Home

In de bioscoop blijkt dat we eer belangrijker vinden dan je zou denken

Helden Kranten raken niet uitgeschreven over The Odyssey, terwijl in Frankrijk een epos over Charles de Gaulle een grote hit is. De overeenkomst, schrijft Bas Heijne, is dat beide werken óók gaan over het schurend onbehagen van onze tijd.

Een beetje oneerlijk wel – terwijl Christopher Nolans The Odyssey een onstuitbare vloedgolf van duiding en commentaar teweegbracht, belandde de Franse bioscoophit over de eenzame strijd van Charles de Gaulle tijdens de Tweede Wereldoorlog, geregisseerd door Antonin Baudry, vrijwel geruisloos in de Nederlandse bioscoop. In deze krant verscheen zelfs een stuk over de verschillende soorten commentaar op Nolans Griekse epos. De Gaulle: Résistance, het eerste deel van een tweeluik, kon in NRC niet eens op een recensie rekenen.

Jammer, want het Franse oorlogsdrama (het tweede deel gaat in Nederland begin september in première) is in het land van herkomst uitgegroeid tot een kaskraker. Na een trage start – wie heeft er in de zomerhitte zin in een oorlogsfilm met een stoffig nationaal icoon in de hoofdrol? – trokken de films door mond-tot-mondreclame steeds meer publiek, ook jongeren. Inmiddels hebben de beide delen – samen dik vijf uur – tegen de vijf miljoen bezoekers getrokken. Zoiets heet een fenomeen.

Bas Heijne is essayist en redacteur van NRC.

Een film over Charles de Gaulle (1890 – 1970) vergelijken met het epos van Nolan lijkt op het eerste gezicht misschien absurd. Appels met peren, want wat zou een spannend maar ook behoorlijk traditioneel verfilmd stuk twintigste-eeuwse geschiedenis te maken kunnen hebben met een visueel spectaculaire mythische vertelling over een gefnuikte Griekse held?

Mijn stelling: meer dan je denkt. Beide zijn historische films, de een over een mythisch verleden, de ander over de donkerste dagen van de Tweede Wereldoorlog, maar ze willen allebei ook nadrukkelijk gaan over de wereld van nu, over ons. Het zijn allebei avonturenfilms voor een groot publiek, je zit op het puntje van je stoel, maar ze leggen ook een knagend onbehagen bloot. Daarin zijn ze opvallend complementair.

Eerst even dit. Wat mij ergerde aan de ontelbare beschouwingen over The Odyssey is dat de film zo weinig als een kunstwerk wordt gezien. Keer op keer moest ik lezen of de keuzes van de Brits-Amerikaanse regisseur wel verantwoord waren, of de vrijheden die hij zich permitteerde wel oké waren of juist totaal niet. En wat de oude Grieken er wel niet van gevonden zouden hebben.

Luie opvatting

Vrijwel alle commentaren op The Odyssey bewegen zich binnen dat stramien. Klopt het, deugt het, mag het? Dat is een vrij achterlijke, en ook luie, opvatting over wat kunst is. Een kunstwerk is geen geschiedenisles. Of een cursus maatschappijleer. En al helemaal geen tribunaal.

Wat er vooral mis mee is, is dat je zo zelf buiten schot kunt blijven. Je spuit online je kritiek, maar zelf ga je de persoonlijke confrontatie met het kunstwerk niet aan. Het resultaat is een orgie van stelligheid, maar je laat je zelf niet raken. Wat zegt deze film over jou, waar confronteert hij je mee, wat laat hij je ondergaan, waar laat hij je over nadenken?

Mij lieten de films van Nolan en Baudry kauwen op iets waar ik niet eerder over nadacht. Beide films gaan – wat mij betreft – over een lastig, schurend begrip, dat zowel persoonlijk als maatschappelijk resoneert. Ze gaan allebei over eerverlies.

Eer? Het begrip wordt tegenwoordig vooral in het licht gezien van een absurd machismo, het giftige gedrag van mannen die gevoelens van krenking met wreedheid en geweld beantwoorden. Zie onder eerwraak. Maar zowel het Griekse epos van Nolan als het tweeluik van Baudry zet het begrip in een ander licht. Beide stellen de vraag: kan een samenleving haar eer verliezen? En jij, kun je door je gedrag en de morele keuzes die je maakt jezelf tot een eerloos bestaan veroordelen?

Beide films spelen zich af in tijden van oorlog. Na een tienjarig beleg van de stad Troje verzint Odysseus de list van het fameuze paard, dat voorgesteld wordt als een geschenk aan de godin Athene. In de visie van Nolan is het bedrog van Odysseus een vorm van ethisch verraad, waarin maatschappelijke codes van beschaving slinks ontdoken worden om te kunnen winnen en Troje met de grond gelijk te maken. Odysseus heeft zijn talent en intelligentie gebruikt voor wat uiteindelijk een onwaardige zaak lijkt te zijn, de Trojaanse oorlog, waarbij fundamentele beschavingsidealen uit berekening werden opgegeven.

Zijn ontwaakte schuldgevoel over zijn rol in het geheel, en het feit dat hij zijn manschappen niet heeft kunnen beschermen, doet hem zijn terugreis rekken en vergetelheid zoeken bij de nimf Calypso met haar lotusbloemen. Wanneer hij eindelijk terugkeert op Ithaka, en hardhandig heeft afgerekend met de ”vrijers” die op zijn vrouw en koninkrijk uit zijn, kan hij niet meer als vorst heersen alsof er niets is gebeurd. Tenminste, wel bij Homerus, maar niet bij Nolan. Om zijn schuld ongedaan te maken gaat Odysseus samen met zijn vrouw vrijwillig in ballingschap. Einde.

Bij de figuur van De Gaulle in de Franse film, gebaseerd op de geweldige biografie A Certain Idea of France (2018) van Julian Jackson, is het precies andersom. Zijn land, Frankrijk, is een eerloze natie geworden. Het leger blijkt in 1940 totaal niet opgewassen tegen de Duitsers, maarschalk Philippe Pétain tekent op 22 juni een wapenstilstand met Hitler en collaboreert daarna met zijn regering in Vichy, met als excuus dat daardoor erger voorkomen werd. De Gaulle, een militair zonder enige machtsbasis, vertrekt naar Engeland en verklaart met een uitgestreken gezicht het ware Frankrijk te vertegenwoordigen. Dat Frankrijk heeft helemaal niet gecapituleerd, geen sprake van.

Fantastisch gespeeld door de Frans-Armeense acteur Simon Abkarian, groeit De Gaulle in de loop van de films uit tot een eigenaardige, dubbelzinnige held. De Engelsen en zeker de Amerikanen, van wie hij volledig afhankelijk is, zien in hem vaak genoeg een halvegare met grootheidswaan, die stug blijft geloven in iets wat in werkelijkheid domweg niet meer bestaat: een vrij Frankrijk dat zijn eer heeft behouden.

Contactgestoorde Don Quichot

De kracht van De Gaulle is dat het die dubbelzinnigheid breed en vaak met komisch effect uitmeet – hebben we hier met een held te maken, of met een wereldvreemde verdwaasde, een contactgestoorde Don Quichot? Regisseur Baudry laat subtiel De Gaulles zelftwijfel zien; vaak genoeg lijkt zijn eenzame strijd hopeloos tevergeefs, de krachten waartegen hij het opneemt zijn te sterk, de geschiedenis lijkt niet aan zijn kant te staan. Waar De Gaulle zich tegen de klippen op aan vastklampt, is zijn eergevoel.

