Home

Door gebrek aan eigen visie is theaterversie van succesroman ‘De beesten’ vooral een vaardige samenvatting van het boek

De voorstelling heeft een keurigheid die slecht rijmt met de onbetrouwbare wereld waarin het oorspronkelijke verhaal zich afspeelt.

schrijft voor de Volkskrant over theater.

Het was wachten tot de gelauwerde debuutroman De beesten (2022) van Gijs Wilbrink tot toneelvoorstelling zou worden bewerkt. Zijn kronkelende, morsige, gore, tartende Achterhoekse zinnen (zie kader) smeken haast om niet alleen gelezen, maar ook gehóórd te worden. De opzichtig onbetrouwbare vertelperspectieven (‘Ik wil niet veel zeggen, maar…’), maken van veel hoofdstukken al toneelmonologen op zich.

Tegelijkertijd is de roman onverbiddelijk proza. Wilbrinks personages verliezen zich met aanstekelijke gretigheid in uitwaaierende observaties en associatief zelfonderzoek, wat op toneel gemakkelijk in statisch en afstandelijk verteltheater kan verzanden. Als lezer word je daardoor tegen wil en dank verzwolgen door de arena die hij schept. Die ‘ondankbare grond’ waarop het drama zich afspeelt, het ‘onland waar nooit iets groeit of bloeit’, slokt je op en spuugt je uit, en dat is walgelijk en louterend.

Spannend dus: hoe vertaalt zich dat naar een theatervoorstelling van anderhalf uur? Theatergroep De Jonge Honden doet een poging in een grote hal in het stationsgebied van Zwolle, de auteur gaf zijn zegen en regisseur Jolmer Versteeg verzamelde een groep fijne, vooral jonge acteurs.

Gruwelijk verhaal

Op een enorm draaiend speelvlak is een stukje naamloos, Oost-Nederlands buitengebied nagebouwd: een afgebladderde caravan, een oude schuur en motoren worden zwakjes verlicht door een rijtje lantaarnpalen. Hier verloor Tom Keller (Billy de Walle) zijn been door een vergeten tetanusprik na een motorongeluk. En hier ontdekt zijn dochter Isa (Pip Lieke Lucas) jaren later wat er zich heeft afgespeeld in die tijd, waar haar familie steevast over zwijgt en de dorpelingen hooguit over smiespelen.

De beesten is een gruwelijk verhaal over ontsnappen: aan je geboortegrond, je reputatie, je verleden en de toekomst die al in dat verleden voor je is uitgestippeld – en de onmogelijkheid van die opdracht. Wilbrink bedient zich vooral van omtrekkende bewegingen en legt al doende de verbanden tussen verschillende generaties bloot.

In deze theatervoorstelling is dat complexe verhaal helaas gereduceerd tot een verzameling plotwendingen. Bewerker Wessel de Vries, die nochtans veel ervaring heeft met het schrijven van groots opgezette theaterexercities, leverde een reeks vooral korte, functionele scènes af. De voorstelling ontbeert daardoor dynamiek en grilligheid en krijgt een mate van keurigheid die slecht strookt met de onbetrouwbare wereld waarin het verhaal zich afspeelt.

Eerder knullig dan angstaanjagend

De confrontaties worden door Versteeg bovendien meestal letterlijk geënsceneerd en slaan zo behoorlijk plat. De vervaarlijke ooms van Tom Keller, die in de roman erg bogen op de mythevorming om hen heen, boezemen bijvoorbeeld amper angst in: ze zijn eerder knullig dan angstaanjagend.

Door het steevaste gebrek aan ruimte voor reflectie en introspectie blijven de personages pionnen in een anekdote in plaats van weerbarstige archetypes waaraan je allerlei eigenschappen van jezelf kunt spiegelen – juist ook de onhebbelijke, de ongemakkelijke, de kwalijke.

De voorstelling werkt het beste als Versteeg zich losweekt van die letterlijkheid, op zoek gaat naar een uitgesproken theatrale vorm en daarmee dus iets toevoegt aan het materiaal. Een goed voorbeeld daarvan is een indringende verkrachtingsscène aan het eind, waarin de dissociatie van het slachtoffer treffend theatraal wordt gemaakt. ‘Er is niets gebeurd’, blijft ze hardop zeggen, terwijl we als toeschouwers zien welke gruwelijkheden ze ondergaat: een veelzeggende discrepantie waardoor de scène hard binnenkomt.

Te veel ontzag

Zo lijkt deze voorstelling eens te meer duidelijk te maken dat ontzag voor het bronmateriaal een maker ook in de weg kan zitten. De paradox van boeken tot theater bewerken is: meestal doe je pas echt recht aan een roman door er géén recht aan te willen doen. Als je niet probeert een roman naar de toneelvloer over te hevelen, maar als je uit het bronmateriaal je eigen verhaal destilleert en een eigen theatrale vorm daarbij zoekt.

In deze theateradaptatie blijft die eigen visie diffuus, waardoor De beesten op momenten best een vaardige samenvatting van de roman is en geregeld ook zeker mooi wordt gespeeld (als Isa vindt Pip Lieke Lucas bijvoorbeeld een mooi snijvlak tussen stug, onbeholpen en onbevangen), maar helaas geen interessante, uitdagende, beklijvende kunst oplevert.

‘Een zondig mens ontkomt met een paar weesgegroetjes per week misschien net aan de hel, maar verblijft tijdens dit aardse leven niettemin in een constante staat van milde pijn; ingegroeide teennagels, zuurbrand, knoeperdharde steenpuisten, een uur lang rondlopen met hemeltergende aandrang en nergens op de pot kunnen, impotentie, obstipatie, jeuk op onkrapbare plekken, vroegtijdige zaadlozingen, laattijdige zaadlozingen, branderige sensaties, aften, hielspoor, wakker schrikken met kuitkramp, ontstoken tandvlees, ontstoken tepels, aambeien, spit, spataderen, cellulitis, dikke enkels, uitslag, eczeem, schurft, netelroos, beukende onverklaarbare onrechtaardige katers die niet in verhouding staan tot de ingenomen hoeveelheid alcohol op de avond ervoor.’

Theater

★★☆☆☆

Door Theatergroep De Jonge Honden. Bewerking tekst: Wessel de Vries, naar Gijs Wilbrink. Regie: Jolmer Versteeg.
14/8, De Rode Hal, Zwolle. Daar t/m 30/8

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next