Na een festival op Vlieland plaatste Tim een oproep op Facebook: kon iemand hem helpen Anje te vinden, de vrouw met wie hij op vrijdagavond had gezoend? Zo liep het af.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘In de zomer van 2015 ging ik met vrienden naar Into The Great Wide Open, een klein, intiem festival op Vlieland. Ik was in opperbeste stemming: mijn leven liep op rolletjes, ik maakte me klaar voor de specialisatie waarmee ik na de zomer zou starten en was nu voor de tweede achtereenvolgende zomer single, wat me prima beviel.
Op de vrijdag dat we aankwamen gingen we naar de Bolder, de disco van de camping waar zo’n beetje iedereen samenkomt, en daar, buiten in de rokersruimte, zat een lange man onderuitgezakt op een bankje. Hij had zijn benen over elkaar geslagen en keek glunderend om zich heen. Telkens lachte hij uitbundig. Blij, ontwapenend en lang: een wonderlijke combinatie van een woeste Viking en een kwispelende labrador.
In een vlaag van overmoed liep ik naar hem toe en zei iets als: ‘wat ben jij een ontzettend leuke man’. Ik bleef niet staan, ik had gezegd wat ik wilde zeggen en liep door. ‘Wie ben jij?’, vroeg hij. En nu waren die pretogen op mij gericht. ‘Dat doet er niet toe’, antwoordde ik, ‘ik maak je gewoon een compliment.’ Hij kwam achter me aan, en opnieuw vroeg hij wie ik was. Ik vertelde mijn naam en binnen vijf minuten dronken we een biertje en zoenden we. Na een uur zei ik: ik ga met jou trouwen, en hij antwoordde: daar zou je best eens gelijk in kunnen hebben.
Het praten dat we deden was meer een soort ouwehoeren, het ging nergens over, eigenlijk was het niet meer dan een excuus om in dat lachende gezicht te kunnen blijven kijken. Natuurlijk was het een spel, maar toen ik hem even later aan mijn vrienden voorstelde als mijn toekomstige echtgenoot, geloofde ik erin. Al gaf ik hem niet mijn nummer toen hij daarom vroeg. ‘Dit festival duurt nog drie dagen, we komen elkaar heus nog wel tegen bij een van de vijf podia.’
Dat ik me niet meteen gewonnen gaf, moet te maken hebben gehad met het spelelement dat ons die nacht vanaf het eerste moment verbond. Door mijn nummer te geven zou dit alles, dit wervelende onverwachte, veranderen in een klassieke date en ik wilde juist die lichtheid nog even vasthouden. Hij moest zijn best maar voor me doen. De rest van het festival kwam ik hem niet meer tegen. Bij elk optreden keek ik om me heen, zo’n lange vent was toch niet te missen, maar zondagavond op de boot naar de wal begreep ik dat ik me erbij moest neerleggen dat dit een eenmalige geweldige ontmoeting was geweest, een zoete herinnering.
De volgende dag fietste ik door het Vondelpark naar mijn werk en werd gebeld door een vriendin. Ze vroeg: heb jij met een leuke Tim gezoend? Ik heb iets wat ik je wil laten zien, misschien moet je even afstappen. Ze stuurde me een oproep die hij op de Facebookpagina van het festival had gezet: ‘Anje uit Amsterdam, waar ben je? We hebben op vrijdagavond gezoend, ik wil je graag nog eens zien, wie helpt me haar te vinden?’
Het was een bizarre ervaring, zijn oproep had in korte tijd tienduizend likes, ook van vrouwen die schreven: als je Anje niet kunt vinden, dan wil ik wel met je daten. Het spel was kennelijk nog niet afgelopen. Iedereen leek mee te leven met de vraag of we elkaar opnieuw zouden ontmoeten en of het iets zou worden tussen ons. Via Facebook werd een afspraak voor ons gepland bij bar-restaurant Waterkant, AT5 wilde een verslaggever sturen, ook andere media sprongen erbovenop.
Ik dacht: ho, stop, nu moet ik goed mijn hoofd erbij houden, is dit een groot zot verhaal, iets wat je later aan je kinderen vertelt, of is er iets wezenlijks aan het gebeuren? We belden elkaar en ik stelde voor een paar dagen eerder gewoon met zijn tweeën af te spreken in een café in Amsterdam-West.
En daar zat hij. Weer met diezelfde grijns. Onmiddellijk vergaten we de hype en pakten we de draad van de week ervoor weer op. We praatten urenlang en lachten aan één stuk door. Inmiddels zijn we elf jaar en drie kinderen van 2, 5 en 7 verder. Verliefd worden is één ding, samen een gezin runnen is iets heel anders. Laatst hadden we twee nieuwe banken gekocht omdat ons kroost de oude totaal hadden afgeragd, ze stonden nog niet of er was alweer met stoepkrijt op gekrast. ‘Fuck my life’, riep ik wanhopig. Hij pakte me stevig vast en zei kalm: ‘I know’.
Nog steeds zie ik die twee kanten in hem, de labrador die enthousiast opgaat in onze roedel, maar ook de woeste Viking met wie ik flink ruzie kan maken. En toch: hoe groot de chaos soms ook is, het samen lachen is altijd de basis gebleven. Bij hem kan ik zijn wie ik ben, met al mijn tegenstrijdigheden, boos zijn en dan weer dolgelukkig. Hij staat als een huis en wat een weelde is dat.’
‘Het was 2015, de eerste avond van het festival Into The Great Wide Open, een uur of twee in de nacht. Ze stond ineens voor mijn neus en zei: ‘die houding van jou, met je benen over elkaar, er zijn maar weinig mannen die dat kunnen hebben’.
We waren in de rookruimte van de Bolder, de discotheek waar iedereen aan het einde van de dag verzamelt. Ik stond perplex. ‘Wie ben je?’, vroeg ik. Ze antwoordde met alleen haar naam en wilde weer doorlopen. ‘Neem het als een compliment, ik vind je geweldig’, zei ze nog, ‘ga lekker door met waar je mee bezig bent.’
Zo zonder enige franje was ik nog nooit het hof gemaakt. Ik liet de man of vrouw met wie ik in gesprek was met een verontschuldiging achter, ik moest weten wie deze vrouw in de zomerjurk en het leren jasje was.
Ik tikte haar op de schouder: ‘Zullen we een biertje drinken samen?’ Tien minuten later zoenden we. Op de dansvloer beloofden we elkaar te gaan trouwen en ik geloof zelfs dat ook het onderwerp kinderen aan de orde kwam. Ze had iets schreeuwerigs maar beleefds. Ze was aanwezig maar niet té.
Natuurlijk was ik op zijn minst aangeschoten, dat kan bijna niet anders op dat tijdstip. Maar ook als ik dronken ben, ben ik eerlijk. Ik word niet snel verliefd, maar nu was ik wel van mijn stuk gebracht. Toen we tevergeefs tijd wilden rekken door nog naar het strand te lopen waar het al net zo hard regende en stormde als op de rest van het eiland, en we draalden bij het fietsenrek van de camping, niet wetend wat te doen, vroeg ik haar nummer. Dat weigerde ze, misschien verbrak ik met die vraag de romantiek van het spel waar we in zaten. ‘Vind me maar’, zei ze, voordat ze naar haar tentje liep, ‘zo groot is het hier niet en we hebben nog tot maandag.’
Ik heb de dagen erop naar haar gezocht en veel om me heen gekeken. Reikhalzend. Niet dat ik halverwege een concert of voorstelling naar een ander podium ging om te zien of ze daar dan wel was, maar drie dagen lang heb ik iedereen die ik tegenkwam, gevraagd of ze een blonde krullenbol hadden gezien van ongeveer 1 meter 75.
Ik heb mijn best gedaan, maar het werkte niet. En wie weet ben ik haar nuchter en in daglicht wel straal voorbijgelopen op een van die bospaadjes, want hoeveel tijd had ik die nacht nou om haar goed in me op te nemen?
Op maandagmiddag na het festival, toen het duidelijk werd dat ik het toeval een handje moest helpen, plaatste ik een oproep op de Facebookpagina van het festival. ‘Wie helpt me Anje uit Amsterdam te vinden?’ Zij had zoveel moed getoond met haar brutale toenadering, nu was het mijn beurt. Wat had ik te verliezen?
Mijn berichtje ging in no time viraal. Ik kwam terug van sport en zat al op de eerste drieduizend likes. Er waren vrouwen bij die wel wilden daten voor het geval Anje onvindbaar bleef, Radio 538 meldde zich, het AD hing aan de telefoon, en zelfs Humberto Tan nodigde me uit in de studio.
Een gekkenhuis, de vlinders die ik voelde kwamen van alle kanten tegelijk: er was het prikkelende begin van een nieuwe verliefdheid, maar ook de opwinding over het plotseling midden in de belangstelling staan. Radiojournalisten die alles over Anje wilden weten – maar jongens, ik heb maar één keer met haar gezoend.
Ik vond haar via een vriendin, we belden elkaar en ze zei lachend: waar ben jij mee bezig? Ze vroeg me Humberto af te wimpelen, dan zou alle aandacht vanzelf wel overwaaien.
De afspraak die voor ons gepland was op vrijdagavond ging wel door, maar eerst wilden we elkaar gewoon samen in alle rust ontmoeten in een knusse kroeg, een paar dagen eerder. Wat ben je een geweldige mafkees, dacht ik toen ze aan het einde van de avond naar huis wilde omdat ze de volgende dag moest werken en zich een ogenblik later bedacht en voorstelde nog de stad in te gaan. Sterk, mooi en gek, daar ging ik wel hard op.
Vanaf die avond was het aan, we hebben onderweg nog wel wat hobbels gehad, maar dat is alweer lang geleden. Het is nu elf jaar later, we zijn getrouwd en hebben drie kleine kinderen. Bij ons is het niet altijd opgeruimd maar wel altijd gezellig. Al kunnen we ook flink ruziemaken, zo ben ik sneller dan zij geneigd een uitzondering te maken op regels. Als ik bijvoorbeeld lekker aan het stoeien ben met de kinderen, mogen ze van mij best iets later naar bed. Dan vliegen de argumenten over tafel en is het bonje, maar kwijtraken doen we elkaar nooit. Daarvoor kunnen we te goed relativeren en lachen om deze tropenjaren.
Wij zijn geen vader en moeder geworden om vervolgens te vergeten hoe we ooit begonnen zijn: met een vrolijk spel, serieus genoeg om spannend te kunnen blijven. Dit gaat nooit meer stuk, daarvoor is alleen het verhaal al veel te mooi. Geen vrouw die Anje ooit zal kunnen evenaren.’
Vakantieliefde is de zomerrubriek over een vakantieliefde van kort of langer geleden.
Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant