De Britse voormalige hoogleraar Jason Arday is vrijdagmiddag dood aangetroffen in zijn woning in Londen. Een week geleden trad de 41-jarige Arday af als hoogleraar aan Cambridge wegens plagiaatbeschuldigingen en verzinsels over zijn verleden.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant. Hij woont in Londen.
Arday maakte drie jaar geleden furore toen Cambridge hem benoemde tot de jongste zwarte professor in de Britse geschiedenis. De toen 37-jarige Arday kreeg de leerstoel onderwijssociologie op Jesus College. Het hoofd van het college roemde Arday als een van de besten ter wereld in zijn vakgebied. Arday groeide op in Zuid-Londen en sprak naar eigen zeggen amper tot zijn elfde. Pas op zijn 18de, beweerde Arday, leerde hij goed lezen en schrijven.
Reeds in het begin van zijn professoraat rezen vragen over zijn werk, toen hij zich gedwongen zag bronvermeldingen toe te voegen aan eerdere publicaties. Enkele weken geleden publiceerde The Daily Telegraph een artikel waarin de academicus Nathan Cofnas wees op meer dan honderd mogelijke plagiaatpassages in Ardays proefschrift. Eerder had Times Higher Education dit artikel willen publiceren, maar Arday riep toen de hulp in van een advocatenkantoor om dit te voorkomen. Hij gaf de journalist aan bij de politie.
Voor de jonge professor verergerde de situatie toen The Times een artikel publiceerde waarin werd gewezen op een reeks fouten en missers in Ardays academische werk. Bovendien bleek hij nogal wat onwaarheden te hebben verteld over zijn persoonlijke leven, bijvoorbeeld dat hij in 35 dagen 30 marathons had gelopen voor het goede doel, waarvan negen met een haarscheur in zijn scheenbeen. Tevens bleek hij te hebben gelogen over gastdocentschappen en over zijn sportieve prestaties in voetbal en snooker.
Als een van ’s werelds hoogst aangeschreven universiteiten is Cambridge door de affaire-Arday in grote verlegenheid gebracht. De vraag is gerezen hoe de benoeming destijds tot stand was gekomen en of de hooggeleerde leden van het benoemingscomité niet meer aandacht hadden moeten schenken aan Ardays academische achtergrond. Ook na de eerste publicaties over plagiaatverwijten hield de universiteit vol dat er een lastercampagne gaande was tegen de onderwijssocioloog.
Zijn voortijdige dood heeft geleid tot verdriet en boosheid. ‘Sinds Jason de functie van hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge aanvaardde’, zo luidde de persverklaring van zijn nabestaanden, ‘werd hij blootgesteld aan een campagne van aanhoudende intimidatie door mensen die werkelijk alles in het werk stelden om hem onderuit te halen. Deze desinformatiecampagne werd Jason te veel; hij was een zachtmoedig man die in iedereen altijd het goede wilde zien.’ Hij laat een vrouw en twee kinderen achter.
Er is ook kritiek geuit op de Universiteit van Cambridge, die Arday op een voetstuk had geplaatst, maar afwezig leek te zijn na zijn tragische val. ‘Je bent door anderen gebruikt en zelfs misbruikt voor hun eigen doeleinden’, twitterde de vooraanstaande journalist en commentator Andrew Neil. ‘Ik geloof niet dat je op enige wijze een slecht mens was; er zijn juist veel redenen om aan te nemen dat je een goed mens was. Je had hulp nodig, maar die hulp kwam er nooit. Ondanks de enorme storm van kritiek leek er niemand voor je klaar te staan.’
Eind deze maand staat de Britse publicatie van zijn autobiografie gepland, getiteld Great and Unfortunate Things.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant