Vanaf maandag onderhandelt het minderheidskabinet met de oppositie over de Prinsjesdagbegroting. Het team-Jetten lijkt te blaken van zelfvertrouwen, want het heeft deze zomer weinig moeite gedaan om Pro, JA21 en andere partijen welwillend te stemmen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Veertien dagen. Meer tijd heeft het kabinet-Jetten niet om bij de oppositie voldoende steun te vergaren voor de rijksbegroting van volgend jaar. Uiterlijk op maandag 31 augustus moet de Miljoenennota voor advies naar de Raad van State.
De tijd om een akkoord te sluiten met de oppositie is dus krap. Desondanks heeft het kabinet deze zomer geen moeite gedaan om oppositieleiders voor zich te winnen. Integendeel: het minderheidskabinet gedraagt zich als een meerderheidskabinet dat de steun van de oppositie niet per se nodig heeft.
Omdat Nederlandse kabinetten al sinds juni 2019 geen meerderheid in de Eerste Kamer meer hebben, sluiten coalities in het najaar vaak deelakkoorden met een aantal oppositiepartijen om de begroting door de senaat te krijgen. Dit jaar komt het kabinet voor het eerst ook in de Tweede Kamer zetels tekort. Daar bezetten D66, VVD en CDA samen maar 66 zetels, tien te weinig voor een meerderheid.
Daarom gaat het kabinet nu wel vooraf in gesprek met de oppositie. De eerste gesprekken met oppositieleiders vinden maandag en woensdag plaats op het ministerie van Algemene Zaken. D66-premier Rob Jetten en de vicepremiers Dilan Yesilgöz (VVD) en Bart van den Brink (CDA) zitten er namens het kabinet. De fractievoorzitters van de oppositie nemen een secondant mee.
Maandag zijn Joost Eerdmans (JA21) en Jesse Klaver (Pro) uitgenodigd. Het gaat hierbij om een eerste politieke ‘aftastronde’, niet om serieuze onderhandelingen. Die vinden daarna plaats op het departement van Financiën, in aanwezigheid van minister Eelco Heinen. Het kabinet streeft ernaar de Miljoenennota in de ministerraad van vrijdag 28 augustus af te hameren.
Ondanks het krappe tijdschema lijkt het kabinet onbezorgd de onderhandelingen in te gaan. Vlak voor het zomerreces zei Jetten dat hij in augustus ‘afspraken voor meerdere jaren’ met de oppositie wil maken, onder meer over de voorgenomen bezuinigingen op sociale zekerheid en gezondheidszorg. Volgens de premier zou het kabinet zelf voorstellen aandragen die de oppositie moeten overtuigen.
Dat lijkt een riskante strategie, want de oppositieleiders ruiken bloed. Gezien het grote zeteltekort van het kabinet zijn ze niet geneigd zich bescheiden op te stellen. Voor de zomer hebben Pro, JA21 en BBB, de partijen die het kabinet de meeste stemmen kunnen leveren, harde voorwaarden gesteld aan hun steun.
Pro eist dat het kabinet de miljardenbezuinigingen op de sociale zekerheid terugdraait en vermogenden zwaarder gaat belasten. JA21 wil lastenverlichting en intrekking van de Spreidingswet. BBB-voorman Henk Vermeer is niet uitgenodigd voor de eerste gespreksronde, maar schuift later mogelijk alsnog aan. Hij stelt afzwakking van de stikstofmaatregelen voor boeren als voorwaarde voor de steun van zijn partij.
Al die eisen kosten veel geld en/of staan haaks op de afspraken in het coalitieakkoord. Veel (smeer)geld voor de onderhandelingen is er niet. Heinen gaf vrijdag de winstwaarschuwing af die ministers van Financiën altijd voor een begrotingsronde laten horen: de financiële ruimte is beperkt.
Voor de lastenverlichtingen die Eerdmans vraagt, lijkt dus geen geld te zijn. D66 en CDA staan open voor de hogere vermogensbelastingen die Pro wil zien, maar de VVD heeft daar een veto over uitgesproken. Het afzwakken van het stikstofbeleid om de BBB aan boord te hijsen is onaantrekkelijk, omdat het kabinet eindelijk wil doorpakken op dit dossier. Bovendien dreigt Pro zijn cruciale steun voor de stikstofplannen in te trekken als die worden afgezwakt.
In deze context is de nonchalante houding van het kabinet maar op één manier te verklaren: de coalitie gokt erop dat de beleidsplannen er ook wel doorheen komen zonder akkoord. Misschien hopen de regeringspartijen dat de oppositie zich toch laat verleiden met ‘strooigoed’: een paar kleine concessies die niet al te veel geld kosten.
Het kabinet hoeft ook geen akkoord te sluiten over alle bestreden bezuinigingen. De door Pro verfoeide ingrepen in de WIA en de WW staan pas in de boeken voor 2029, en zijn dus niet relevant voor de begroting voor volgend jaar. Het enige pijnpunt dat geen uitstel verdraagt, is de verhoging van het eigen risico in de zorgverzekering met 60 euro. Die lastenverhoging van 1 miljard euro staat wél voor 2027 op de begroting.
Het parlement stemt echter niet over de Miljoenennota in zijn geheel, maar afzonderlijk over het Belastingplan en de begrotingswetten van elk ministerie. Het verwerpen van een departementale deelbegroting heeft in de praktijk slechts tot gevolg dat beleidswijzigingen op pauze worden gezet. De minister kan – moet – daarna gewoon een nieuwe begroting indienen. Dan is het nog vroeg genoeg om concessies te doen, denkt het kabinet misschien.
Het wegstemmen van het Belastingplan heeft wél grote gevolgen, want dan gaan alle voor 2027 aangekondigde fiscale wijzigingen niet door. Omdat de stemming in de Eerste Kamer meestal pas half december plaatsvindt, zou dat chaos veroorzaken bij de Belastingdienst. Die heeft dan al op invoering per 1 januari gerekend.
Kabinetten zijn geslepen genoeg om naast belastingverhogingen ook lastenverlichtingen in het Belastingplan op te nemen. Met een tegenstem torpedeert de oppositie dan ook ‘leuke dingen voor de mensen’, wat de drempel voor dwarsliggen verder verhoogt.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant