeversnellen. „Ik wilde er geen ego-strijd van maken. Morgen is de finale.”
Stilte in het stadion, tot het startschot de twintigduizend toeschouwers deed ontvlammen. Meteen schoten de drie favorieten naar voren, al bleef de Britse Jemma Reekie lang naast Broeders-Bol lopen. Die ontspande iets te veel en kwam daardoor vlak na de start in het gedrang terecht. Ze stapte twee keer op een voet van Werro, maar beide atleten bleven overeind.
De Zwitserse heeft de snelste tijden van de drie en probeerde er een harde race van te maken door al na driehonderd meter te versnellen. Broeders-Bol schrok ervan, maar ze wist: ik moet mee. Vooraf had ze samen met haar coach Laurent Meuwly een plan gemaakt: blijven plakken en proberen op het eind toe te slaan. Het was dezelfde tactiek als Broeders-Bol in Londen wilde toepassen, maar daar liet ze Hodgkinson weglopen.
Ditmaal bleef de Nederlandse atleet er goed bij, tot Werro en Hodgkinson met nog tweehonderd meter te gaan nogmaals versnelden. Broeders-Bol kon niet harder, een klein gaatje viel, en in de laatste honderd meter was ze niet meer in staat dichterbij te komen. Werro won, met pleister op haar zij, in een tijd van 1.54,81. Daarachter werd Hodgkinson tweede.
Van teleurstelling was er na afloop geen sprake. Ze was weer een stukje dichterbij de absolute top gekomen, zei Broeders-Bol na afloop blij. Als enige van de drie favorieten verbeterde ze zichzelf. Een enorme boost, vond ze, die haar helpt steeds beter in zichzelf te geloven. Ze moest dit jaar geen echte horden meer overwinnen, maar „andere horden” van het mentale soort. „Mijn benen sneller gaan soms sneller dan mijn hoofd”, zei Broeders-Bol, waarmee ze probeerde te zeggen dat ze de neiging heeft zichzelf te onderschatten en zich onder concurrenten als Werro en Hodgkinson te plaatsen.
Haar coach Meuwly had haar voorafgaand aan de finale aangemoedigd om vol voor goud te gaan. „Hij zei: je werkt er zo hard voor, gun het jezelf om echt met hen de strijd aan te gaan.” Dat was haar goed gelukt, concludeerde Broeders-Bol tevreden met een grote ronde, bronzen medaille om haar nek. „De dromen die ik had over de 800 meter komen vroeger uit dan ik had verwacht.”
Terwijl Femke Broeders-Bol op de atletiekbaan verscheen voor haar finale op de 800 meter, vierde Jorinde van Klinken op het middenterrein feest. Ze won goud bij het discuswerpen met een worp van 67,67 meter. Het is voor Nederland de eerste titel ooit bij het discuswerpen. En na haar zilveren medaille op de EK atletiek in Rome twee jaar geleden is dit ook de eerste grote titel voor de Nederlandse atleet.
„Deze medaille is natuurlijk prachtig, maar ik ben vooral gigantisch trots dat ik weer met twee medailles naar huis ga”, zei Van Klinken nadat ze het goud omgehangen had gekregen. Eerder deze week won ze de zilveren medaille bij het kogelstoten, achter Jessica Schilder. Twee jaar geleden won Van Klinken ook al twee medailles, toen was het twee keer zilver
Eerder op de avond won Maureen Koster zilver op de 10.000 meter, een prestatie waar ze zo gelukkig mee was dat ze het niet onder woorden kon brengen. „Ja, ik euh, ja.., ik ben blij”, stamelde ze. Koster liep een uitstekende finale en zat er keurig bij toen zich een kopgroep van vier afsplitste. Vier koplopers werden er drie, en toen de Italiaanse Nadia Battocletti, die dit toernooi ook al de 5.000 meter won, met nog een halve ronde te gaan versnelde, was de Nederlandse atleet de enige die haar enigszins kon volgen.
Koster noemde het een revanche voor al die keren dat ze in haar carrière net naast het podium eindigde. „Daarom is deze extra mooi.” Het is voor de 34-jarige Koster haar eerste medaille op een internationaal toernooi in de buitenlucht, na een eerdere zilveren medaille op de 3.000 meter op de EK indoor van 2015.