Samen met Nederland organiseert België de komende twee weken het WK hockey voor mannen en vrouwen. Het toernooi is een bijzondere mijlpaal voor het Belgische hockey, dat gouden tijden beleeft.
schrijft voor de Volkskrant vooral over hockey, zwemmen en golf.
In het noorden van Wallonië, in het Franstalige stadje Waver (Wavre), is een hypermodern hockeystadion verrezen dat de nieuwe thuisbasis vormt voor de nationale teams van België. De komst van de Belfius Hockey Arena markeert de ongekende opmars van het Belgische hockey in de afgelopen vijftien jaar. Het grotendeels vernieuwde, voormalige voetbalstadion vormt de komende twee weken het decor van het eerste WK hockey bij onze zuiderburen.
België en Nederland organiseren van 15 tot en met 30 augustus gezamenlijk het WK voor mannen en vrouwen, waarbij de finale voor de mannen in Waver wordt gespeeld en de eindstrijd bij de vrouwen in het Wagener Stadion in Amstelveen. Alle groepswedstrijden spelen de nationale teams voor eigen publiek.
‘Gendergelijkheid is voor ons heel erg belangrijk’, zegt directeur Serge Pilet van de Royal Belgian Hockey Association (RBHA), de Belgische hockeybond. ‘We wilden niet kiezen voor alleen een WK mannen of alleen een WK vrouwen. Gelukkig dachten de Nederlanders er precies hetzelfde over.’ De slogan van de wereldtitelstrijd in de twee landen – ‘Together for Glory’ – sluit daar naadloos op aan.
Het is ruim een week voor de openingswedstrijd van het WK, als de Volkskrant welkom is voor een rondleiding in de nieuwe hockeyarena, die dit voorjaar officieel werd geopend. Buiten bouwen mannen met ontbloot bovenlijf op het stadionplein tenten voor de fanzone, binnen maken de spelers van de Red Lions, zoals de bijnaam van het nationale mannenteam luidt, zich op voor een training in tropische temperaturen.
Directeur Pilet maakt in de gang van de kleedkamers een praatje met doelman Vincent Vanasch, begroet aanvoerder Arthur Van Doren (‘Hé Tuurke’) en geeft een enkele speler – zoals gebruikelijk in Franstalig België – een kus op de wang.
Het zijn drukke dagen voor de bondsdirecteur, maar Pilet is geen man die snel in de stress schiet. De meeste hoofdbrekens bezorgde hem het verhogen van de capaciteit van het knusse stadion, van de vierduizend vaste zitplaatsen naar tienduizend stoeltjes voor het WK. ‘Gelukkig is dat allemaal goed gekomen. De rest is peanuts.’
Serge Pilet begon in 2013 na een lange carrière in de commerciële wereld aan zijn nieuwe job als directeur van de RBHA. De voormalig international zag destijds de potentie van het Belgische hockey, zowel in de top als in de breedte, maar hij kon niet bevroeden dat de sport zo’n gigantische groei zou doormaken.
Het aantal leden nam in circa vijftien jaar tijd toe van 35 duizend tot 63 duizend, verdeeld over de twee entiteiten Hockey Vlaanderen en Hockey Wallonie Bruxelles. Het aantal clubs in België steeg in deze periode van 80 naar 113.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de successen van de Red Lions in de afgelopen tien jaar. Na het olympisch zilver in 2016 volgden voor de mannen louter gloriejaren, met de wereldtitel in 2018, de Europese titel in 2019 en de olympische titel in 2021. Deze zomer wonnen de mannen de landencompetitie van de Pro League en België voert momenteel de wereldranglijst aan vóór Nederland, de olympisch kampioen van 2024.
De Belgische vrouwenploeg – de Red Panthers – timmert in de schaduw van de mannen ook aan de weg. Na Nederland en Argentinië staat het team op de derde plek op de wereldranglijst. Een grote titel ontberen de vrouwen nog altijd; wel reikte de ploeg in 2017 en 2023 tot de EK-finale, waarin Nederland twee keer een maatje te groot bleek.
Het succes van het Belgische hockey kent vele vaders. De Nederlander Bert Wentink (jarenlang technisch directeur bij de Belgische bond) en oud-voorzitter Marc Coudron stonden volgens Pilet aan de wieg van de glorieperiode. ‘Zij hebben gezorgd voor een professionele structuur en omkadering’, vertelt Pilet in het riante grandcafé van hockeystadion, met uitzicht op het blauwe hoofdveld.
Ook de Nederlandse bondscoaches in Belgische dienst – Marc Lammers, Jeroen Delmee en Michel van den Heuvel bij de mannen en Niels Thijssen en Raoul Ehren bij de vrouwen – hebben bijgedragen aan de opmars. Dat geldt nadrukkelijk ook voor de Australiër Adam Commens, die eerst bondscoach was, en nu al jarenlang technisch directeur is, en voor de huidige succescoach Shane McLeod uit Nieuw-Zeeland.
