Home

De laatste uren van wasbeer WB-2026 53: op jacht naar een aaibare, maar problematische exoot

Bestrijding Afgelopen jaren heeft de wasbeer zich gevestigd in Limburg. Het zoogdier beschadigt landbouwgewassen, bedreigt zeldzame diersoorten en vormt een risico voor de volksgezondheid als overbrenger van ziekten. Niet iedereen ziet dat zo: „De overheid denkt: exoot moet dood. Maar dat is nergens voor nodig.”

René Janssen van het wasberenvangteam Limburg met een gekooide wasbeer.

‘Het is d’r maar eentje. Een mannetje”, constateert René Janssen, wanneer hij om zeven uur ’s ochtends naar de wasberenval aan de rand van een bos bij Noorbeek loopt. Dankzij de wildcamera van de grondeigenaar, die even verderop in een vakwerkhuis woont, weet wasbeerbestrijder Janssen dat over deze wildwissel – een drukbelopen dierenspoor – geregeld een wasbeerfamilie paradeert. En het signaleringssysteem heeft doorgegeven dat vannacht een dier in de val is gelopen.

Er stonden in het bos nog drie andere vallen, maar die bleven leeg. Eén van de kooien is zelfs omgeduwd. Janssen: „Dat lukt wasberen soms. Het zijn slimme en behendige dieren. Ze proberen het blikje met sardientjes in de val te bemachtigen door met hun pootjes van buitenaf door de tralies te gaan. En ze lopen geregeld de kooi in en uit, zonder het mechanisme te raken dat de val laat dichtvallen.”

Soms lopen andere dieren in de val. Janssen: „Steenmarters, huiskatten en één keer zelfs een zeer zeldzame Europese wilde kat. Die dieren laten we dan weer vrij.”

‘Wasberenhoofdstad’ Kassel

Maar wasberen krijgen van de bestrijder geen gratie. Weliswaar lijken de van oorsprong Amerikaanse dieren schattig, met hun grijze vacht en geringde staart, met hun ‘maskertjes’ en voorpoten die iets weg hebben van mensenhandjes, maar „schijn bedriegt”, vertelt Janssen. „Ze bedreigen inheemse, bedreigde diersoorten. Een poel met geelbuikvuurpadden kan in één nacht leeg zijn. Ze veroorzaken schade aan huizen en gewassen. En ze kunnen ziektes overbrengen zoals de wasbeerspoelworm.”

Daarom worden wasberen bij hun opmars vanuit Zuid-Nederland (waar nu naar schatting enkele honderden leven) aangepakt door jagers, het waterschap en het wasbeervangteam, waarvan Janssen deel uitmaakt.

Bioloog-roofdierenspecialist Jaap Mulder betoogde zeven jaar geleden in NRC al dat wasberen vooral worden bestreden omdat dit moet van Europa. Dat de kleine beren andere diersoorten zouden bedreigen, was volgens hem niet bewezen. En de kans dat ze een gevaarlijke parasitaire worm zouden overdragen op mensen, noemde Mulder uiterst klein. Bovendien, waar de wasbeer was bestreden, had dat niet of nauwelijks geholpen, stelde hij.

Sindsdien is Mulder niet van mening veranderd: „Maar overheden houden oogkleppen op. Daar is het dominante denken: exoot moet dood. Dat gaat nooit goed lukken en het is ook nergens voor nodig.”  

Wasbeervanger Janssen bezocht vorig jaar een wetenschappelijke conferentie over de wasbeer, in de buurt van Kassel. Die plaats geldt als ‘wasberenhoofdstad’ van Duitsland. Janssen ging op een avondexcursie in een Kassels park en dat bleek „vergeven van de wasberen. Er was geen zanglijster of merel meer te horen. Elders in Kassel zitten de wasberen ook overal. Alle vuilnisbakken hebben sloten. Rond regenpijpen zitten obstakels om te voorkomen dat ze omhoogklimmen. Dat lukt ze soms alsnog. De ellende die ze dan kunnen aanrichten, is groot: van totaal vernielde zolders tot pannen van het dak.”

Alleen al om zulke schade te voorkomen, loont bestrijden, meent Janssen. „In Duitsland is het al ver uit de hand gelopen: daar lopen naar schatting al anderhalf miljoen wasberen rond. De jacht heeft daar een flinke vinger in de pap, waardoor de overheid zelf buiten de bestrijding blijft. In het zuiden van Wallonië is de wasbeerstand al wel flink gereduceerd. In het Waalse gebied direct grenzend aan Zuid-Limburg nog een stuk minder. Al met al telt België waarschijnlijk al tienduizenden wasberen.” 

Het pistool wordt geladen om de wasbeer af te schieten.

Drie ton per jaar voor bestrijding

De provincie Limburg, die voor driekwart grenst aan Duitsland en België, steekt tot 2030 per jaar 300.000 euro in de bestrijding van de exoot. Gedeputeerde Léon Faassen (Natuur) riep in juni de rest van Nederland op dit voorbeeld te volgen. „Dan kunnen we de situatie hopelijk samen beheersen. Maar verslappen we? Dan zal het héél lastig worden de wasbeer in bedwang te houden.”

Gevangen beren gingen aanvankelijk naar de opvang van Stichting AAP. Ze werden dan gesteriliseerd en aangeboden aan dierentuinen. Maar AAP kan de aantallen al lang niet meer aan. In Noorbeek wordt de kist met het gevangen mannetje daarom op een rekje achter Janssens auto geplaatst. En wordt vervolgens door de heuvels gereden, over de snelweg. Eindbestemming is Janssens huis aan de andere kant van Zuid-Limburg. „Ik kan het dier doden waar het in de val is gelopen, maar dat is soms ook in tuinen van mensen. Niet echt prettig. Bovendien moet ik dan op pad met een wapen.”

Met een pomp voorziet Janssen het pistool van de juiste luchtdruk: 220 bar. „Schieten is de minst pijnlijke manier van doden”, legt hij uit. „Dan is hij meteen hersendood. Daarna krijgen volwassen mannetjes een tweede schot voor de zekerheid. Geen leuk werk, maar wel nodig.” Even later worden de twee schoten gelost. De wasbeer maakt nog even schokkende bewegingen. Dan verdwijnt de laatste spierspanning uit het lijf.

Postuum worden de wasbeerlevens verder in kaart gebracht. Janssen bekijkt eerst de tanden. Die geven een indruk van de leeftijd. Vervolgens knipt hij een stuk van de tong af. „Dat wordt gebruikt voor dna-onderzoek naar uit welke populatie deze wasbeer komt.” Een paar snorharen geven na isotopenonderzoek inzicht in het dieet. De bestrijder stopt ze daarvoor in een enveloppe met de tekst: WB-2026 53 adult male Noorbeek. „WB staat voor wasbeer en het is de 53ste van dit jaar.” Het kadaver van de wasbeer gaat daarna in een ton naar een destructiebedrijf.

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next