Dat blijkt uiteindelijk geen fata morgana, maar een morele kracht die zijn medestrijders hun leven laat offeren voor de vrijheid van hun land. De Duitsers in deze oorlogsfilm hebben helemaal geen gezicht, ze fungeren louter als lakmoesproef voor de moraal van de Fransen. Juist daarin legt de regisseur zijn kaarten op tafel – het gaat niet om een simpele strijd tegen het kwaad, maar veel eerder over hoe we ons gedragen als het kwaad zich aandient. Wie blijft zijn principes trouw, wie schikt met het kwaad, en wie raakt zijn morele kompas kwijt, uit opportunisme of uit ‘realiteitszin’?

Hier kruisen de films van Nolan en Baudry elkaar. Odysseus moet vertrekken uit zijn kleine koninkrijk om de morele orde weer te herstellen; er kan voor hem daar geen plaats meer zijn. De Gaulle kan na jaren van ballingschap – hij was door Vichy ter dood veroordeeld – terugkeren en de morele orde in zijn land herstellen, doordat hij eigenhandig de vlam van de vrijheid brandend heeft gehouden en de eer van Frankrijk heeft veiliggesteld. Odysseus heeft zijn morele kapitaal verspeeld, De Gaulle heeft dat, anders dan veel van zijn landgenoten, weten te behouden.

Zowel de films van Nolan als die van Baudry keren zich tegen het politieke opportunisme dat Realpolitik heilig verklaart, het schaamteloos dwepen met het recht van de sterkste, en tegen de cynische gemakzucht waarmee opvattingen over een fatsoenlijke en rechtvaardige samenleving terzijde worden geschoven. Hoewel juist Odysseus in het Trump-tijdperk als een echte winnaar gezien zou moeten worden – wat een meesterzet, dat paard; en wat een goedgelovige sukkels die Trojanen – is de inzet van Nolan dat zijn held daarmee zijn eer verliest. Aan het einde van zijn versie laat hij Odysseus buigen voor een besef van iets wat groter is dan hijzelf. Hij erkent zijn schuld.

De films over De Gaulle in oorlogstijd laten zien dat een heel land eerloos kan worden, door mee te gaan in valse retoriek, door krachten die de vrije samenleving willen ondermijnen of vernietigen opportunistisch te gedogen, door niet in te grijpen wanneer intimidatie en geweld de norm worden, door niet te doen waarvan je weet wat juist is.

Blijvend besmeurd

Eer – misschien blijft het abstract of ouderwets klinken. In een tijd dat zoveel draait om persoonlijke zelfverwezenlijking en obsessieve optimalisering van je talenten en kansen, lijkt het besef dat je als individu verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschap waar je deel van uitmaakt, nogal oneigentijds. Maar het succes van de films over Odysseus en De Gaulle laten juist het tegendeel zien.

Denk eens aan onze gewezen premier Dick Schoof, die altijd wel een reden vond om een grens niet te trekken. Denk aan Gianni Infantino en zijn FIFA, aan zijn schaamteloze manipulaties om het WK voetbal tot een Trump-onderneming te maken, met een jaarsalaris van 30 miljoen dollar voor hemzelf. Volgens de UEFA, die Infantino’s eerloze opportunisme durft te dwarsbomen, heeft hij daarmee de „ziel” van het voetbal verkwanseld. Symbool van zijn eerverlies is het telefoontje van Donald Trump aan hem. Trump eiste dat de rode kaart van een Amerikaanse voetballer zou worden ingetrokken, waarna de FIFA de schorsing inderdaad ongedaan maakte. De eer van het voetbal raakte blijvend besmeurd.

Denk ook aan het uitzinnige geslijm van NAVO-baas Mark Rutte richting Trump, waarbij slaafs buigen en likken als summum van politieke handigheid moeten gelden. Wellicht voorkomt hij daarmee erger, maar laten we het ook hebben over de prijs die Rutte betaalt. De Gaulle zou zich omdraaien in zijn graf.

Zo leggen deze twee ogenschijnlijk zo verschillende films het schurende onbehagen van onze tijd bloot. Wanneer verliest een gemeenschap zijn eer, wanneer verspeel jij je morele kapitaal? Echt, er draaien mindere zomerhits in de bioscoop.

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next