Home

Genezing van diabetes type 1: deze hoogleraar is ervan overtuigd dat het straks kan

Nog altijd geldt diabetes type 1 als ongeneeslijk en zit er voor patiënten niets anders op dan levenslang insuline spuiten. Immunoloog Bart Roep is er na een verrassende ontdekking van overtuigd: dat gaat veranderen.

‘Er is nooit meer hoop geweest dan nu, dat kan ik u vertellen.’ Bart Roep, hoogleraar diabetologie aan het LUMC, vouwt zijn handen over elkaar. ‘Jarenlang mocht ik het woord ‘genezen’ niet gebruiken. Dat hadden mensen al vijftig jaar gehoord. Maar inmiddels hébben we mensen genezen van diabetes type 1. Voor mij is dat bewijs dat het kan. De vraag is daarom niet meer: kúnnen we diabetes type 1 genezen? Nee, de vraag is: wie kunnen we genezen? Wanneer, en hoe?’

Twintig jaar geleden zei u ook dat diabetes type 1 binnenkort genezen zou worden. Wat is er nu anders?

‘We hebben nu meer inzicht in hoe divers deze ziekte is. Eerder zochten we naar een oplossing die voor alle patiënten werkt. Een magic bullet. Maar diabetes type 1 is niet één type diabetes: er zijn verschillende varianten van de ziekte. Groepen patiënten moet je dus op verschillende manieren behandelen.’

‘Cure One’, heet de zijgang van het Leids Universitair Medisch Centrum waar Roep huishoudt. Een onderzoekscentrum, dat in alles uitstraalt: dit is de plek waar het gaat gebeuren. ‘Let’s finish what we started’, staat er op een monitor, bij een foto van Roep met vijf van zijn onderzoekers, lachend en in labjas. Op de gang hangt een grote lichtgevende blauwe cirkel, waar zo nu en dan een witte flits doorheen beweegt. ‘Een cadeau van donateurs’, legt Roep uit. ‘Als we diabetes type 1 hebben genezen, kleurt het helemaal wit.’

De wetenschapsredactie van de Volkskrant interviewt deze zomer wetenschappers die opmerkelijke vooruitgang zien op hun vakgebied. Eerder in deze serie:

Hoe het aantal verkeersslachtoffers spectaculair daalde

Hoe de Nederlandse veehouderij het antibioticagebruik verlaagde

Hoe zonnecellen extreem veel beter worden

Hoe de lucht in Nederland schoner werd

Hoe zich toch lichtpuntjes aandienen in het postcovidonderzoek

Hoewel diabetes type 1 wereldwijd uitvoerig is onderzocht, geldt de ziekte nog steeds als ongeneeslijk. Bij de aandoening, waaraan ook zo’n honderdduizend Nederlanders lijden, valt het immuunsysteem de zogeheten bètacellen in de alvleesklier aan. Akelig, want die cellen produceren insuline, een cruciaal hormoon dat gaat over de opname van suiker in lichaamsweefsels. Zonder insuline stijgt de bloedsuikerspiegel tot zulke extreme niveaus dat patiënten in een coma kunnen raken. Daarnaast schaadt de verhoogde suikerspiegel op lange termijn de nieren en zenuwen, waardoor patiënten gemiddeld zo’n tien jaar korter leven.

Voor wie diabetes type 1 krijgt, zit er dus maar één ding op: insuline bijspuiten, en een geneesmiddel afwachten. Daarop was weinig uitzicht, want wetenschappers bleven vastlopen op dezelfde fundamentele vraag: waarom valt het immuunsysteem in hemelsnaam de bètacellen aan? Dat veranderde toen immunoloog Roep een paar jaar geleden een verrassende ontdekking deed.

Legt u eens uit?

‘Iedereen heeft altijd geleerd dat diabetes type 1 een fout is van je afweersysteem. Dat vergist zich en maakt zo de bètacellen kapot. Maar wij zijn gaan inzien dat het afweersysteem helemaal geen fout maakt. Het reageert met goede bedoelingen. Het zijn de bètacellen die eigenlijk de mist ingaan. Die cellen maken razendsnel insuline – één bètacel produceert een miljoen insulinemoleculen in een minuut – en kunnen door het harde werken gestrest raken. Dan kan het RNA van insuline (het genetische recept, red.) verkeerd afgelezen worden en maken de bètacellen fout insuline aan. Dáár reageert het immuunsysteem op.’

Dus u wilt zich richten op het verbeteren van de bètacellen?

‘Dat diabetes type 1 een bètacelziekte is, is een gamechanger. Wij geloven dat het geheim zit in de dialoog tussen je afweer en je bètacellen. Daar gebeurt het, en dat proberen we te manipuleren. We moeten dus de bètacellen ontstressen én de afweer in het gareel krijgen.’

Hoe doe je dat, bètacellen ontstressen?

‘Een op de vijf diabetespatiënten kan dat zelf, dankzij een genetische variatie.’ Die variatie zit in het insulinegen en leidt tot een buffer: mochten bètacellen gestrest raken en foutjes gaan maken, dan voorkomt het de productie van foute insuline en de daaropvolgende immuunreactie. ‘Patiënten met deze variatie blijven hun hele leven insuline maken en krijgen nauwelijks complicaties. Een enkele letter in je genetische code maakt dus het verschil tussen of je beter beschermd bent tegen diabetes of juist een heel hoog risico hebt.’

Voor patiënten met ernstige diabetes, die weinig bètacellen overhebben, wil Roep uit lichaamseigen stamcellen nieuwe bètacellen kweken en die in de alvleesklier transplanteren. Om te voorkomen dat die bètacellen meteen weer foute insuline maken en een immuunrespons ontlokken, poogt hij ze buiten het lichaam genetisch op te knappen tot de stressbestendige varianten. Vorig jaar ontving hij een grote beurs van 2,5 miljoen euro om die therapie, autologe celtransplantatie, verder te ontwikkelen.

‘Ik geloof heilig dat we bètacellen weerbarstiger kunnen maken door ze genetisch te bewerken.’ Hij knipt met zijn vingers. ‘Zo zorgen we ervoor dat bètacellen ook zo’n buffer krijgen, geen vergissingen meer maken onder stress en onzichtbaar worden voor het immuunsysteem.’

Betekent de beschermende genetische variatie dan dat je geen diabetes type 1 kunt krijgen?

‘Nee, maar het verlaagt wel de kans: mensen met die variatie hebben twee keer zo weinig risico om diabetes type 1 te krijgen. En als ze het wel krijgen, ondanks de erfelijke bescherming, is het een heel andere vorm van diabetes, met een levenslange insulineproductie en zonder complicaties. Veel mensen denken dat diabetes type 1 een erfelijke ziekte is, maar dat is niet zo. Bij twee derde van de eeneiige tweelingen heeft maar één persoon diabetes. Erfelijke achtergrond speelt wel een rol, maar uiteindelijk is het iets in je omgeving dat het veroorzaakt. Wat dat is, daar zijn we nog niet achter.’

Dus je kunt diabetes type 1 hebben maar nog steeds insuline maken?

‘Klopt. Volgens de handboeken zijn de bètacellen van diabetespatiënten voor 90 procent kapot. Maar dat is dus niet zo: een recente studie laat zien dat zo’n 60 procent van de patiënten nog proinsuline maakt, de voorloper van insuline. Hun bètacellen zijn dus helemaal niet kapot, maar in een soort winterslaap. Celtransplantatie is bij deze patiënten dus ook niet nodig: de bètacellen maken we wakker met zogeheten ‘bionics’. Dat zijn moleculaire rugzakjes met groeistoffen, die zo zijn gemaakt dat ze enkel opengaan in een ontstoken eilandje (van Langerhans, groepjes cellen in de alvleesklier, red.) en nergens anders. Daardoor gaan de cellen weer delen en komen ze tot leven.’

U had het ook over de afweer in het gareel krijgen. Hoe moet dat?

‘We werken aan ‘omgekeerde vaccinatie’, een vaccin waarmee je het immuunsysteem herprogrammeert om bestaande bètacellen met rust te laten.’

Roeps vaccin bevat lichaamseigen immuuncellen van een patiënt die zijn bewerkt met vitamine D3, dat ontsteking tempert. ‘Eenmaal in het lichaam, leren deze kalmerende immuuncellen de afweer om bètacellen niet meer aan te vallen.’

Dat klinkt allemaal hoopvol, maar patiënten van nu kunnen niet morgen al naar het ziekenhuis voor een behandeling. Wat heeft u hun op dit moment te bieden?

‘Nu we weten dat het begint bij de bètacellen, motiveert dat hopelijk patiënten om hun bloedsuiker goed te controleren. Als je daar goed voor zorgt, geef je je bètacellen verdere rust, in plaats van stress. Daarmee haal je de angel eruit: als je bètacellen niet gestrest zijn, provoceren ze je afweer ook niet. Zo wordt de prognose veel beter, en de kans op complicaties kleiner.’

Dat vooralsnog weinig patiënten met de nieuwe therapieën zijn behandeld, frustreert Roep. ‘Ik ben ook ongeduldig. Insuline en glucosesensoren werken zo goed dat men een ingreep snel als te risicovol ziet. Daar moeten we van af. Bij zoiets als leukemie is stevig ingrijpen heel normaal, maar diabetes is een sluipmoordenaar en wordt onderschat. Toch weet ik één ding zeker. Mensen die nu nog diabetes krijgen, gaan hun eigen insuline weer maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next