In Birmingham zorgt Stefan Nillessen voor een grote verrassing. De Nederlander wint de 1.500-metertitel bij de Europese kampioenschappen met een machtige eindsprint.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Er klinkt een golf van verrassing door Alexander Stadium toen in de eindsprint plots een man in een oranje shirt en een zwarte pleister op de neus iedereen voorbij spurt. Stefan Nillessen spreidt zijn armen en wordt Europees kampioen op de 1.500 meter.
Rondenlang leek Nillessen opgesloten te zitten, met zijn lange benen weggestopt tussen een horde concurrenten, maar op het laatste rechte eind valt het pelotonnetje uit elkaar. De 23-jarige en 1 meter 95 lange atleet ziet een opening en zet een eindsprint van jewelste in.
In de laatste honderd meter passeert hij niet alleen de anderen alsof het hem nauwelijks moeite kost, maar hij neemt zelfs nog een opvallend grote voorsprong. Het is alsof hij er niet al 1.400 meter op heeft zitten, maar net de baan op is gekomen met frisse benen en even frisse zin. Zijn tijd: 3.35,70. Tweede in 3.36,16 wordt de Zweed Samuel Pihlström, derde in 3.36,24 de Ier Andrew Coscoran.
De Britse journalisten op de perstribune kijken elkaar met open mond aan. De drie toppers uit hun land, waaronder oud-wereldkampioen Jake Wightman, halen het podium niet. En waar kwam in vredesnaam die boomlange Nillessen vandaan? Hoe kon deze jack in the box zomaar naar de zege springveren?
Het is een genot om even later naar de Europees kampioen te luisteren als hij voor de schrijvende pers zijn verhaal doet. Een spraakwaterval die ondanks de 1.500 meter nog puf genoeg heeft om zijn zinnen als lange slingerende kettingen aaneen te rijgen.
Hij steekt in één ademteug van wal: ‘Ik weet het ook niet, maar ik voelde me fantastisch. Met 200 meter te gaan, wist ik: ik zit misschien nog wel vast, maar ik moet naar de buitenkant, want ik voel me te goed om te gokken dat er aan de binnenkant ruimte komt. Dan ga ik mezelf straks teleurstellen. Ik voel me te goed om hier te blijven zitten. Met 150 meter te gaan kon ik mezelf naar buiten duwen. En met 100 meter dacht ik: oké, nu ga ik. Binnen twintig meter voelde ik dat ze links van me inzakten. En ik werd helemaal hyper. Ik werd alleen maar enthousiaster en ik ging alleen maar harder lopen.’
Een even groot plezier is het om hem bij die woordenstroom te bekijken. Hij is de verpersoonlijking van vreugde zoals hij daar staat, de Nederlandse vlag om de smalle schouders, met grote ogen van verwondering over wat er deze avond allemaal is gebeurd en een grijns die in zijn gelaat gebeiteld staat.
Vier jaar geleden had Nillessen nog niet het leven van een atleet. Hardlopen deed hij al wel, maar hij speelde ook elk weekend nog een potje voetbal bij de Groesbeekse Boys en hij werkte om wat bij te verdienen als barman in de kroeg. Twee jaar geleden, in de zomer van 2024, wilde hij zich kwalificeren voor de EK in Rome, maar slaagde daar niet in. Geen nood, zei hij toen. Hij wilde het stapje voor stapje doen. Wel voldeed hij even later aan de olympisch limiet, haalde zelfs de finale in Parijs en gaf zo al blijk van zijn grote talent.
Het afgelopen jaar zat het hem wat tegen. Op de WK in Tokio kwam hij niet door de halve finale. Dat kan op de 1.500 meter, waar het altijd ook duwen en trekken is, altijd gebeuren. Zwaarder was de blessure die hij in de winter te verduren kreeg. Hij stapte over een horde en verdraaide zijn enkel. De schade: twee gescheurde enkelbanden.
In juni keerde hij terug in competitie, maar de wedstrijden verliepen niet echt soepel. Hij kon zich nog niet meten met de wereldtop. Wel voelde hij in training al dat zijn vorm begon terug te keren, al was er bij de NK van drie weken geleden even de vrees voor een bovenbeenblessure. Uit voorzorg startte hij daarom toen niet de finale. ‘Het is maar goed dat we toen geen risico hebben genomen’, zegt hij nu met een grijns.
Hij voelde zich heerlijk op de baan, de afgelopen dagen in Birmingham. Hij had alle vertrouwen in de finale en genoot ervan dat er niemand was die met hem rekening hield terwijl hij aan zijn lijf merkte dat hij klaar was om zich in de strijd te werpen. ‘Ik had eindelijk weer het underdoggevoel, wat heerlijk is tijdens het lopen.’
En toch, ondanks groeiend zelfvertrouwen en de dwalende gedachten die af en toe uitgingen naar een droombeeld van een gouden medaille om zijn nek, hield zelfs Nillessen zelf niet werkelijk rekening met deze uitkomst.
In die afgelopen jaren opereerde Nillessen vaak een beetje in de schaduw van zijn vaste trainingsmaat en twee jaar jongere blikvanger Niels Laros. Maar in Birmingham was Laros er niet bij. Hij kampt met een achillespeesblessure. Voor Nillessen was dat het moment om uit diens schaduw te stappen, al had hij het net zo graag met zijn trainingsmaat erbij gedaan.
‘Ik vind het heel jammer dat Niels er niet is’, zegt Nillessen. Hij mist de kameraadschap, het samen trainen. Maar dat komt wel weer, denkt hij. ‘Zonder twijfel lopen we volgend jaar gewoon weer samen. Dan gaan we vol voor die grote wedstrijden. Nu zijn we beiden geen underdog meer, maar dat is alleen maar mooi. Dan kunnen we die schijnwerpers, die druk, samen aan.’
De underdogpositie kan Nillessen na zijn razende eindsprint in Birmingham inderdaad niet meer innemen. Geen bezwaar, zegt hij, en hij blikt alvast vooruit naar de Spelen van 2028 in Los Angeles. ‘Twee jaar is genoeg tijd om eraan te wennen dat ik geen underdog meer ben. Daar ga ik van leren, nieuwe ervaringen opdoen en dan lekker met enthousiasme naar de volgende toernooien.’
Het is typisch Nillessen, dat optimisme. Het is precies hoe hij zijn sport bekijkt. Hij heeft er lol in en dat valt niet los te zien van de medaille om zijn nek. ‘Natuurlijk, je hebt talent en dat soort dingen. Maar ik heb ooit vanuit de sportpsychologie geleerd, dat als je ergens van geniet, je er alleen maar beter en beter van wordt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant