Mensen die als peuter weinig tot geen suiker hebben gegeten, lopen minder risico om later in hun leven verschillende soorten kanker te krijgen. En dat peuterdieet zegt nog meer over de gezondheid van zeventigers, blijkt uit groot onderzoek.
Mensen die in hun eerste levensjaren minder suiker hebben gegeten, hebben veel minder kans om later in hun leven verschillende soorten kanker te ontwikkelen. Dat blijkt uit grootschalig Brits onderzoek onder 64.000 mensen die tussen 1951 en 1956 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er een groot tekort aan suiker in het VK, waardoor deze mensen zeker de eerste duizend dagen weinig tot geen suiker aten. In 1953 werd de rantsoenering beëindigd en verdubbelde de consumptie van suiker bijna. Deze groep vormde daarom een handige steekproef voor het onderzoek.
Onderzoekers ontdekten dat borst-, prostaat-, lever-, endeldarm- en longkanker bij hen relatief veel minder voorkomt. Dat blijkt uit gegevens van de UK Biobank, een database van de deelnemers die registreert wie kanker ontwikkelt en wanneer.
Zo komt leverkanker bij deze groep 69 procent minder vaak voor dan bij mensen die in hun peutertijd wel suiker hebben gegeten. Bij borstkanker gaat het om 36 procent minder gevallen. Die verschillen zijn pas tientallen jaren na het einde van de suikerrantsoenering zichtbaar geworden.
Niet snoepen als peuter heeft nog meer voordelen, schrijven de onderzoekers. Zo wordt de veroudering van cellen en het immuunsysteem afgeremd.
Wetenschappers hebben dat afgemeten aan de lengte van telomeren. Dat zijn structuren aan het einde van chromosomen die korter worden naarmate cellen ouder worden. Mensen die in hun peutertijd weinig tot geen suiker hebben gegeten, hebben langere telomeren dan mensen die dat wel hebben gedaan. Dat scheelt ongeveer 2,2 jaar aan biologische veroudering.
Mensen die beperkt suiker hebben gegeten, hebben minder eiwitten die gerelateerd zijn aan de activatie van het immuunsysteem. Dat is volgens onderzoekers nog een teken van een langzamere veroudering op cellulair niveau.
De suikerrantsoenering is ook terug te zien in het dieet op latere leeftijd. De mensen die voor hun tweede verjaardag weinig tot geen suiker hebben gegeten, eten ook op latere leeftijd minder suiker. Daarbij eten ze gevarieerder en gezonder.
Aan de ene kant blijkt dat het peuterdieet invloed heeft op de ontwikkeling van de stofwisseling, de organen en het immuunsysteem. Aan de andere kant wordt dan een voorkeur voor zoetheid ontwikkeld of juist niet.
Uit gerelateerde onderzoeken blijkt dat deze groep mensen minder risico op dementie, hart- en vaatziekten en beroertes loopt.
De wetenschappers benadrukken dat hun boodschap niet is dat kleine kinderen totaal geen suiker zouden moeten eten. "Dat is niet wenselijk", zegt een onderzoeker. "Maar flink minderen heeft mogelijk grote gezondheidsvoordelen op latere leeftijd."
Source: Nu.nl algemeen