Par le feu, tout change,” schreef de Franse filosoof Gaston Bachelard in zijn boek La Psychanalyse du Feu in 1938, door het vuur verandert alles. Huizen gaan in vlammen op, mensenlevens worden verwoest, de vertrouwde omgeving wordt nooit meer dezelfde. Wat is verbrand, komt niet terug. Toch is onze reactie op de grote bosbranden in Europa die elk jaar groter, talrijker en heviger worden, altijd dezelfde: we roepen dat we meer blusvliegtuigen nodig hebben, dat we harder moeten optreden tegen pyromanen, meer brandweerlui moeten inzetten en meer geld en materieel. Kortom, dat we alles moeten doen om het vuur meester te worden. Regionaal, nationaal, Europees.
Maar dit antwoord volstaat niet meer. De gigantische branden deze zomer zijn bijna allemaal megabranden. Megabranden zijn niet onder controle te krijgen. Ze verzengen alles, zelfs boomwortels, en creëren hun eigen klimaatverandering, met tornado’s en vuurbommen. Ze doven om spontaan weer op te laaien, verspreiden zich razendsnel, vermalen de aarde tot stof en veroorzaken een hitte die kilometers verderop voelbaar is. Megabranden hebben hun eigen dynamiek en laten zich niet temmen. Zelfs met meer en krachtiger blusvliegtuigen, veel meer brandweerlieden en alle technische vernuft dat je maar kunt bedenken, laten megabranden zich niet bedwingen. Alleen als er door wind, sneeuw of regen niets meer te verbranden is, dooft het vuur.
In Spanje, Frankrijk, Portugal, Griekenland en ook in Nederland spreekt men steeds vaker van een „oorlog” tegen het vuur, zoals we eerder oorlog voerden tegen het coronavirus (vreemd genoeg militariseren we in Europa ons spraakgebruik steeds meer, maar blijven we tegelijkertijd wegduiken voor het echte militaire werk, zoals de lauwe, administratieve reactie op de half-geëxplodeerde Russische militaire drone op het vliegveld van Leipzig opnieuw toont). Maar bij megavuren kunnen zelfs de best geëquipeerde brandweerlieden weinig meer dan mensen evacueren en gebouwen beschermen, schreef een andere Franse filosoof, een contemporaine ditmaal, Joëlle Zask, in 2019 in haar essay Quand la forêt brûle. Penser la nouvelle catastrophe écologique. „Zelfs goed materieel en adequaat politiek leiderschap volstaan niet. We missen een fundamentele aanpak op meerdere niveaus tegen megabranden, niet alleen op één niveau. En we moeten met brede publieke steun aan preventie gaan doen.”
Zask neemt de jaarlijkse branden bij Les Landes in Zuidwest-Frankrijk als voorbeeld. Ooit was het bos daar heel divers. Het werd op peil gehouden door de lokale bevolking. Die zorgde dat invasieve soorten de rest niet domineerden, plantte nieuwe soorten en gebruikte gecontroleerde brandjes om overtollig struikgewas en kreupelhout te verwijderen. Toen, onder Napoleon III, werd de streek één houtfabriek. Het zeedennenhout diende om Parijs op te bouwen en te verfraaien, en ging naar scheepswerven. Door dit menselijke ingrijpen – commerciële extractie – is dit bos nu vrijwel een monocultuur. Een kurkdroge monocultuur. Klimaatverandering doet de rest. Beheersing van het vuur, die eens de vitaliteit en weerbaarheid van het bos hielp garanderen, is verdwenen. Vuur is nu een vijand geworden. Megabranden, schrijft Zask, zijn geen natuurramp. De oorzaak ligt vooral bij de verstoorde verhouding tussen mens en natuur. „Bij een samenleving die niet meer bij machte is om de randvoorwaarden voor haar eigen bestaan en ontwikkeling te scheppen en bij te houden.”
Nog altijd ziet de mens de natuur als voorraadkast van hulpbronnen. Daarbij is hij niet meer gewend om in te grijpen. ‘Natuur’ is bijna heilig geworden. Alles wordt een park of reservaat, alles moet beschermd worden tegen de mens. De foto die laatst de wereld rondging, van twee toeristen in zwemkledij die een megabrand vanonder hun strandparasol gadeslaan, vangt dit in één beeld: de verwijdering tussen mens en natuur, maar ook de hulpeloosheid, de totale verlamming, tegenover dergelijke rampspoed.
Politieke zondebokken zoeken heeft geen zin. Wel kan de mens in het reine komen met zijn omgeving, niet alleen door klimaatverandering te bestrijden maar ook door bossen diverser te maken en koeler en minder droog, door corridors aan te leggen en extra boswachters op te leiden. Elke strijd tegen megabranden is bij voorbaat verloren. De enige oplossing is preventie.