Het Showdepot van particuliere kunstcollectie De Groen is niet alleen een expositieruimte, het is ook daadwerkelijk een depot met op diverse plekken kunst in sluimerstand. De Volkskrant neemt alvast een kijkje.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst en taal.
Wie vanuit het centrum van Arnhem komt, ziet het lichtzilveren gebouw aan de Rijn al van veraf staan. Het springt in het oog: een vierkante vorm met kleine, net niet rechte ramen, in elke gevel één. Als je dichterbij komt, zie je op het dak twee woorden: ‘Iets zien’. Het is precies waar bezoekers voor komen.
Dit is het nieuwe onderkomen van de particuliere kunstcollectie De Groen, opgebouwd door de kunstenaars en levenspartners Marjolein de Groen en Peter Jordaan. Hun collectie met grotendeels Nederlandse, hedendaagse kunst was tot twee jaar terug een stukje verderop te zien, in een voormalig bankgebouw in jugendstilstijl in het centrum van de stad. Daar werden vier exposities per jaar georganiseerd en er waren debatten, feestjes, een restaurant, een bar en radio-opnames.
In de loop der jaren was het uit enthousiasme een beetje uit zijn voegen gegroeid, vertelt De Groen. Zij en Jordaan kwamen tot het inzicht dat ze de boel eigenlijk weer wilden versimpelen tot het verzamelen en tonen van kunst. Ze besloten het imposante historische pand te verkopen en gaven architectenbureau Space Encounters de opdracht een gebouw te ontwerpen.
Peter Jordaan kon de oplevering zelf niet meemaken: hij overleed begin vorig jaar op 70-jarige leeftijd, vlak voor de bouw van start ging. Toch is hij volop aanwezig – in de openingsexpositie zijn meerdere kunstwerken van hem opgenomen. En de woorden op de gevel, ‘Iets zien’, zijn van hem. Marjolein de Groen (64), die de Volkskrant vast een rondleiding geeft, spreekt nog regelmatig in de wij-vorm.
Vandaag overheerst opwinding en opluchting dat alles af is, dat alles in het gloednieuwe, ruime, lichte gebouw hangt en staat en werkt en functioneert. Althans, daar waar dat moet, want het gebouw zoekt het midden op tussen een expositieruimte en een depot.
Om die reden heeft De Groen het nieuwe gebouw dan ook Showdepot genoemd. Op diverse plekken is ook kunst in sluimerstand te zien – kunst die is opgeborgen in schappen, dozen en houten transportkisten.
De eerste expositie heet The Sky Still Stands, een titel die, vertelt De Groen, verwijst naar dat wat te midden van grote onrust en aardverschuivingen in het leven toch overeind blijft. Naar wat ons helpt overeind te blijven, ook. Zoals de betovering en troost van kunst, en de verbazingwekkende natuur.
In de kunstwerken van de expositie, verspreid over vier verdiepingen, zijn steeds weer natuurlijke elementen te herkennen, van druppels en de sterrenhemel tot lucht en licht. ‘Om de twintig minuten heb ik hier een wolk in huis’, glundert De Groen. ‘Althans, het gedraagt zich als een wolk.’
Kunstenaar Berndnaut Smilde, die tijdelijke wolken weet te creëren in monumentale panden en ze vervolgens op foto’s vastlegt, had in hun vorige gebouw zo’n wolk gemaakt en vastgelegd. Bezoekers vroegen regelmatig: ‘Wanneer zet je de wolk aan?’ Dat kan nu dus echt, want Smilde heeft voor het Showdepot een wolkenmachine gebouwd. De Groen: ‘Je ziet het nu voor je ogen gebeuren, maar het blijft een wonder.’
Deze eerste expositie toont ongeveer vijftig kunstwerken – schilderijen, video, fotografie, sculpturen en kinetische kunst – van onder anderen Kees Goudzwaard, Marloes Roeper, Hans Walraven en Maurice van Tellingen. De expositie combineert kunst uit de bestaande collectie (die zo’n 500 kunstwerken telt) met nieuw werk van twaalf recent afgestudeerde kunstenaars (van Artez in Arnhem en de HKU in Utrecht).
In de eerste zaal is het een kunstwerk van de net afgestudeerde Aeon Teunissen, dat meteen de aandacht trekt. Vanuit een bak met gaatjes aan het plafond dansen ijle, nietige dingetjes naar beneden. Het dwarrelt als sneeuw of veertjes, van dichterbij blijken het ragfijne plastic snippers. Langzaam vormen ze een berg op de grond. De Groen: ‘We gaan die berg ook niet opruimen. We zien wel waar het schip strandt.’
Meteen vanaf deze eerste zaal valt op hoe zorgvuldig en liefdevol kunstwerken bij elkaar geplaatst zijn, hoeveel beeldrijm er ontstaat, en hoeveel lucht er in alles zit. De wolkenmachine van Smilde, bijvoorbeeld, staat in een zaal waar glanzende bolsculpturen van Hester Oerlemans van keramiek en epoxy aan de muur hangen, die ze vormde rond ballonnen vol lucht. De razendsnel verdampende wolken gaan zo een band aan met voor eeuwig gevangen lucht.
De plastic sneeuw van Teunissen raakt verbonden met een video ernaast, van prachtig in de wind wapperend plastic van Sjoerd Knibbeler. Maar bijvoorbeeld ook met inktzwarte druppelobjecten van Maria Roosen, die superzwaar en vloeibaar lijken, en een tegenwicht vormen aan die luchtige lichtheid.
Via lichte zalen belandt de bezoeker op de eerste verdieping in een prachtige ‘nachtzaal’ vol donkere kunst van desolate landschappen en duizelingwekkende sterrenhemels (ook eentje van Jordaan), waarna weer lichtere zalen volgen.
Er is veel kunst zonder grote praatjes, die direct aanspreekt, vol humor en verwondering – een kamerplant begint bij nadering van de bezoeker wild te dansen, een enorm stuk papier blijft eindeloos over zichzelf heen rollen (Annegret Kellner, Johannes Langkamp).
De Groen houdt van kunst waardoor je ‘ruimte in je hoofd krijgt’. ‘Onze interesse zit hem heel erg in het kijken. Heel goed kijken, interpreteren, je vooroordelen thuislaten. Dat spel vind ik heel prettig, als kunst je erop attendeert dat je steeds nóg beter kunt kijken, dat er nog meer te zien valt.’
Ze wijst op een kunstwerk van Ben Greber, een zilver geschilderde platenspeler met een kapotte arm. ‘Dat kunstwerk lijkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Als je goed kijkt, is het wonderbaarlijk hoe zoiets kapots zo mooi en ontroerend kan zijn.’
Het Showdepot gaat op 17/9 open. De expositie The Sky Still Stands is te zien t/m 20/12.
Source: Volkskrant