Home

Femke Broeders-Bol pakt brons op 800 meter na gemiste eindsprint: ‘Het is een zwaar jaar geweest’

In de slotmeters van de 800 meter bij het Ultimate Championship ziet Femke Broeders-Bol de kans op de zege vervliegen. Audrey Werro spurt weg en ook Keely Hodgkinson komt nog voorbij.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Femke Broeders-Bol is niet iemand die snel klaagt. Ook zaterdagavond, net na de 800 meter op het Ultimate Championship, benadrukt ze eerst hoe trots ze is dat ze op dit toernooi, waar alleen de besten van de wereld mogen deelnemen, als derde eindigt. ‘Als je me aan het begin van het jaar had gezegd dat ik hier als derde zou finishen, dan had ik je voor gek verklaard’, vertelt ze.

En toch knaagt het dat ze het deze avond in Boedapest juist in de slotmeters zo duidelijk moest afleggen tegen Audrey Werro en Keely Hodgkinson. De afgelopen weken leek ze juist het gat tot haar concurrenten op de 800 meter tot op honderdsten van een seconde te hebben verkleind. ‘Ik heb nu juist een reeks wedstrijden gehad met een goede laatste 100 meter. Dus nu ben ik licht teleurgesteld, want waarom lukt het hier dan niet?’ Misschien, denkt ze hardop, is het de tol van dit seizoen. ‘Het is eerlijk gezegd best een zwaar jaar geweest.’

Ogenschijnlijk gemak

Wie Broeders-Bol dit jaar vanaf de tribunes of op tv heeft zien lopen, heeft dat niet gemerkt. Wat vooral beklijfde van dit seizoen was het ogenschijnlijke gemak en plezier waarmee ze zich van wereldtopper op de 400 meter horden transformeerde tot een wereldtopper op de 800 meter. Telkens herhaalde ze bovendien dat de buitenwereld niet te veel moest verwachten – en zijzelf evenmin – in dit eerste jaar op een ander onderdeel.

En tegelijkertijd worstelde ze ermee. Want zonder verwachtingen lopen kan misschien nog wel bevrijdend zijn, maar ze moest het ook zonder vastigheden doen. Daarbovenop kwam de blessure die ze opliep tijdens het indoorseizoen: een scheurtje in een voetpees. Ze moest alternatieve trainingen doen, op de fiets in plaats van op de atletiekbaan. Nu, net na de laatste 800 meter van het seizoen, zegt ze: ‘dat was misschien wel de grootste blessure uit mijn hele carrière’.

Nog altijd, ook hier in Boedapest, voelt haar lijf anders dan voorheen. Ze wijst naar haar onderbenen. ‘Mijn kuiten zijn heel het jaar wat stijver geweest. Mijn lijf heeft zich moeten aanpassen, maar ik heb wel het gevoel mijn lichaam de 800 meter nu beter verdraagt.’

Eenmaal hersteld van haar peesblessure bleef ze, ook toen ze weer aan de start van wedstrijden verscheen, momenten van twijfel kennen. Haar opvallend sterke debuut in juni met een tijd van 1.57,13 nam dat niet weg. ‘Die eerste race verbaasde me eigenlijk al. Daarna ben ik wel weer een paar keer heel onzeker geweest.’

Bang

Ze wist gewoonweg niet wat ze waard was, wat ze kon. En ze was bang. Bang voor de laatste 300 meter. Ze kon niet bevatten hoe zij de eerste 400 meter in minder dan 56 seconden kon lopen, terwijl de 800-meterspecialisten dat niet kunnen, maar op hun beurt wel eindtijden van 1.53 konden halen. Ze kon zich niet voorstellen hoe zij met de bliksemstart die ze aan haar oude stiel had overgehouden de slotronde van haar nieuwe specialisatie zou overleven. ‘Ik kon dat niet echt geloven. En daardoor hield ik mezelf heel erg tegen.’

Het waren obstakels in haar hoofd. Haar concurrenten waren niet verrast dat ze dat wel kon. In elk geval Hodgkinson, zaterdag tweede in 1.56,26 achter Werro (1.55,88), niet. ‘Ze was al een wereldkampioen. En voor de 400 meter horden moet je echt sterk zijn’, zei de Britse regerend olympisch kampioen direct na afloop van haar race. ‘Ik vermoedde al dat ze die kracht ook over zou kunnen brengen op een ander nummer.’

Ook bondscoach Laurent Meuwly bleef op Bol inpraten om de twijfel weg te nemen. ‘Hij zag op een gegeven moment dat ik veel meer kon dan wat ik zelf geloofde.’ Op de Europese kampioenschappen in Birmingham ervoer Broeders-Bol dat hij gelijk had. Ze snelde naar het brons in een evenaring van Ellen van Langens nationaal record 1.55,54. ‘Daar wierp ik alle gordels die ik om me heen had gewikkeld van me af.’

Sindsdien ging het crescendo met haar zelfvertrouwen en decrescendo met haar tijden: 1.55,41 bij de Diamond League in Lausanne, 1.54,71 in Zürich. Slechts acht vrouwen waren in de geschiedenis van de 800 meter sneller. En dat besef gaf haar een soort alles-of-nietsgevoel, ook voor deze laatste finale van het seizoen. Ze voelde zich krachtig, wist dat ze nu al bij de beste 800-meterloopsters aller tijden hoort. Dat was bevrijdend, alsof de race haar gestolen kon worden, zegt ze. Dat het niet boeide hoe het zou uitpakken.

Plannetje

Maar winnen wil Broeders-Bol altijd. En dus had ze een plannetje uitgedokterd om de kans daarop zo groot mogelijk te maken. Tot 700 meter verliep alles volgens plan. Ze had haar positie schuin achter Werro ingenomen, zoals ze dat ook bij de laatste Diamond League in Brussel deed, waar ze op slechts 0,06 seconden van de Zwitserse eindigde. Ze liep een net iets ruimere bocht dan Werro, maar daar stond tegenover dat ze geen kopwerk hoefde te doen en de kans op valpartijen daar, net wat meer naar buiten, lager is.

‘Ja, ik heb alles in baan twee gerend en misschien was dat niet slim, maar ik wilde na 700 meter naast Werro zitten’, vertelt ze. Ze zat klaar voor de sprint die haar benen haar niet gunden. Maar al gedurende het gesprek met de Nederlandse verslaggevers smelt de teleurstelling wat weg. ‘Ik ben sterk. Ik heb dit jaar de negende tijd ooit gelopen. Dat is gewoon idioot. Dat vind ik als ik er straks zelf vanaf een afstandje naar kijk ook.’

2026 viel haar zwaar, ja. Voor haar lijf, vanwege de omschakeling die andere fysieke eisen stelde. En voor haar hoofd, omdat alles zo anders was. Maar dat zal toch niet de afdronk van haar eerste jaar als 800-meterloper zijn. Daarvoor is Broeders-Bol toch veel te veel een optimist. ‘Voor mijn hoofd is het ook een superleuk jaar geweest. Ik heb er superveel moois uitgehaald.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next