Sinds de Taliban vijf jaar geleden opnieuw de macht grepen, is het land armer geworden, zijn vrouwen uit het openbare leven verbannen en geldt een ongekend strenge interpretatie van de sharia. Toch zitten ze stevig in het zadel. Hoe kan dat?
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant
Toen de Taliban vijf jaar geleden de hoofdstad Kabul omsingelden, wilde de 17-jarige Zaki Anwari maar één ding: weg uit Afghanistan. Samen met duizenden anderen ging hij in paniek naar de luchthaven, klom over het hek en rende de landingsbaan op.
Hij was een van de zeker tien mannen die zich vastklampten aan de buitenkant van een Amerikaans transportvliegtuig. De meesten keken gespannen terwijl de Boeing C-17 Globemaster vaart begon te maken. Kort na het opstijgen vielen Zaki en de anderen van grote hoogte te pletter.
De chaotische taferelen op de luchthaven zouden symbool gaan staan voor de westerse aftocht uit Afghanistan. De Verenigde Staten en hun bondgenoten waren het land in 2001 binnengevallen na de terreuraanslagen van 11 september. Ze verdreven de Taliban, maar die vochten terug. En toen de westerse militairen na twintig jaar weer vertrokken, namen de Talibanstrijders hun oude posities in. Sindsdien zijn ze in Afghanistan opnieuw aan de macht.
Destijds hoopten sommige Afghanen dat de Taliban snel zouden bezwijken onder bijvoorbeeld interne verdeeldheid of internationale isolatie. Dat gebeurde niet. Vijf jaar later blijkt dat de Taliban hun macht juist in hoog tempo hebben weten te consolideren.
Het land lijkt nu verdacht veel op het Afghanistan onder het eerste Talibanbewind, tussen 1996 en 2001. De Taliban combineren een zeer strikte interpretatie van de islam met lokale tradities. Dat pakt desastreus uit voor de 25 miljoen Afghaanse meisjes en vrouwen. Ze mogen niet naar de middelbare school of de universiteit, vrijwel niet werken en gaan zelden zonder mannelijke begeleider op pad. Volgens onderzoek van VN-organisatie UN Women komt 52 procent van de vrouwen niet meer dan twee keer per maand buiten.
De broze democratie die was opgebouwd in de twintig jaar dat er westerse troepen in het land waren gelegerd, is weer afgebroken; Afghanistan wordt nu per decreet geregeerd door de geheimzinnige opperste leider Haibatullah Akhundzada (58). Tegenstanders en demonstranten worden hard aangepakt. Het regime hanteert lijfstraffen en executies.
Ook economisch zit het land weer aan de grond. Afghanistan was altijd al een van de armste landen ter wereld, maar de afgelopen decennia ontving het veel ontwikkelingshulp. In 2019 kwam liefst 75 procent van het regeringsbudget uit het buitenland. Het meeste van dat geld is sinds de machtsgreep in 2021 weer opgedroogd.
En toch, ondanks alle misère, zitten de Taliban steviger in het zadel dan ooit. Er is in het land geen noemenswaardig verzet. Het volk is oorlogsmoe en kent nu meer veiligheid, niet in de laatste plaats doordat de Taliban zelf zijn gestopt met het plegen van aanslagen. De nieuwe machthebbers investeren bovendien in de aanleg van nieuwe bruggen en wegen, wat bijdraagt aan hun bestuurlijke legitimiteit.
Ook op internationaal vlak is er weinig tegenstand die hun macht kan breken. De VS, de Europese Unie en andere landen eisen het herstel van de vrouwen- en andere mensenrechten als voorwaarde voor verder diplomatieke erkenning. Maar daar blijkt het regime tot nu toe niet vatbaar voor. Zolang de Taliban hun banden met terroristische groeperingen zoals Al Qaida niet al te nadrukkelijk etaleert, heeft de internationale gemeenschap geen enkele bereidheid om militair in te grijpen.
Ondertussen raken de Taliban op diplomatiek vlak geleidelijk uit hun isolement. Hoewel formele erkenning grotendeels uitblijft, behandelen steeds meer landen hen in de praktijk als de Afghaanse machthebbers. Zo laten Rusland, China en Turkije Taliban-ambassadeurs toe, terwijl onder meer India, Indonesië, Duitsland en Noorwegen Taliban-diplomaten ontvangen.
Ook andere Europese landen zoeken voorzichtig meer contact. Zo werd in juni een Taliban-delegatie in Brussel ontvangen door vertegenwoordigers van vijftien landen, waaronder Nederland. Ze willen onderhandelen over het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers – Afghanen vormden het afgelopen jaar met 14 procent de grootste groep asielaanvragers in Europa.
Ook Nederland heeft een lijst van ruim tweehonderd Afghanen die het wil terugsturen, zeggen ingewijden in diplomatieke kringen. Daarvan hebben er ongeveer tien een Nederlands strafblad. Dat soort onderhandelingen geven de Taliban meer legitimiteit en speelruimte dan ooit.
Voor veel Afghanen is de pijnlijke conclusie dat ze op zichzelf zijn teruggeworpen. In het land waar vrouwen zijn verbannen uit het openbare leven en miljoenen mensen honger lijden, probeert de bevolking er het beste van te maken. Ze passen zich noodgedwongen aan, door bijvoorbeeld heimelijk onderwijs te volgen. En wie, net als die duizenden Afghanen op die augustusdag in 2021, het echt niet meer ziet zitten, slaat op de vlucht. Meer dan 3,4 miljoen mensen hebben in de afgelopen vijf jaar het land verlaten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant