EK atletiek Pas vier jaar geleden legde Stefan Nillessen zich volledig toe op de atletiek. Sindsdien ging het hard met zijn ontwikkeling, maar toch was het een grote verrassing dat hij zaterdagavond goud won op de 1.500 meter. „Ik weet ook niet wat ik hier doe, maar ik voel me fantastisch.”
De Nederlander Stefan Nillessen viert zaterdag zijn overwinning na het passeren van de finishlijn tijdens de finale van de 1.500 meter voor mannen tijdens het EK Atletiek in Birmingham.
Hij zit in de laatste bocht van de laatste ronde in de finale van de 1.500 meter, als Stefan Nillessen hardop tegen zichzelf zegt: „Oké, kom op, let’s go.” Tot dan toe heeft de Nederlander een anonieme race gelopen, midden in een groepje en dichtbij de binnenkant van de baan. Het is een niet al te gunstige positie: een paar keer raakt hij ingesloten en moet hij terugzakken of juist versnellen om te voorkomen dat hij valt.
De Britten in het atletiekstadion van Birmingham worden intussen uitzinnig. Als de race de laatste ronde ingaat lopen twee landgenoten aan kop: Jake Wightman, de wereldkampioen van 2022 en Jake Heyward, die zilver won op de EK van 2022. Het heeft er alles van weg dat dit onderdeel een feestje wordt voor het organiserende land.
Maar dan opent zich rechts van Nillessen een gaatje. Hij houdt even in, verschaft zichzelf daarmee de ruimte om naar buiten te zwenken en begint dan uit alle macht te sprinten. Op de tribunes juichen de Britse fans wel, maar ze kijken elkaar ook verbijsterd aan: wat gebeurt hier? Nillessen duikt niet alleen de twee Britten voorbij, hij loopt van ze weg. „Woooow, what a finish”, zegt de Britse commentator op Eurosport. Goud voor Stefan Nillessen – de grootste verrassing van dit toernooi.
Ging het de laatste jaren in Nederland over de 1.500 meter voor mannen, een van de koningsnummers van de atletiek, dan ging het eigenlijk altijd over Niels Laros. De 21-jarige middellangeafstandloper werd in 2024 uitgeroepen tot Europees atletiektalent van het jaar, een uitverkiezing die hij te danken had aan zijn indrukwekkende zesde plaats in de Olympische finale van de 1.500 meter in Parijs.
In diezelfde race deed Nillessen óók mee en werd hij verdienstelijk negende. De 23-jarige Groesbeker is een trainingsmaatje en goede vriend van Laros, die er in het Verenigd Koninkrijk niet bij is vanwege een blessure. Samen lopen ze al jaren onder de begeleiding van coach Tomasz Lewandowski.
Nillessen legde zich pas vier jaar geleden volledig toe op de atletiek. Daarvoor deed hij ook aan tennis en voetbal, tot zijn negentiende werkte hij in een café achter de bar. Maar vanaf dat moment zette hij grote stappen: slechts twee jaar later werd hij uit het niets Europees kampioen onder 23 door iedereen te verrassen met een razendsnelle eindsprint.
Later pakte Nillessen ook nationale titels op de 800 (in 2025) en 1.500 meter (2024), dus helemaal uit het niets kwam de prestatie op dit EK niet. Maar toch: dit seizoen had hij nog weinig laten zien nadat hij in februari een enkelblessure opliep. Pas in juni maakte hij zijn rentree op de atletiekbaan. Voorafgaand aan deze finale stond Nillessen slechts achttiende op de Europese ranglijst op de 1.500 meter. Hoewel wereldtoppers als Josh Kerr uit de VK en de Noor Jakob Ingebrigtsen zich om verschillende redenen hadden afgemeld, stonden er genoeg hoger geklasseerde lopers aan de start.
Zaterdagavond laat iedereen zich echter verrassen door de 1,95 meter lange Nederlander. Met een grote, verbeten brul komt Nillessen als eerste over de finish. Hij highfivet in het wilde weg wat concurrenten, poseert voor de fotografen, brult het nog eens uit. Met een grote zwarte pleister op zijn neus, die hem tijdens de race moest helpen met ademhalen, ziet hij er vervaarlijk uit.
Even later bij de media spuit de adrenaline nog uit de oren van Nillessen: hij praat net zo snel als hij de laatste honderd meter van zijn wedstrijd aflegde.
„Ik weet ook niet wat ik hier doe, maar ik voel me fantastisch. Ik dacht in de slotfase alleen maar: ik moet naar buiten, want ik voel me te goed om hier te blijven zitten, anders ga ik mezelf straks teleurstellen. Binnen twintig meter voelde ik dat ze naast me inzakten, en ik werd helemaal hyper, ik werd steeds enthousiaster en ik ging volgens mij alleen maar harder lopen. En ik ging ze voorbij en oh…, geweldig!”
Volgens Nillessen heeft hij zijn race „tactisch perfect” gelopen. Die zo ongunstig ogende positie aan de binnenkant van de baan zorgde er juist voor dat hij geen stap teveel hoefde te doen. Hij heeft precies lang genoeg gewacht met het plaatsen van zijn demarrage. Maar ook hij verbaasde zichzelf met zijn beslissende eindsprint. „Normaal gaat dat niet zo soepel.”
Hij was van tevoren niet onder de indruk geweest van alle beter aangeschreven concurrenten, bekent Nillessen. Sterker, hij was er juist blij mee geweest. „Ik vind het heerlijk om als underdog aan een wedstrijd te beginnen.” Als iemand als tweevoudig olympisch kampioen Ingebrigsten versnelt, zegt hij, dan reageren de anderen meteen. „Bij mij denken ze: dat is die Nederlander maar, prima.”
Dat is na deze gigantische stunt wel voorbij, moet Nillessen lachend bekennen. Het is snel gegaan met hem: in vier jaar tijd van parttime barman naar Europees kampioen op een van de meest prestigieuze atletiekdisciplines.
Als hem gevraagd wordt daarop te reflecteren, begint Nillessen over zijn sportpsycholoog. Die vertelde hem ooit, zegt hij, dat naast talent en hard werken het feit dat je ergens plezier in hebt het allerbelangrijkste is. „De energie die je daarvan krijgt, zorgt ervoor dat je alleen maar beter en beter wordt”, zegt Nillessen. „En ik heb de afgelopen vier jaar alleen maar genoten.”
Voordat Stefan Nillessen voor de grootste verrassing van deze EK atletiek zorgde, was het al een uiterst succesvolle avond voor de Nederlandse equipe. Eerst haalden Emma Oosterwegel en Sofie Dokter zilver en brons op de zevenkamp, achter de Ierse Kate O’Connor.
Het was voor Oosterwegel haar eerste grote internationale succes sinds haar bronzen medaille op de Olympische Spelen van Tokio in 2021. Voor Dokter was de derde plaats haar eerste podiumplek op een groot toernooi in de buitenlucht, nadat ze afgelopen winter al wereldkampioen indoor was geworden op de vijfkamp. Beide atleten haalden het hoogste puntenaantal over zeven onderdelen in hun carrière, maar omdat ze tijdens de zevenkamp teveel voordeel hadden van gunstige wind telde hun scores officieel niet als een nieuw persoonlijk record.
Na de meerkampers was het Lieke Klaver die Nederland nog een bronzen medaille bezorgde op de 400 meter voor vrouwen. Voor de sprinter was het de tweede bronzen EK-medaille op rij, nadat ze in 2024 in Rome ook derde werd. Door alle prestaties van zaterdag heeft Nederland nu al het recordaantal van twaalf medailles op een editie van de EK (uit 2024) geëvenaard, met nog een dag vol kansrijke estafettenummers voor de boeg.