Afghanistan De val van Kabul is vijf jaar geleden, en nog altijd wachten 150 Afghaanse bewakers op evacuatie naar Nederland. Reeds geëvacueerden verloren intussen uitzicht op naturalisatie. Het kabinet moet zijn verantwoordelijkheid nemen, vinden Hans Spekman, Frank Candel en Anne-Marie Snels.
Geëvacueerde Afghanen komen in 2021 aan bij hun tijdelijke opvang in Nederland.
Zaterdag is het vijf jaar geleden dat Afghanistan werd ingenomen door de Taliban. Iedereen heeft die verschrikkelijke beelden nog op het netvlies staan: wanhopige Afghanen die aan vliegtuigen hingen, vertwijfelde gezinnen die door mensenmassa’s en het riool de Nederlandse militairen op het vliegveld probeerden te bereiken, Taliban die met kalasjnikovs schoten, en tot slot, op 26 augustus 2021, een aanslag met bijna tweehonderd doden waardoor alle evacuaties abrupt eindigden.
Frank Candel is bestuursvoorzitter van VluchtelingenWerk Nederland. Anne-Marie Snels is oud-voorzitter van defensievakbond AFMP. Hans Spekman is FNV-voorzitter.
Vooral dankzij de tomeloze inzet van vrijwilligers hebben ruim 4.600 Afghaanse mannen, vrouwen en kinderen in Nederland veiligheid gevonden. De meesten hebben in de jaren vóór de machtsovername door de Taliban voor de Nederlandse overheid gewerkt: als defensietolk- of bewaker, als medewerker van de politiemissie Eupol of als ambassademedewerker. Anderen werkten voor ngo’s of als fixer voor journalisten.
Internationaal gezien deed Nederland het niet best bij het evacueren van Afghanen die gevaar liepen onder het nieuwe Taliban-bewind, bleek in 2022 uit onderzoek. Nederland sloeg al vóór de val van Kabul aanbiedingen van andere landen af om mensen te evacueren. Toen de Taliban eenmaal naar de hoofdstad waren opgerukt, bleek het kabinet totaal onvoorbereid en kwam de evacuatie te laat op gang, terwijl er continu discussie was over wie er wel en niet mee mochten. Twee jaar later had ook de commissie-Ruys veel kritiek op de wijze waarop het kabinet met deze crisis is omgegaan.
Het kabinet moet nu eindelijk zijn verantwoordelijkheid nemen, want de missie is vijf jaar na dato nog steeds niet afgesloten. Nu het eerste ‘Afghanistan-lustrum’ aanbreekt, moet de regering de laatste groep van ongeveer honderdvijftig ambassade- en defensiebewakers naar Nederland halen.
Het lokale personeel is tijdens internationale missies de ogen en oren van ‘onze’ militairen, politiemedewerkers, en ambassadepersoneel. Zij kunnen zonder deze mensen niet veilig werken. Daarom moet de overheid ook haar verantwoordelijkheid nemen voor dit lokale personeel.
Alleen gebeurde dit de afgelopen jaren telkens niet. Wie op missie gaat, laat niemand achter, en creëert dus een ereschuld jegens degenen die wél achterblijven. Opeenvolgende kabinetten hebben die schuld aan de achtergelaten Afghanen niet ingelost. Keer op keer schonden ze beloftes, hoewel moties om personeel te evacueren steeds een meerderheid haalden. Ook het huidige kabinet doet niets om deze beperkte groep bewakers naar Nederland te halen, terwijl nota bene CDA en D66 ná de verkiezingen nog een motie hebben gesteund die daartoe opriep.
Terwijl uit onderzoek blijkt dat ook bewakers grote risico’s lopen; zij worden achtervolgd, mishandeld en een aantal van hen is vermoord. Er staan dus mensenlevens op het spel.
Onder de Afghanen die hier bijna vijf jaar geleden noodgedwongen naar toe vluchtten, heerst ondertussen grote onrust over hun toekomst in Nederland. Na vijf jaar integratie in Nederland zouden zij in aanmerking komen voor een vaste verblijfsvergunning. Maar per 12 juni is het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgeschaft, per direct en zonder overgangsrecht.
Met deze verblijfsvergunning kwamen vluchtelingen onder de oude wet na vijf jaar in aanmerking voor de Nederlandse nationaliteit. Wat betreft voorwaarden die in de toekomst gaan gelden, is er nog niets geregeld. De ruim 4.600 naar Nederland gevluchte Afghanen, die nota bene vaak jarenlang voor de Nederlandse overheid hebben gewerkt, vallen daarmee nét buiten de boot. Zij werden immers vooral in de zomer en het najaar van 2021 geëvacueerd. Door deze wetswijziging is hun toekomstperspectief hoogst onzeker geworden.
Alsof dit nog niet genoeg is, wil de Europese Commissie – gesteund door het Nederlandse kabinet – zaken doen met de Taliban om mensen terug te kunnen sturen. De gesprekken over terugkeer die met de Taliban in Brussel zijn gevoerd, zijn in strijd met het mensenrechtenbeleid.
Bij Afghanen in Nederland veroorzaakt het angst en gevoelens van onveiligheid. Hun kinderen zijn inmiddels aardig ‘vernederlandst’ en spreken onze taal beter dan het Dari of Pasjtoe van hun ouders. Veel ouders maken zich zorgen om hen. Wat voor perspectief hebben zij als ze worden teruggestuurd, vooral hun dochters die niet meer naar school mogen?
Rechtse Europarlementariërs scandeerden onlangs „stuur ze terug, stuur ze terug”, nadat het parlement een pakket maatregelen tegen asielzoekers zonder papieren had aangenomen. Als dat het politieke klimaat is, maken wij ons zorgen over wat dit voor de Afghanen in Nederland betekent.
Daarbij is het trouwens wrang dat tienduizenden Nederlandse veteranen jarenlang tegen de Taliban hebben gestreden, om vervolgens te zien dat leden van het regime nu in Brussel worden ontvangen.
Iedere vluchteling heeft op enig moment recht op verblijfszekerheid en een toekomstperspectief. Dit geldt zeker voor deze Afghaanse vluchtelingen, voor wie de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. De Afghanen die door Nederland zijn geëvacueerd, hadden de verwachting na vijf jaar een vaste verblijfsvergunning en uiteindelijk de Nederlandse nationaliteit te krijgen. Nu moeten ze elke drie jaar een nieuwe verblijfsvergunning aanvragen.
Vluchtelingen hebben al een moeilijke positie op de arbeidsmarkt en worden nu nog onaantrekkelijker voor werkgevers, die zekerheid willen. Voor slechte werkgevers, en die zijn er helaas volop, biedt het gelegenheid om hen uit te buiten en contracten niet te verlengen. Dat moeten we niet willen. Mensen die hun leven al hebben gewaagd door voor ons in Afghanistan te werken, verdienen beter. Er moet alsnog een reële mogelijkheid tot naturalisatie komen.
Vijf jaar na de val van Kabul roepen wij het kabinet op zowel de achtergebleven Afghaanse bewakers als de geëvacueerde Afghaanse gezinnen zekerheid te bieden, zodat we dit nare hoofdstuk in onze geschiedenis eindelijk kunnen sluiten.