Een voorstel om vanaf het MotoGP seizoen 2027 nog slechts één motorfiets per coureur toe te staan heeft voor grote verdeeldheid onder de fabrikanten gezorgd. Ducati en Aprilia waren voorstander, terwijl met name Honda en KTM bezwaren hadden. MotoGP topman Carmelo Ezpeleta moest zich persoonlijk met de kwestie bemoeien, waarna duidelijk werd dat de huidige situatie met twee motoren per coureur ook komend seizoen gehandhaafd blijft.
De discussie ontstond op initiatief van Aprilia Racing CEO Massimo Rivola. Hij stelde voor om vanaf 2027, wanneer de nieuwe technische reglementen met o.a. een 850cc krachtbron ingaan, iedere coureur nog slechts één motorfiets ter beschikking te stellen. Ducati Corse General Manager Gigi Dall’Igna schaarde zich achter het voorstel.
Het belangrijkste argument was kostenbesparing. Met één motor per coureur zouden teams minder materiaal en reserveonderdelen hoeven mee te nemen en zouden ook de technische en logistieke werkzaamheden binnen een MotoGP-team afnemen. Al snel bleek echter dat lang niet alle fabrikanten dezelfde mening waren toegedaan.
KTM verzette zich aanvankelijk tegen het voorstel, leek tijdens het Grand Prix weekend op Balaton Park alsnog van gedachten te veranderen maar trok die steun later in Assen weer in. Ook binnen Honda werd uitgebreid over het onderwerp gesproken. Uiteindelijk bleef HRC voorstander van de huidige situatie met twee motorfietsen per coureur. Door de verschillende standpunten besloot Carmelo Ezpeleta zelf met Ducati, Aprilia, KTM, Honda en Yamaha afzonderlijk om tafel te gaan. Daarbij ontstond zelfs discussie over de vraag wat binnen de besluitvorming precies onder unanimiteit moest worden verstaan.
Ezpeleta was daar duidelijk over: wanneer vijf fabrikanten deelnemen aan het kampioenschap, betekent unanimiteit dat alle vijf fabrikanten akkoord moeten gaan. Daarmee ontbrak de noodzakelijke steun voor invoering van de nieuwe regel.
Opvallend genoeg kwam er ook vanuit het Ducati kamp kritiek. Francesco Bagnaia liet weten geen voorstander te zijn van slechts één motorfiets per coureur. De Italiaan wees daarbij vooral op de praktische gevolgen tijdens trainingen en kwalificaties. Bij een crash kan een coureur momenteel terugkeren naar de pitbox, op zijn tweede motor stappen en de sessie hervatten. Met slechts één motor zou eerst reparatiewerk noodzakelijk zijn, waardoor kostbare rijtijd verloren kan gaan.
Ook flag-to-flag races vormen volgens Bagnaia een belangrijk probleem. Onder de huidige regelgeving kunnen coureurs bij veranderende weersomstandigheden van motor wisselen. Zonder tweede motor zou een team banden en mogelijk ook de afstelling van dezelfde machine moeten aanpassen, met aanzienlijk meer tijdverlies tot gevolg.
De discussie gaat bovendien verder dan alleen kostenbesparing. Vanaf 2027 treedt een ingrijpend nieuw technisch reglement in werking, waarbij de MotoGP overstapt naar 850cc motorblokken. Ducati en Aprilia bevinden zich volgens de aangeleverde informatie al in een vergevorderd stadium met hun nieuwe prototypes. Voor fabrikanten die tijdens de ontwikkeling nog achterstand moeten goedmaken, kunnen twee beschikbare motorfietsen tijdens een Grand Prix weekend belangrijk zijn om verschillende afstellingen en technische oplossingen snel met elkaar te vergelijken.
Daarmee werd het voorstel voor één motor per coureur behalve een financiële kwestie ook een onderwerp waarbij de verschillende technische en sportieve belangen van de fabrikanten een belangrijke rol spelen.
De uitkomst is voorlopig duidelijk: ook in 2027 blijven MotoGP coureurs twee motorfietsen tot hun beschikking houden. De discussie maakt tegelijkertijd duidelijk hoe lastig het voor de MotoGP is om de kosten terug te dringen terwijl de belangen van vijf concurrerende fabrikanten uiteenlopen. Met de introductie van de 850cc generatie in 2027 zullen dergelijke technische én politieke discussies voorlopig niet verdwijnen.