Het westnijlvirus lijkt zich blijvend in Nederland te hebben gevestigd. Voor het eerst is iemand in Nederland overleden aan de gevolgen van een hier opgelopen infectie. Zeker twee anderen raakten dit jaar in Nederland besmet. Naar verwachting zullen meer besmettingen volgen. Boosdoener: de doodgewone huissteekmug.
Het van oorsprong Afrikaanse virus verspreidt zich vooral tussen muggen en (trek)vogels. Voor zover we weten kunnen mensen het niet verder verspreiden en is er geen reden om daarvoor te vrezen. Maar mede door klimaatverandering heeft Nederland steeds meer muggen, en soms dragen die het virus over op een mens of ander zoogdier.
Het virus kan de ziekte westnijlkoorts veroorzaken en werd in 2020 voor het eerst in Nederland aangetroffen. Voor die tijd liepen Nederlanders het voor zover bekend alleen in het buitenland op. "Maar in 2020 vonden we het bij één persoon toen die ziek werd en bij zeven anderen achteraf", vertelt een woordvoerder van het RIVM aan NU.nl.
In de jaren erna werd het virus in Nederland ontdekt bij enkele vogels, steekmuggen en een paard. Deze zomer bleek weer een paard te zijn besmet. Daarna werden drie infecties gemeld bij mensen die het virus hoogstwaarschijnlijk binnen onze landsgrenzen hadden opgelopen. Een van hen is dus overleden, de twee anderen liggen nog in het ziekenhuis.
"Nu zien we dus circulatie: eerst bij dieren en nu langzaamaan ook bij mensen. We kunnen natuurlijk niet helemaal precies voorspellen hoe de komende jaren verlopen. Maar dat we in Nederland vaker te maken kunnen gaan hebben met het westnijlvirus, is zeker", concludeert het RIVM.
"Het is zeker mogelijk dat we nog meer patiënten gaan zien. Maar het zullen er geen honderden zijn die moeten worden opgenomen. Eerder enkelen", voorspelt hij. Het virus 'trekt noordwaarts': ook in bijvoorbeeld Duitsland dook het de afgelopen jaren op, met tot dusver enkele tientallen besmette personen.
80 procent van de geïnfecteerden krijgt helemaal geen klachten. Die mensen weten doorgaans dus niet eens dat ze besmet zijn. 19 procent krijgt griepachtige klachten en 1 procent krijgt neurologische klachten. "De kans dat je het westnijlvirus oploopt en ziek wordt, is helemaal niet zo groot", benadrukt het RIVM.
"Maar voor een bepaalde groep zijn de gevolgen wel groot: ouderen en mensen met een verminderde afweer." Die 1 procent met neurologische klachten heeft vaak last van een hersenontsteking, die hoofdpijn, verwardheid en uitval van bepaalde functies kan veroorzaken.
Bloedbank Sanquin controleert sinds bijna twee weken het bloed van alle 'risicodonoren' op het westnijlvirus. Het gaat om alle donoren die in de regio's Utrecht en Gooi en Vechtstreek wonen, daar bloed hebben gedoneerd en/of daar minstens één nacht hebben doorgebracht. De drie patiënten hebben hun besmetting vermoedelijk in die regio opgelopen. Tot dusver is het virus niet bij andere donoren ontdekt, laat een Sanquin-woordvoerder weten.
Omwille van de veiligheid van bloedtransfusies had Sanquin na het uitbraakje in 2020 twee jaar lang al het donorbloed gecontroleerd op het westnijlvirus, maar destijds nooit iets gevonden. Uiteindelijk stopte de bloedbank met die standaardscreening. Uit "wetenschappelijke interesse" werd onlangs wel donorbloed getest uit regio's waar eerder besmettingen bij vogels, muggen of paarden waren vastgesteld.
"Dat ging om wetenschappelijk onderzoek, het was geen test voor de bloedveiligheid", vervolgt Sanquin. Een van de donoren in het onderzoek bleek besmet. Een van diens bloedproducten was al toegediend aan een patiënt, maar die persoon heeft daardoor niet het westnijlvirus opgelopen.
Het RIVM informeerde Nederlandse artsen over de vondst en vroeg hen daarbij om patiënten te testen als ze klachten hebben die passen bij het westnijlvirus, zonder een andere duidelijke oorzaak. "Artsen waren altijd al verplicht om het bij ons te melden als iemand in Nederland het westnijlvirus heeft opgelopen. Maar daarvoor moeten ze natuurlijk wel eerst aan het westnijlvirus denken", aldus de RIVM-woordvoerder.
Zonder het wetenschappelijke onderzoek van Sanquin was bij de andere twee patiënten, die met ernstige gezondheidsklachten in het ziekenhuis waren beland, mogelijk niet eens aan het westnijlvirus gedacht.
Opvallend is dat de boosdoener niet de 'exotische' tijgermug is, de importmug die met enige regelmaat wordt aangetroffen en erom bekendstaat virussen op mensen en dieren te kunnen overbrengen. Het westnijlvirus hebben we 'gewoon' te danken aan de hier alom bekende huissteekmug.
Die heeft de reputatie vervelende muggenbulten te veroorzaken, maar mensen niet ziek te maken. Dat blijkt dus toch iets anders te liggen. "Tot nu toe leek een muggensteek in Nederland altijd onschuldig", aldus het RIVM. "Dat kunnen we nu niet meer zeggen."
Source: Nu.nl algemeen