Op camping De Weijde Blick in de Ooijpolder ging het er op z’n Dorus aan toe. De markante eigenaar dronk graag een drankje mee met zijn gasten, maar kon ze ook aanspreken als het niet ging zoals hij het wilde.
Recensies van camping De Weijde Blick kregen steevast één of vijf sterren. Een tussenweg leek er niet te zijn. En dat had alles te maken met de markante eigenaar Dorus Jansen, die de camping tot zijn 96ste bestierde en daarmee de oudste campingbaas van Nederland was.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Jansen werd in 1929 geboren in Beek, vlak bij Nijmegen, en werkte bijna zijn hele leven lang als zelfstandig veetransporteur. Daarnaast bezat hij wat stukken grond in de Ooijpolder. Hij leek rimpelloos zijn pensioen te halen, tot hij een bedrijfsongeluk kreeg. Tijdens het uitladen van de stieren kwam hij klem te zitten tussen een wand en een dier. De huisarts adviseerde hem dringend om iets anders te gaan doen. Maar ja, wát?
Een aangekocht stuk land in Persingen bleek de oplossing, want precies rond de tijd van het ongeluk zocht de gemeente Berg en Dal belangstellenden om een camping te beginnen, in de hoop de recreatie in de Ooijpolder op gang te brengen. Hij kreeg een vergunning, zette een douche- en toiletgebouw neer, een overdekte wasplaats en een zithoek – meer luxe was niet nodig, vond hij – en zo maakte hij op zijn 64ste een bijzondere carrièreswitch.
Jansen genóót van zijn nieuwe bestaan als campinghouder. Regelmatig nodigden gasten hem uit voor een drankje, waarna hij aan het einde van de avond zwalkend zijn bed opzocht in zijn woning naast de camping. Vooral na het overlijden van zijn tweede vrouw werd de camping zijn uitlaatklep: het hield hem jong en energiek.
Hoogtepunt waren de dagen in juli, rond de Vierdaagse, het jaarlijkse wandelevenement, als op het terrein waar ruimte was voor vijftien plaatsen gerust zeventig caravans stonden. ‘Allemaal gedoogd door de gemeente’, zegt zijn zoon Frank. ‘Want die vonden het prachtig. En mijn vader ook: zo kon hij mooi een centje bijverdienen.’
Jansen bleef lang gezond, hoewel hij in zijn leven nooit groenten of fruit had gegeten – alleen komkommer, elke avond weer. Maar vanaf zijn 90ste begonnen de jaren te tellen. Steeds vaker hing het bordje ‘vol’ bij de ingang, ook al was er nog plek genoeg. En wie de website bezocht, stuitte op de tekst: ‘Gezien de huidige leeftijd van de eigenaar is het voor hem niet altijd mogelijk om adequaat en snel te reageren op telefoon en e-mail.’
Vaste gasten kenden de grillen van de oude campingbaas. Maar dat gold niet voor iedereen, zegt zijn zoon, die regelmatig werd opgetrommeld als er iets aan de hand was. ‘Als hij vond dat iemand te lang douchte, liep hij er gerust naartoe om met zijn stok op de douchedeur te tikken: ‘Weet je wel wat dat allemaal kost?’ En net zo goed kon hij op iemand afgaan die met zijn was een stukje over de grens stond: ‘Je hebt maar voor één plaats betaald hè’.’
Gaandeweg namen zijn kinderen en vaste campinggasten Dorus het werk uit handen. ‘Dat was best moeilijk’, zegt Frank. ‘Hij zat vanuit huis toe te kijken hoe wij de camping probeerden te runnen, terwijl hij zelf tot steeds minder in staat was. Hij wilde nog zo graag actief zijn. Je zou kunnen zeggen dat hij te oud werd voor alles wat hij nog wilde.’
Deze zomer zou De Weijde Blick hoogstens nog een paar dagen open zijn tijdens de Vierdaagse, maar dat maakte Jansen niet meer mee. Na een kort ziekbed overleed hij op 97-jarige leeftijd. Zijn wens was om uitgestrooid te worden over zijn geliefde plek: het weiland naast de camping. Officieel mag dat niet. Maar ja, er mag zoveel niet.
Source: Volkskrant