Er zit nog weinig licht tussen ‘gewoon’ en extreemrechts in Israël. Premier Netanyahu’s Likoedpartij is in rap tempo geradicaliseerd. Wat verklaart deze ontwikkeling, en wat betekent die voor de verkiezingen in oktober? ‘In de media worden geen andere ideeën aangeboden.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël, het Midden-Oosten en België.
Niet zo heel erg lang geleden was het ondenkbaar: een Israëlische minister die stelt dat er dagelijks ‘dertig tot veertig’ burgers in Gaza moeten worden vermoord omdat het ‘niet eens echt mensen zijn’, zonder dat de premier hem direct de laan uit zou sturen.
In Israël schreeuwde echter niemand moord en brand toen Itamar Ben-Gvir, minister van Nationale Veiligheid, deze uitspraken vorige maand deed. De internationale gemeenschap reageerde in eerste instantie vol afschuw, maar suste zichzelf al snel met het idee dat er in Israël binnenkort toch verkiezingen zijn. Wellicht wordt deze extremist op 27 oktober via de stembus afgevoerd naar een verdomhoekje waar niemand hem meer kan horen, en komt er weer een kabinet waar de wereld wel zaken mee kan doen.
Het gedachtegoed van Ben-Gvir zal echter niet zomaar verstommen. In de peilingen doet zijn partij Otzma Yehudit het redelijk en ook andere partijen profileren zichzelf met extremistische fantasieën die geweld verheerlijken en Palestijnen ontmenselijken. Minister van Defensie Israel Katz bijvoorbeeld, lid van de Likoedpartij van premier Benjamin Netanyahu, kwam begin augustus met een campagnevideo waarin op een vrolijk deuntje ‘boem, boem, boem’ wordt gezongen onder beelden van de eindeloze bombardementen op Gaza.
Dat is opmerkelijk voor een partij die zichzelf nog steeds omschrijft als centrumrechts. Je zou het na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd bijna vergeten, maar Likoed was altijd een nationalistische middenpartij die zich verre hield van extremistisch gedachtegoed. Ben-Gvir werd in die tijd nog gezien als een gewelddadige gek en de ideeën van zijn grote voorbeeld Meir Kahane, een Amerikaans-Israëlische rabbijn die alle Arabieren wilde doden of wegsturen zodat er een ‘puur Joods’ Israël zou overblijven, werden als verwerpelijk beschouwd.
Tegenwoordig is het echter moeilijk om in Israël het verschil te zien tussen ‘gewoon’ rechts en de extreemrechtse flankpartijen. Nu is de verrechtsing van de politiek niet enkel een Israëlisch verschijnsel, maar in een land dat grondgebied van anderen bezet houdt en oorlog voert met zijn buren heeft de radicalisering wel een heel eigen gezicht.
‘Enerzijds zijn er overeenkomsten met de Maga-beweging, zoals de minachting voor internationale organisaties en diplomatie, en de autoritaire tendens om de privileges van de dominante krachten te beschermen’, zegt Mateo Cohen, politicoloog aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek Radicalized Conservatism in Israel.
‘Anderzijds is dit een land waar rechts altijd al probeerde een balans te vinden tussen Joodse ultranationalistische ideeën en liberale democratie. Je ziet dat de radicalisering hand in hand gaat met het idee van Joodse suprematie. En partijen die vroeger centrumrechts waren, zoals Likoed, vinden het nu heel normaal om het niet-Joodse deel van de bevolking zijn rechten te ontzeggen. Net zoals sommige parlementariërs hardop zeggen dat de inwoners van bezet gebied moeten vertrekken of sterven.’
Dat is nogal wat. Is dat een direct gevolg van de aanval van Hamas op 7 oktober 2023?
‘Dat heeft zeker grote invloed gehad, maar het proces was al veel langer aan de gang. En vergeet niet dat territoriaal maximalisme altijd een einddoel is geweest van rechts. De Likoedpartij was alleen heel goed in staat om de scherpe kantjes ervan af te slijpen. Decennialang was de aanwezigheid van Israël op de bezette Westelijke Jordaanoever voor Likoed voldoende, het gebied hoefde niet geannexeerd te worden.
‘Dat is onder Netanyahu veranderd. Hij heeft de onderhandelingen met de Palestijnen in 2014 laten klappen en sindsdien is de communicatie gestopt en zien we een brute escalatie van geweld. Dat kwam in golven: een korte oorlog hier, een militaire operatie daar, en uiteindelijk, na de aanval van Hamas, die verwoestende oorlog in Gaza die nog steeds bezig is. Maar het idee dat er met de Palestijnen valt te praten, dat een eigen Palestijnse staat mogelijk is, heeft Netanyahu jaren geleden dus al begraven.
‘Daarnaast was Netanyahu de eerste premier die expliciet de mogelijkheid van gelijke rechten voor Palestijnen verwierp. Dat vergde nogal wat politiek koorddansen, want tegelijkertijd beschouwt Likoed zichzelf als een democratische partij.’
Maar hoe kan een partij die zichzelf zo afficheert vervolgens in zee gaan met Ben-Gvir? Hij is veroordeeld voor steun aan een terroristische organisatie, maar kreeg in 2022 de post Binnenlandse Veiligheid van Netanyahu.
‘Ook dat proces was al langer aan de gang. Elke verkiezingsstrijd, elke coalitiecrisis en elke bedreiging van zijn macht maakte extreemrechts voor Netanyahu nuttiger. En elke keer probeerde hij deze krachten dichter bij de politieke mainstream te brengen, wat Ben-Gvir uiteindelijk zijn zetelwinst heeft opgeleverd.’
Op welke manier deed Netanyahu dat?
‘In 2021, toen Netanyahu kort in de oppositie zat, vreesde hij de volgende verkiezingen weer te verliezen zonder een eensgezinde rechtse vleugel. Hij spoorde de uiterst rechtse flankpartijen aan om samen een lijst te vormen zodat zij de kiesdrempel zouden halen. Deze politieke manoeuvres hielpen het Likoedblok weliswaar om de verkiezingen van 2022 te winnen met slechts 49 procent van de stemmen, maar ze radicaliseerden Likoed ook verder. Bovendien kregen extreemrechtse politici, die voorheen als volkomen gestoord werden beschouwd, de macht om belangrijke ministersposten op te eisen. Netanyahu deed dat simpelweg om zijn eigen positie te behouden.
‘Ben-Gvir was in Israël op dat moment al een stuk minder omstreden dan voorheen, en ook dat komt uit de koker van Netanyahu. Decennialang vond hij de media veel te links en als premier hielp hij nieuwe rechtse media op te zetten en het hele medialandschap te hervormen. Dat leverde hem een aanklacht wegens omkoping op, maar zijn druk werkte wel: de mainstreammedia zwichtten en Ben-Gvir is een goed voorbeeld van de gevolgen van die knieval.
‘Voorheen werd hij beschouwd als een extreemrechtse clown, maar sinds 2020 wordt hij regelmatig uitgenodigd in talkshows. Op een gegeven moment stond Ben-Gvir in de top zes van meest gevraagde gasten, dus hij had een prachtig podium voor zijn absurde gedachtegoed. En dat leverde hem parlementszetels op.’
Dus samenvattend: de geesten binnen zowel Likoed als de Israëlische samenleving waren vier jaar geleden rijp voor een verdere ruk naar rechts dankzij de politiek van Netanyahu?
‘Inderdaad. Maar wacht even.’
Cohen rommelt in de tas die hij heeft meegenomen naar de koffiezaak in Den Haag waar het gesprek plaatsvindt, en haalt er een stapeltje papier uit. Terwijl zijn warrige haar over de rand van zijn bril valt, strijkt hij de blaadjes glad. ‘Ik had hier gisteravond iets over geschreven’, zegt hij verontschuldigend, ‘en ik wil dat even heel precies voorlezen. Luister:
‘Als Israël een lichaam zou zijn, dan is de oude machtspartij Likoed een vitaal orgaan dat ontstoken is geraakt door het virus van rechts-radicalisme. Deze ziekte heeft het lichaam zwakker gemaakt, en Ben-Gvir is als een schimmel die woekert op het rottende ontstoken orgaan.’
De verschillen tussen dat orgaan en die schimmel worden steeds kleiner. Er is zelfs al een parlementariër van Otzma Yehudit overgelopen naar Likoed. Waar ziet u nog verschil tussen de twee partijen?
‘Allereerst is Likoed een vijftig jaar oude partij met een partijstatuut, interne organen, verschillende afdelingen door heel het land en internationale banden. Dat creëert een vorm van beschaafd gedrag. Je ziet bijvoorbeeld dat de internationale organisatie van Likoed een heel andere taal spreekt dan wanneer de partij in campagnetijd kiezers in de nederzettingen wil mobiliseren. Ben-Gvir daarentegen zegt de hele tijd zonder enige rem hetzelfde over de extreemste vorm van militaire macht.
‘Deze verfijndere cultuur binnen Likoed maakt het mogelijk om flexibel te zijn als er internationale druk wordt uitgeoefend. Zo kon Likoed bijvoorbeeld elementen van het voorstel van Donald Trump voor een bestand in Gaza gebruiken om te de-escaleren, en vervolgens te wachten op een ander moment om weer naar de eigen nationalistische waarden te handelen. Otzma Yehudit kan dat niet doen, dat zijn fundamentalisten. Ik zou Netanyahu om die reden omschrijven als een geradicaliseerde conservatief, terwijl Ben-Gvir een protofascist is.’
Ziet u die verrechtsing ook terug bij de oppositie?
‘Wat de oppositie met elkaar gemeen heeft, is dat ze allemaal tegen Netanyahu zijn, maar ja, ook daar zie je de ideologie van rechts terug. Yaïr Lapid was vroeger de leider van een centristische partij en in 2024 knipoogde hij nog voorzichtig naar de mogelijkheid om een compromis te vinden met de Palestijnen. Hij heeft nu echter gekozen voor intensieve samenwerking met Naftali Bennett, een man die zijn politieke carrière heeft opgebouwd door te pleiten voor annexatie. Op deze manier hoopt Lapid dat zijn partij als ‘rechts’ wordt gezien, zodat hij stemmen kan weglokken bij mensen die Netanyahu zat zijn, maar nooit voor ‘links’ zouden kiezen.
‘Ook bij de oppositie is de verrechtsing al langer aan de gang, wat hand in hand gaat met de verrechtsing van de samenleving. De meerderheid van de Joods-Israëlische bevolking vertrouwt de Palestijnen niet en meent dat het land voor de offensieve aanpak moet kiezen om bedreigingen het hoofd te bieden. Vijftien jaar geleden was 70 procent van de Israëlische Joodse bevolking nog bereid tot enige vorm van een territoriaal compromis met de Palestijnen – onder wie dus ook mensen die zichzelf identificeerden als rechts. Nu is dat minder dan 40 procent, en als het gaat om een echte Palestijnse staat is dat aandeel nog kleiner.
‘Je hebt in Israël bovendien geen progressief politiek alternatief zoals je dat wel in de Verenigde Staten hebt. De belangrijkste reden daarvoor zijn weer de media: er worden geen andere ideeën aangeboden. Als mensen niet horen dat er andere opties zijn, verlangen ze daar ook niet naar en is het dus niet interessant om je daar als politicus hard voor te maken.’
De buitenwereld kan er de vinger niet goed op leggen. Die ziet Israëliërs massaal de straat opgaan om te demonstreren tegen Netanyahu, en te vechten voor het behoud van hun democratie. Deze groep noemt zichzelf liberaal en seculier, en maakt zich druk over de rechten van vrouwen en de lhbti-gemeenschap. Zij windt zich op over de juridische hervormingen die de rechtsstaat ondermijnen en moet niets hebben van de religieuze druk die het ultra-orthodoxe deel van de regering aan de samenleving wil opleggen. Maar vrijwel niemand steekt bij dergelijke bijeenkomsten een bordje omhoog om te protesteren tegen de slachtpartijen in Gaza.
De 37-jarige Cohen, die zelf is geboren in de Israëlische stad Haifa (de achtste generatie volgens zijn grootmoeder), woont al vier jaar in Nederland en volgt de ontwikkelingen tegenwoordig dus ook vanuit het buitenland. ‘Het is voor mij lastig om te zien hoe het Israëlische publiek zijn weerzin tegen Netanyahu en zijn coalitie blijft scheiden van de agressieve militaire acties tegen de Palestijnen’, zegt hij. ‘Dat zijn voor hen twee totaal verschillende onderwerpen.’
Volgens u zijn die twee trends, met enerzijds de groeiende autoritaire tendensen waartegen wordt gedemonstreerd en anderzijds de normalisering van de ideologie van de kolonistenbeweging, aan elkaar verwant?
‘Zeker. Een groot deel van het Israëlische publiek ziet de connectie niet, maar die twee zijn volledig met elkaar verbonden. Uiterst rechts heeft de autoritaire neiging om de media te controleren, om het publiek ontvankelijker te maken voor de ideologie van messianistisch rechts. Hetzelfde geldt voor het juridische systeem. Netanyahu en de zijnen willen voorkomen dat het Hooggerechtshof na eventuele annexatie gaat dwarsliggen om gelijke rechten af te dwingen voor de Palestijnse inwoners van het gebied.’
De centrumlinkse krant Haaretz schreef onlangs in haar commentaar dat Likoeds ruk naar uiterst rechts gelijkstaat aan de geradicaliseerde samenleving. Bent u het daarmee eens?
‘Ai, dat is toch wel de moeilijkste vraag om te beantwoorden. Het is waar dat het Israëlische leger zichzelf steeds meer opwerpt als de verdediger van kolonisten en dat sommige commandanten zichzelf met deze extremisten identificeren. En dan is er de gevoelloosheid ten opzichte van het lijden van de Palestijnen. Maar wat betekent dat? Dat de hele bevolking dezelfde uiterst rechtse stroming aanhangt? Het is mogelijk dat heel Israël op enig moment rechts wordt, maar zover is het nog niet. Het is de dominante factor, maar er is geen consensus.’
Heeft u nog hoop dat het tij in Israël valt te keren?
‘Natuurlijk heb ik dat! We hebben het over politieke waarden en het verleden heeft uitgewezen dat verandering altijd mogelijk is. Ik geloof dat het Amerikaanse volk het trumpisme van zich kan afschudden en ik heb zelfs hoop dat Rusland op enig moment een democratische staat kan worden. Dus waarom zou ik geen hoop hebben voor de Israëliërs en de Palestijnen?
‘Maar als ik realistisch ben... dan ben ik niet optimistisch. Ik zie in het huidige Israëlische klimaat geen duidelijk ideologisch alternatief ontstaan. We zien wel vermoeidheid over polarisatie en de oorlog, maar er is geen alternatieve visie. Zolang dat zo blijft, zal ultrarechts de dominante kracht blijven in Israël, ook als Likoed de verkiezingen een keertje verliest.
‘De volgende regering kan een andere zijn; een coalitie waarvan Likoed geen deel uitmaakt en die wellicht meer openstaat voor internationale samenwerking. Maar zelfs dan verwacht ik dat Israël de komende jaren het controversieelste land ter wereld zal blijven.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant