Home

Geboren in 2003 en nu al een bestseller op zijn naam: Nelio Biedermann vertelt over zijn adellijke-familieroman ‘Lázár’

In zijn internationaal geroemde en gehypete roman Lázár beschrijft Nelio Biedermann de neergang van een Hongaarse adellijke familie in de eerste helft van de vorige eeuw. Ziet hij parallellen tussen de Europese burger van nu en die van een eeuw geleden?

is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.

Nelio Biedermann was nog maar 21 toen het grote succes zich aankondigde. Duitse uitgeverijen boden grote bedragen op het manuscript van zijn roman Lázár. Uiteindelijk koos hij voor de gerenommeerde uitgeverij Rowohlt.

Hij ging champagne halen om met zijn agent te toasten op het afsluiten van een vet contract. ‘Maar in de winkel wilde ze me de champagne niet geven. Ik was mijn ID vergeten en ze geloofden niet dat ik meerderjarig was. Toen heb ik vanuit de winkel naar mijn agent gebeld: kon iemand getuigen dat ik oud genoeg was om drank te kopen?’, zegt Biedermann, bij een espresso op het balkon van zijn appartement in een bijna Italiaans aandoende straat in Zürich, vlak bij het meer.

ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA

Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers uit Zwitserland, Italië, Noorwegen, Ierland, Polen en Nederland.

Twee jaar later is Biedermann (2003) een internationale bestsellerauteur. Lázár is inmiddels in meer dan dertig talen vertaald. ‘Het is een heel Europees boek, maar het is ook opgepikt in landen als Brazilië en India. Dat heeft me wel verbaasd. Misschien omdat het thema, het verval van een familie, universeel is’, zegt hij.

In Lázár vertelt Biedermann het verhaal van een adellijke Hongaarse familie, in drie generaties. Sándor en Mária leven nog als aristocraten op hun kasteel. Lajos en Lily doorstaan de Tweede Wereldoorlog, maar raken alles kwijt als de communisten de macht in Hongarije overnemen. Hun kasteel komt in handen van ‘het volk’, zelf worden ze tot dwangarbeid veroordeeld.

De jongste generatie, de kinderen Pista en Eva, vluchten na de Hongaarse opstand van 1956 naar Zwitserland. Het verhaal is deels gebaseerd op Biedermanns eigen familiegeschiedenis. Zijn grootouders kwamen in 1956 naar Zwitserland, net als Pista en Eva, omdat zij geen toekomst meer zagen in Hongarije, zeker niet voor kinderen uit een oud aristocratisch geslacht.

The New York Times noemde het boek ‘meeslepend’, terwijl NRC sprak van een ‘roman die zich kan meten met de grote werken uit de literatuur’. De Süddeutsche Zeitung noemde Lázár een ‘pageturner van de eerste orde’, ‘episch, tragisch en traumatisch, stormachtig, gepassioneerd en zeer romantisch’.

Niet iedereen was zo enthousiast. In de podcast Boeken FM sprak dichter en NRC-columnist Ellen Deckwitz van ‘proza van een chatbot’. Daar is het niet gewiekst genoeg voor, reageerde Marja Pruis, criticus van De Groene Amsterdammer. Volgens haar is Lázár geschreven alsof hij een ‘havo-2 geschiedenisboekje op zijn bureau heeft liggen’. En: ‘Het laagje pandoer is zo dun… eigenlijk lilt de onkunde ervan af.’

De Volkskrant roemde vooral het vertelplezier van Biedermann. Je leest Lázár meer voor de vertellust dan voor de historische diepgang, aldus de krant: ‘Een boek als een heerlijke film’.

Waar veel jonge auteurs schrijven over hun generatie, hun zoektocht naar identiteit of hun relatieproblemen, zoekt Biedermann het in de verbeelding. Zijn debuutroman, gepubliceerd op zijn 20ste, ging over een oude man die sterft aan kanker. ‘Ik heb wel zo’n typisch generatieboek geschreven, over jonge mensen in Zürich, maar dat is nooit gepubliceerd.

‘Daarna wilde ik iets anders doen en schreef ik Anton will bleiben. Veel mensen waren daar verbaasd over, en ook kritisch. Kon ik wel over een oude man schrijven? Maar er kwamen veel oudere mensen naar mijn lezingen en ik heb eigenlijk altijd gehoord dat het verbazingwekkend was dat ik mij zo goed in ouderen kon inleven. Ik heb natuurlijk grootouders; als je genoeg tijd met ze doorbrengt en ze observeert, dan kun je daarover schrijven. Dat is ook het beroep van de schrijver, zich in anderen verplaatsen’, zegt hij. ‘Anton will bleiben was zeker een goede oefening voor mijn inlevingsvermogen.’