Pilet: ‘We hebben onze eigen cultuur gevormd door de inbreng van internationale coaches en technisch directeuren. Voor elke periode in het proces probeerden we de – voor ons op dat moment – beste mensen aan te stellen. Ieder heeft zijn aandeel gehad.’
Volgens de bondsdirecteur liepen er in België altijd wel talentvolle hockeyers rond, maar zagen veel topspelers zich genoodzaakt rond hun 23ste of 24ste afscheid te nemen van de topsport, ten faveure van een maatschappelijke carrière.
‘Vroeger verdienden internationals niks en stopten ze op jonge leeftijd, waardoor we telkens opnieuw moesten beginnen met een nieuwe generatie’, zegt Pilet. ‘Tegenwoordig krijgen ze een salaris van de federatie; verder hebben ze een salaris van de club en daarnaast vaak nog individuele sponsors. Een tophockeyer kan nu deftig leven van de sport, dat was vroeger ondenkbaar.’
De kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2008 in Beijing is volgens Pilet van doorslaggevende betekenis geweest voor de populariteit van het hockey in zijn land. Voor het eerst sinds 1976 was de mannenploeg weer present op de Spelen, en dat leidde tot veel media-aandacht, zichtbaarheid en als gevolg daarvan meer sponsoring.
‘De plaatsing voor Beijing heeft de hockeysport een enorme boost gegeven. En vergeet ook niet dat we toen over een bijzonder talentvolle lichting beschikten’, zegt Pilet. Hij doelt op spelers als Félix Denayer, Thomas Briels en John-John Dohmen, die in 2008 aan het begin van hun carrière stonden en zich later zouden ontwikkelen tot de dragende krachten van de gouden generatie die van 2018 tot 2021 alles won wat er te winnen viel.
Met de – zoals Pilet het verwoordt – ‘mediatisering’ van de hockeysport in België en het groeiend aantal sponsoren nam ook het budget voor het tophockey een grote vlucht. Inmiddels werkt de RBHA met een budget van circa 8,5 miljoen euro, waarvan 4,5 à 5 miljoen euro bestemd is voor de nationale teams: heren, dames en jeugd.
Dat is vergelijkbaar met de situatie in Nederland, bevestigt een woordvoerder van de Nederlandse bond KNHB. Beide landen hanteren een gelijke budgetverdeling voor mannen en vrouwen.
In de gloednieuwe Belfius Hockey Arena – totale kosten: 11 miljoen euro, gelegen aan een rustige straat met vrijstaande huizen – kijkt Pilet aan de vooravond van het WK hockey om zich heen. Hij staat aan de rand van het veld, waar de sproeiers het waterveld prepareren voor de training van de Red Lions.
Dertien jaar geleden ging hij de uitdaging aan bij de RBHA en maakte hij naar eigen zeggen van zijn hobby zijn beroep. ‘In het begin kreeg ik nog weleens de vraag wat ik naast mijn werk bij de hockeybond deed. Ze hadden niet verwacht dat het een fulltimejob was’, zegt hij lachend.
Terugblikkend op de afgelopen jaren noemt Pilet de successen van het Belgische hockey ‘fantastisch’, maar hij is geen man die daar lang bij stilstaat. De blik van de directeur is gericht op de toekomst. Eerst het WK in eigen land en in Nederland, volgend jaar het EK in Engeland plus het jeugd-WK (onder 21 jaar), waarna een jaar later alweer de Olympische Spelen in Los Angeles wachten.
Als eerste Europese land hebben de Belgische mannen, evenals de Nederlandse vrouwen, zich door de winst van de Pro League al geplaatst voor de Spelen van 2028. Maar Pilet is nog lang niet klaar, een nieuwe sterke lichting klopt alweer op de deur.
De Nederlandse hockeyers wachten al 28 jaar op een nieuwe wereldtitel. In 1998 kroonde de mannenploeg, met de huidige bondscoach Jeroen Delmee in de gelederen, zich in Utrecht voor het laatst tot wereldkampioen.
Als regerend olympisch kampioen gaan de hockeyers dit jaar voor niets minder dan de wereldtitel, stelde Delmee in aanloop naar het WK. ‘Maar de concurrentie is enorm, en zelf hebben we niet het beste seizoen achter de rug.’ De mannen spelen zondag in Amstelveen hun eerste WK-wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland.
De vrouwenploeg won de afgelopen drie edities van het WK en is ook nu de huizenhoge favoriet. Bondscoach Raoul Ehren beleeft zijn eerste WK als eindverantwoordelijke van de Nederlandse hockeysters. Hij verwacht voorname concurrentie van Argentinië, België, China en Duitsland. De vrouwen openen hun WK zaterdag tegen Chili.
Het WK in Nederland en België kent een nieuwe opzet, met twee groepsfases. Na de tweede poulefase volgen direct de halve finales. De vrouwenfinale is op zaterdag 29 augustus in Amstelveen, de mannen strijden een dag later in Waver om de wereldtitel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant