Home

Van gegrunt op het hoofdpodium tot fijne luistermuziek om middernacht, op Sziget is er voor iedereen wat wils

Op het populaire vijfdaagse festival Sziget in Boedapest is ook dit jaar weer de meest uiteenlopende muziek te horen, en lopen er traditiegetrouw duizenden Nederlanders rond. Deze editie luidt een nieuw tijdperk in voor het festival.

is popredacteur van de Volkskrant.

Op het festival Sziget in Boedapest zijn per dag zeshonderd verschillende shows te bekijken, maar op donderdagavond lijken bijna alle tienduizenden bezoekers samen te zijn gekomen om zich te laten bedwelmen door de barokke magie van Florence + The Machine. De ene na de andere hit daalt neer over het volle veld, terwijl Florence Welch zwierend over het podium maar blijft uithalen met haar volstrekt unieke stemgeluid dat over een enorm register beschikt.

Net als bij haar show in de Ziggo Dome eerder dit jaar is De Machine wat naar de achtergrond verdreven; Welch kan de show hier prima, misschien zelfs nog beter, in haar eentje overbrengen. Haar zachtaardige dominantie heeft iets moederlijks als ze het publiek opdraagt om bij wijze van ritueel hun telefoon weg te stoppen bij grote hit en ontlading van de show: Dog Days Are Over.

Welch is niet een vrouw waar je gauw tegenin gaat, en dus resulteert de climax in iets wat daadwerkelijk voelt als een louterend ritueel. Het soort gezamenlijke ervaring waarvoor je weliswaar veel geld betaalt, maar dat bij veel bezoekers dan ook wel in natte wangen resulteert.

Een bericht gedeeld door Sziget Festival (@szigetofficial)

Maar op Sziget is de headliner slechts een opmaat voor wat daarna komt. Want zoals Sziget-CEO Tamás Kádár begin dit jaar al zei in een interview met de Volkskrant, is het niet het soort festival waar je na de headliner nog één biertje drinkt en dan je tent inkruipt. Jaarlijks komen tienduizenden bezoekers uit bijna honderd verschillende landen naar het eiland in de Donau voor vijf dagen relatief goedkoop festival met grote artiesten in bijna alle muziekgenres, maar ook bijvoorbeeld een enorm kunst- en theaterprogramma. Nederland is traditiegetrouw sterk vertegenwoordigd: een vijfde van de bezoekers is dit jaar Nederlands.

Geen tegenwerking meer

De editie van dit jaar luidt in meerdere opzichten een nieuw tijdperk in voor het festival. Ten eerste is het de eerste editie in lange tijd waarin de organisatie niet meer wordt tegengewerkt door de conservatieve regering van Viktor Orbán. Szigets slogan is ‘The Island of Freedom’, en het festival heeft zich met zijn uitgesproken progressieve waarden altijd een ideologisch eiland gevoeld in het rechtse Hongarije.

Zo mochten volgens Orbáns wetgeving geen minderjarigen naar binnen bij het podium Magic Mirror, dat al vijfentwintig jaar lhbti-cultuur viert. Met grote tegenzin zette het festival altijd een bordje bij de deur, maar dat is dit jaar niet meer nodig. Het festival hoeft niet meer tegen de wind in te lopen, zei Kádár, en dat maakt de zaken een stuk minder ingewikkeld.

Financiële problemen

Het is ook het jaar dat het festival zich heeft vrijgevochten van grote kapitalistische structuren. In 2017 werd Superstruct grootaandeelhouder van het festival, en dat werd op zijn beurt in 2024 overgenomen door de omstreden investeringsmaatschappij KKR.

Sziget dreigde zijn festivalterrein te verliezen, een essentieel onderdeel van de identiteit. Dankzij de oprichter en een handjevol andere investeerders werd het festival weer (relatief) onafhankelijk. De financiële problemen bleven.

Op Sziget is de grootste naam van de dag niet de afsluiter, zoals op Nederlandse festivals, maar eerder een startschot. Zo kun je na Florence + The Machine onder andere nog de vrolijke, maar een beetje nietszeggende indieband Parcels zien, of als je opschiet nog een stukje van Sef.

Het voelt misschien wat gek om in Hongarije op het op één na grootste podium naar een show te kijken die een groot deel van z’n kracht aan de Nederlandse teksten ontleent, maar er zijn genoeg Nederlanders op de been om het alsnog als een thuiswedstrijd te laten voelen. Sef spreekt z’n bezoekers dan ook gewoon in het Nederlands toe, tussen de liedjes door.

Fijngevoelige luistermuziek

Twee dagen eerder, op dinsdagnacht, stond in die grote tent de Amerikaanse zanger Dijon. Om middernacht is de tent vol met mensen die geconcentreerd luisteren naar zijn delicate r&b, waarbij ieder geluidje precies wordt uitgedacht. Om hem heen zit zijn band met een uitstraling alsof ze gewoon in iemands woonkamer zitten te chillen, maar hun concentratie en de precisie in hun spel verraadt dat het hier om een groep doelbewust gekozen muzikanten gaat.

Samen leiden zij de liedjes met fluwelen handschoenen in onverwachte richtingen. Wat is het heerlijk om ook ’s nachts bij zulke fijngevoelige luistermuziek terecht te kunnen komen.

Sziget is een festival van vele genres, wat tot een wat schizofrene opsomming van headliners leidt. Dubstep-boegbeeld Skrillex sluit het festival op zaterdagavond af, wat betekent dat zijn grove knaller Bangarang uit 2011 het laatste nummer is dat op het hoofdpodium klinkt. Een wat curieuze keuze, zeker gezien die track staat voor alles wat danceliefhebbers háten aan de Amerikaan.

Maar voor hij die onvermijdelijke track erin knalt, heeft Skrillex in anderhalf uur allang laten horen dat hij voor ongebreideld knallen en plezier staat. Fuck verfijning, fuck de snobs, rammen zullen we.

Gegrunt en gegil

Een dag eerder werd er ook al zo geramd op dat hoofdpodium, met nog zo’n onwaarschijnlijke headliner: de Britse heavyband Bring Me the Horizon. De afgelopen twintig jaar bewoog de band van deathcore richting meer publieksvriendelijke metalcore met veel pop- en elektronische invloeden.

Dat kan nog net, op zo’n festival, ware het niet dat de band net zijn allereerste en allerhardste album Count Your Blessings opnieuw heeft uitgebracht en weer live speelt. Er zullen een aantal bezoekers best even zijn geschrokken bij het gegrunt en gegil over razendsnelle en donkere drums bij opener Dehumanized. Maar een ander deel van de bezoekers kan hun geluk niet op dat er op het hoofdpodium ook plek is voor harde gitaarmuziek.

Bovendien blijkt het Sziget-publiek, dat immers een kaartje heeft gekocht voor een nogal divers programmerend festival, behoorlijk ruimdenkend. Het veld staat hier net zo vol als voor de Amerikaanse jonge popster Sombr. Sombr speelt hier zijn eerste Europese festivalshow, en is meteen headliner.

Dat is net nog een maatje te groot. Zijn stem is niet krachtig genoeg om het rockimago te verzilveren dat hij zo graag wil. Het is raar om naar een show te kijken van een popzanger met popliedjes, die zichzelf en zijn publiek er verbeten van probeert te overtuigen dat dit een rockshow is. Hij heeft genoeg prima liedjes om een show omheen te bouwen, maar op deze manier gaan die verloren in iets wat toch vooral voelt als een mislukking.

Hij had beter kunnen ruilen met de Zweedse zangeres Zara Larsson, die voor hem op het hoofdpodium optrad en met wie hij backstage bevriend raakte. Zij heeft haar show al de hele zomer piekfijn op orde, haar stem wankelt nooit, en het moment staat aan haar kant.

Indrukwekkende acts

Elders op het terrein valt nog veel meer te ontdekken. Diep in de nacht treedt dansgezelschap Club Guy & Roni bijvoorbeeld op met hun waanzinnig prachtig vormgegeven show Bad Nature, waarbij tientallen lampjes en een doorschijnende doek als extra dansers meedoen.

En in de Magic Mirror kan een stuk zorgelozer genoten en gevierd worden. Bijvoorbeeld bij de voorstelling Carnivale Royale, waarbij queerartiesten iedere avond halsbrekende toeren uithalen in de lucht, met scherpe voorwerpen of aan een paal. Sowieso ongekend indrukwekkende acts, maar met de recente Hongaarse ontwikkelingen in het achterhoofd ook ontroerend en hoopvol.

Aan de Hongaren zelf is ook gedacht: het podium Budapest Park is de plek waar Hongaarse acts een plek krijgen. Kispál És A Borz bijvoorbeeld, de band die voor generaties Hongaren een van de hoogtepunten van de muziek uit hun thuisland betekent, spreekt hun publiek hier gewoon in het Hongaars aan.

Te veel merken

Het nadeel van zo’n festival dat jarenlang heeft kunnen groeien, is dat bedrijven zich er onherroepelijk aan willen binden; bij Sziget loopt die sponsoring de spuigaten uit. Je kunt werkelijk geen kant op kijken zonder minstens één merk prominent te zien. Er zijn maar twee ongesponsorde podia, The Light Stage (dat dan wel weer wordt gefinancierd door de Italiaanse overheid) en het hoofdpodium.

Maar dat laatste wordt geflankeerd door aan de ene kant het vipgedeelte van het automerk Geely (waar af en toe met veel bombarie uit lichtgevende ganzen Grey Goose-wodka wordt geschonken aan daarvoor royaal betalende bezoekers), en aan de andere kant een rijtje met Finlandia-, Red Bull-, Dreher-, Johnnie Walker- en Coca Cola-podia. En dat is dus alleen al op het veld waar het hoofdpodium staat.

Je gunt het festival, dat zeer terecht een speciaal plekje heeft in het hart van zoveel Nederlandse bezoekers, financieel betere tijden. Dan hopelijk ook met wat minder grote merken overal op het festivalterrein.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next