Ondanks de weidse thematiek blijft u in Lázár dichter bij huis. Het boek is gebaseerd op de geschiedenis van uw eigen familie.

‘Toen ik met schrijven begon, wist ik al dat ik ooit iets met die familiegeschiedenis wilde doen.’

Wat betekent uw adellijke afkomst voor u?

‘Als kind vond ik het heel vreemd als er over onze adellijke afkomst werd gesproken. In Zwitserland bestaat immers geen adel. Maar voor mijn vader en mijn grootmoeder was het heel belangrijk. Je moest je correct gedragen en goede tafelmanieren hebben.’

Moest u ook met boeken onder uw armen eten, zodat de armen dicht bij het lichaam bleven?

‘Dat is zo’n anekdote die in de familie werd verteld. Mijn grootvader heeft dat nog echt meegemaakt. Wij gelukkig niet meer. Maar er was een sterk idee van: zo hoort het. Ik vond het altijd een beetje vreemd. Het aristocratische was voor mij als een sprookje, iets van vroeger dat niets meer met ons leven te maken had.’

Hij laat zijn zegelring zien met het wapen van de familie. ‘Het is een erfstuk van mijn grootvader. Ik draag hem als herinnering, niet omdat ik mij adellijk voel.’

Dat was anders voor uw grootmoeder.

‘Ja, zij heeft het aristocratische leven nog gekend. Maar ik heb bij haar nooit een soort rouw of nostalgie bespeurd. Ik geloof dat ze heel tevreden was met haar leven in Zwitserland, waar haar kinderen en kleinkinderen geworteld waren. Mijn grootouders waren de Zwitsers heel dankbaar dat ze werden opgevangen en ze hebben zich helemaal aangepast, al waren al hun vrienden gevluchte Hongaren.

‘Die nostalgie zag ik wel bij mijn oudoom, die in de jaren zeventig naar Zwitserland kwam en na twintig jaar terugkeerde naar Boedapest. Hij had echt het gevoel dat hem iets was afgepakt.’

Toch was zijn eerste herinnering de onteigening, waarbij hij in de loop van het pistool van een Russische soldaat keek. Hij heeft het aristocratische leven nooit meegemaakt.

‘Nee, hij kende het alleen uit de verhalen. Maar hij voelde zich daarmee zeer verwant.'

U kende de familiegeschiedenis vooral uit de verhalen van uw grootmoeder.

‘Ze heeft er altijd veel over verteld en als kinderen wilden wij er altijd over horen, omdat het spannende verhalen waren. Avonturen die ze ook heel goed kon vertellen. Toen ze dement werd begon ze nog meer te vertellen. Het verleden werd aanweziger, soms dacht ze dat ze weer in het kasteel was.

‘Pas toen ik aan het boek begon te schrijven begreep ik hoe traumatisch die hele geschiedenis is geweest. Mijn grootvader heb ik nooit gekend. In Zwitserland werkte hij als laborant. Hij was getekend door alles wat er was gebeurd en leed aan zware depressies. Hij overleed aan kanker. Mijn familie was ervan overtuigd dat zijn ziekte mede werd veroorzaakt door het feit dat hij door de communisten was gedwongen in de mijnen te werken.’

Heeft u veel onderzoek gedaan voor het boek?

‘De familiegeschiedenis was de basis, maar de personages zijn volledig fictief.’

In het boek zegt Eva dat de schrijver zijn personages berooft van hun recht op zelfbeschikking. Hij legt ze oorlogen in de weg en zadelt ze op met depressies, zonder dat ze zich kunnen verweren. Dat klinkt grimmig, maar u heeft ongetwijfeld veel plezier beleefd aan het bedenken van de personages.

‘Zeker. Maar je brengt veel tijd door met je personages en soms had ik een schuldgevoel over alles wat ik ze aandeed.’

Wist u van tevoren dat een personage alcoholist zou worden of zelfmoord zou plegen?

‘Nee, ik werkte niet met een schema. Het verhaal ontwikkelde zich tijdens het schrijven, binnen de grenzen die de familiegeschiedenis stelde: de oorlog, de onteigening, de vlucht. Aanvankelijk dacht ik dat ik weinig onderzoek hoefde te doen. De basis ligt immers vast: de historische feiten, zoals de Hongaarse Opstand, dienden vooral als decor; ik wilde geen historisch boek schrijven.

‘Maar na een paar maanden schrijven merkte ik dat ik te weinig van de familie wist. Ik had geen details. Hoe kleedden mensen zich destijds, hoe werden kinderen opgevoed, hoe verdiende de familie haar geld? Met die vragen ben ik naar mijn oudoom in Boedapest gegaan, die me ook fotoalbums uit de jaren twintig en dertig heeft laten zien. Voor de sfeer in het boek zijn banale details belangrijk, bijvoorbeeld dat de kinderen destijds griesmeelpap moesten eten omdat men dacht dat het gezond was.’

Heeft u ook de oude kastelen van uw familie bezocht?

‘Ik kende ze al uit mijn kindertijd. Er zijn verschillende kastelen. Het jachtslot in het bos is eigenlijk meer een herenhuis. Dan heb je een kasteel dat nu een psychiatrische inrichting is. En dan is er nog het grootste en indrukwekkendste kasteel, dat me bij het schrijven het meest voor ogen stond.’

Wat trof u daar aan?

‘Het is totaal vervallen. Het is gekocht door drie Oostenrijkers die het wilden opknappen en weer verkopen, maar ze zijn al oud en er is niets van het plan terechtgekomen. In de kamers lagen dode kippen, waarschijnlijk van boerderijen uit de buurt. Ze zijn het huis binnengekomen, konden niet meer weg en zijn verhongerd. Het zag er heel spookachtig uit.’

Bent u tijdens uw onderzoek op onaangename feiten gestuit? In het boek werkt Lajos mee aan het transport van Joden naar de concentratiekampen.

‘Nee, dat is geen authentiek verhaal. Ik heb wel foto’s gezien van mijn grootvader en overgrootvader in militair uniform, maar voor zover ik weet waren ze daar niet bij betrokken.’

In een van de meest navrante scènes uit het boek eisen Russische soldaten een vrouw om te verkrachten. De adellijke dames vragen een dienstmeisje om zich op te offeren. In ruil daarvoor krijgt zij een dure ring. Is dat echt zo gebeurd?

‘Tijdens mijn onderzoek kwam ik veel van dat soort verhalen tegen in historische documentatie. Die heb ik voor het boek gebruikt. Maar nadat het boek uitkwam, vroeg mijn vader: hoe ken je dit verhaal, hoe kun je dit weten? Het bleek ook in onze familie precies zo te zijn gegaan. Dat was natuurlijk verschrikkelijk, maar het heeft me verbaasd hoe dicht ik op de realiteit zat. Het kan natuurlijk dat ik ooit toch iets opgevangen heb, zonder dat ik me daar tijdens het schrijven van bewust was.’

Was het moeilijk om zulke dingen te schrijven, zoals de verkrachting of de medewerking van Lajos aan het Jodentransport? Veel lezers zullen denken: dat is de familie Biedermann.

‘Het was moeilijk, maar niet om die reden. Daarvoor heb ik te weinig familiegevoel. Voor mij was het duidelijk dat het fictie was. Natuurlijk denken lezers daar vaak anders over. Als je in de ik-vorm schrijft, denken veel mensen ook dat jij zelf de hoofdpersoon bent. Daar moet je als schrijver mee leren leven. Maar die verkrachtingsscène vond ik de moeilijkste om te schrijven. Ik wilde het verhaal niet uitmelken of te dramatisch opschrijven. Het mocht niet pornografisch worden.’

Critici vergeleken u met Thomas Mann. Hoe is het om als 23-jarige met dit monument uit de Duitse literatuur te worden vergeleken?

‘Er zijn slechtere schrijvers om mee vergeleken te worden. Maar ik neem het niet serieus. Het zou wel erg zijn als ik me nu de nieuwe Thomas Mann zou voelen.’

Het komt ook door de stijl, de lange, meanderende zinnen.

‘Natuurlijk. Toen ik met mijn boek bezig was, heb ik Buddenbrooks van Thomas Mann gelezen. Want ik wist: als je in het Duits een familieroman schrijft, wordt hij met Buddenbrooks vergeleken. En ik wilde voorkomen dat ik per ongeluk elementen uit die roman zou kopiëren, omdat ik hem niet kende.’

Sommige critici vinden uw personages psychologisch weinig uitgediept. Dat is een groot verschil met Thomas Mann.

‘Dat was in elk geval een bewuste beslissing. Ik geloof niet in de freudiaanse gedachte dat je de mens helemaal kunt verklaren. De personages worden ook gedreven door hun driften; soms reageren ze als dieren op de omstandigheden. Ik houd er ook van als een boek niet alles verklaart, als er nog raadsels overblijven.

‘Bovendien raakt de familie Buddenbrook in verval van binnenuit: elke generatie is zwakker en heeft minder energie om zaken te doen. In Lázár zie je ook innerlijk verval. Deze familie functioneert niet, dat zie je al bij Sándor en Mária, de eerste generatie. Maar de ondergang wordt veroorzaakt door de buitenwereld, de oorlog, het communisme. Dat wilde ik ook zo laten zien. Het doet er niet toe hoe de personages zich gedragen, omdat zij hun ondergang niet kunnen beïnvloeden. Ik weet dat ze psychologisch niet uitgediept zijn, dat hun gedrag niet altijd verklaarbaar is. Maar dat is ook zo bedoeld.’

De eerste generatie, Sándor en Mária, is heel passief. Pas de derde generatie, Pista en Eva, neemt echt het heft in handen en vlucht naar Zwitserland.

‘Dat is eigenlijk een omkering van Buddenbrooks. Hoe meer ze verliezen, hoe meer ze worden gedwongen om iets nieuws op te bouwen. Sándor en Mária kunnen passief blijven, omdat ze op hun rijkdom kunnen blijven rusten. Pista en Eva zijn alles kwijt en moeten wel actie ondernemen.’

Lázár wordt ook vergeleken met Radetzkymars, de grote roman van Joseph Roth over de ondergang van het Habsburgse Rijk.

‘Toen het boek werd aangekondigd, kreeg ik vaak de vraag waarom ik over een verleden schreef dat zo ver weg is, terwijl er zo veel over het heden te schrijven valt. Toen het boek uitkwam, werd me gevraagd: is dit een parallel met het heden of een waarschuwing? Zo was het helemaal niet bedoeld. Ik wilde een persoonlijke geschiedenis schrijven. Maar hoe langer ik schreef, hoe meer de parallellen me opvielen. De Russen rukken weer op en zijn in oorlog met Europa.

In uw boek valt het Habsburgse Rijk, de veelvolkenstaat, uit elkaar. Appelleert dat aan hedendaagse angsten voor het uiteenvallen van de Europese Unie?

‘Ik geloof dat veel mensen tegenwoordig dezelfde gevoelens hebben als de mensen destijds. De angst dat de oude wereld die ze kenden en waarmee ze vertrouwd waren plotseling niet meer zo zeker is: dat sterke Europa in het centrum en de goede betrekkingen met de Verenigde Staten.

‘En ook die passiviteit waarover we spraken zie je terug. Veel Europeanen weten niet wat ze moeten doen. Daarom ervaren ze de huidige ontwikkelingen als een onvermijdelijke neergang, waarbij ze naar de afgrond glijden.’

Lijken ze op Sándor en Mária, die niets doen omdat ze nog altijd rijk zijn?

‘Ja, een beetje wel.’

Komen we pas in actie als we echt verliezen?

‘Dat is niet noodzakelijkerwijs zo. We zijn denkende wezens, we kunnen ons dingen voorstellen, waardoor we op tijd in actie kunnen komen. Vorige week was ik in Parijs, waar het 40 graden was. Ik hoop dat mensen daardoor beseffen dat de klimaatverandering zich niet alleen in India laat voelen, maar ook bij ons. Zodat we niet gaan handelen als het eigenlijk al te laat is, maar op tijd beseffen wat er moet gebeuren.’

Het succes van Lázár is moeilijk te overtreffen. Wat moet je nog schrijven, na zo’n succes?

‘Ik weet dat je zoiets niet in de hand hebt. Lázár is waarschijnlijk een uitzondering, het gebeurt maar heel zelden dat een roman meteen in meer dan dertig talen wordt gepubliceerd. Ik zie vaak bij anderen dat de succesvolste boeken niet per se hun beste zijn. Ik hoop dat ik beter word. Het zou heel jammer zijn als ik op mijn 21ste al mijn beste boek zou hebben geschreven.

Maar is de druk niet heel groot?

‘Je hebt er niet zo veel invloed op. Ik wil simpelweg schrijven wat me interesseert en zo goed schrijven als ik kan. En het succes van Lázár heeft me ook een beetje opgelucht. Ik heb al veel doelen bereikt die me voor ogen stonden.’

Nelio Biedermann: Lázár. Uit het Duits vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen. Atlas Contact; 336 pagina’s; € 24,99.

CV Nelio Biedermann

2003 Geboren als nazaat van het Hongaarse adellijke geslacht Biedermann von Turony. Hij groeide op in Thalwil, aan het Meer van Zürich.
2022 Schreef voor zijn eindexamen een roman over jongeren in Zürich, die als een van de vijf beste examenwerken een prijs kreeg van het kanton Zürich, maar nooit werd gepubliceerd.
2023 Publiceert zijn eerste roman, Anton will bleiben, over een oude man die aan kanker overlijdt.
2024 Zeven Duitstalige uitgeverijen bieden op het manuscript van Lázár. Rond de Frankfurter Buchmesse worden de vertaalrechten aan een groot aantal landen verkocht.
2025 Lázár komt uit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next