Door het aanpassen van het landgebruik, het veroorzaken van versnelde klimaatverandering en het grootschalig onttrekken van water stevent Nederland af op een faillissement van zijn watersystemen, schreef Lars Wiersma in een opiniestuk. Volkskrant-lezers reageren.
Het is al lang bekend dat Nederland in natte perioden meer water moet vasthouden en opslaan, zodat het in droge tijden beschikbaar blijft. Lars Wiersma legt in zijn opiniestuk van 12 augustus nog eens haarfijn uit waarom dat onvoldoende gebeurt: ons waterbeheer is versnipperd, verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten en vergunningen berusten volgens hem op uitgangspunten uit een voorbij tijdperk.
Ondertussen lees ik deze zomer vooral dat ik als burger tijdens de droogte minder water moet gebruiken. Maar dempen we daarmee niet de put waarin onze kalfjes juist moeten kunnen blijven rondzwemmen? Zolang de hoeveelheid ontlasting, urine, vetten, schoonmaakmiddelen, medicijnresten en andere stoffen niet afneemt, leidt minder afvoerwater in het riool juist in tijden van droogte tot hogere concentraties, minder doorstroming, verstoppingen en stank.
Zuinig omgaan met drinkwater is natuurlijk verstandig. Maar als het structurele probleem al jaren bekend is en nu ook steeds duidelijker wordt waarom de aanpak tekortschiet, dan zijn er journalistiek gezien toch grotere vissen te vangen dan iedere droge zomer weer de burger de maat te nemen over zijn watergebruik?
Arjen Oldenhuis, Rotterdam
Lars Wiersma schrijft dat Nederland afstevent op een faillissement van zijn watersysteem. Dit faillissement heeft volgens hem geen natuurlijke, maar een bestuurlijke oorzaak. Door de gelaagdheid van het Nederlandse waterbeheer voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel. Lars Wiersma pleit daarom voor centralistisch management: er hoort maar één kapitein op een schip.
Die conclusie bevreemdt mij. De Nederlandse democratie is historisch geworteld in en gevormd door het gemeenschappelijke beheer van water. Omdat de strijd tegen het water gezamenlijk en onvoorwaardelijk (iedereen doet mee) wordt gevoerd, ontstonden er waterschappen – de oudste democratische bestuursvorm waar belang, betaling en zeggenschap hand in hand gingen.
Ik begrijp dat de strijd tegen water (bij een teveel) en de strijd voor water (bij een tekort) om verschillende strategieën vraagt, ook qua management en bestuur. Maar laten we niet het democratische kind met het inmiddels schaarse badwater weggooien. Prioriteiten stellen over wie wanneer waar hoeveel water krijgt, is en blijft een democratische opgave; de uitvoering daarvan mag wat mij betreft technocratisch zijn. Of in de woorden van Wiersma: centralistisch.
In vroegere tijden bad of danste men om regen. Die rituelen mogen wat mij betreft blijven bestaan. Baadt het niet, het schaadt ook niet. Beter is natuurlijk de oorzaak van het watertekort aan te pakken. Maar voor die (politieke) opgave lijkt het inmiddels te laat te zijn. Ik denk dat dat ook de achtergrond is vanwaaruit Wiersma zijn betoog opbouwt. Een democratische basis voor impopulaire maatregelen (nodig vanwege klimaat, water en milieu) is moeilijk te smeden. Toch is dat de enige weg. Ondertussen kunnen we altijd nog blijven hopen en bidden.
Jan Schakel, Wageningen
Lars Wiersma stelt terecht dat het watersysteem te versnipperd en reeds failliet is. Een tweede kustlijn met een groot zoetwaterbekken kan ons land meervoudig bedienen en daarmee een antwoord zijn voor de iets langere termijn. Water naar de zee dragen moet water bergen worden: in alle ruimtes, (nieuwe) woningen, ondergronds en in heuvels zoals de Veluwe. Dat kan op relatief korte termijn worden gerealiseerd. Dit zal de waterkwaliteit en de biodiversiteit snel ten goede komen als de randmeren weer worden gevoed uit de beken en stromen van het achterliggende land.
Leo Schagen, Beemster
Nederland heeft een watertekort. Ik lees het inmiddels bijna dagelijks. We moeten korter douchen, de kraan dicht bij het tandenpoetsen en vooral heel zuinig zijn met water. Je zou bijna vergeten dat we in een van de grootste waterdelta’s ter wereld wonen.
Tegelijkertijd doen we al tientallen jaren ons best om Nederland zo droog mogelijk te houden. Zeker op het platteland. Sloten, drainage, lage grondwaterstanden. Want het land moet wel berijdbaar blijven voor steeds grotere landbouwmachines. In de winter voeren we het water zo snel mogelijk af en in de zomer constateren we verbaasd dat het te droog is.
Het past in een inmiddels bekend rijtje. Stikstof, ammoniak, CO₂, mest, bestrijdingsmiddelen, waterkwaliteit en nu dus ook verdroging. Steeds weer blijkt hoeveel we aanpassen om onze intensieve landbouw overeind te houden.
Ik heb niets tegen boeren. Wel tegen het idee dat bijna alles moet wijken om op deze manier te kunnen blijven boeren. Ergens zijn we de verhouding tussen het belang van de landbouw en dat van de rest van Nederland een beetje kwijtgeraakt.
Misschien eerst daar eens naar kijken voordat mijn douchekop opnieuw als nationaal probleem wordt aangewezen.
Tot die tijd blijf ik gewoon douchen én mijn tanden poetsen.
Albert Vlemmix, Tilburg
Terwijl ik net als velen spaarzaam omga met mijn eigen kleine waterhuishouding, groeide in bureaucratisch Nederland een onslim en achterhaald systeem voor onze landelijke waterhuishouding. Het zal vast en zeker gaan helpen, wanneer de diverse overheden én de politiek, de koppen, realistisch positief bij elkaar steken. Volg de adviezen van Lars Wiersma, kies één kapitein en kom uit de eigen ivoren (water)torens, alstublieft.
Oké dan, misschien twee kapiteins, waarvan een (waterbewuste) huishoudelijke vrouw. Dank u wel!
Elly Ammerlaan, Rotterdam
Interessant en heel informatief opiniestuk van Lars Wiersma over het faillissement van de Nederlandse watersystemen. Veel aspecten daarin verdienen meer maatschappelijke discussie.
Op een punt wil ik graag iets aanvullen. Wiersma beschrijft hoe ‘pas bij ernstige watertekorten’ de landelijke crisisorganisatie actief wordt, met de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) en het Managementteam Watertekorten (MTW). Dit beeld komt, vaak onbedoeld neem ik aan, in veel mediaberichtgeving naar voren.
De praktijk is genuanceerder. Rijkswaterstaat en de waterschappen monitoren het hele jaar, maken voortdurend verwachtingen en nemen maatregelen om te weinig of te veel water zo veel mogelijk te voorkomen. Samen met het KNMI en andere partijen stemmen ze bij signalen van mogelijke droogte al vanaf het voorjaar maatregelen af, onder de noemer Watermanagementcentrum Nederland (WMCN). Als de situatie verschuift van normaal via dreigend naar feitelijk landelijk watertekort (dreigingsniveau 2/code oranje), worden de LCW en later het MTW formeel opgeschaald en daarmee zichtbaar voor de buitenwereld. Daar ging dus al veel aan vooraf.
Maar Wiersma raakt hier wel een belangrijk punt: het waterbeheer verdient in de maatschappij structureel veel meer aandacht, niet alleen als er een crisis is of dreigt te ontstaan.
Hans de Vries, Hoogkarspel
Prima dat Lars Wiersma eens de hekel haalt over het dogmatische waterbeheer in Nederland. Tien jaar geleden heb ik geprobeerd het waterpeil van een doodlopende sloot van de Riekerpolder 50 centimeter te verhogen. Dat vergde zo’n zware procedure dat ik me maar tevreden stelde met een verhoging van 10 centimeter, wat nog binnen het peilbesluit paste. Door de grotere waterkolom is er sindsdien veel meer leven in het water, juist ook in warme tijden.
Nico Jansen, Amsterdam-Sloten
Lars Wiersma schetst een goed beeld van het waterbeheer (volumematig) in Nederland. Het Europese gezichtsveld ontbreekt echter. We hebben een Europese regisseur nodig, want hoe gaan we om met het waterbeheer bovenstrooms?
Ter voorbeeld: als we met België geen minimaal contract hadden, dan was het Maaswater bij droogte al verdwenen voor het ons land bereikte. Er is dus een regisseur nodig voor het hele watersysteem. En wel morgen!
Piet Beltman, Eindhoven
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant