Home

Hoogleraar psychiatrie gelooft in AI voor mentale hulp: ‘Ik sta versteld van het invoelende advies’

AI biedt een gouden kans voor onze mentale gezondheid, stelt psychiater Iris Sommer, die onlangs een van de hoogste wetenschappelijke onderscheidingen ontving, in haar nieuwe boek. ‘Mentale gezondheid hangt er af van de manier waarop je tegen jezelf praat.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.

Ze heeft ervoor gewaarschuwd. Haar kantoor is ‘goed verstopt’, mailt Iris Sommer van tevoren. En dus loodst een collega de interviewer naar een van de grauwe bijgebouwen in de schaduw van het UMC Groningen. Eenmaal binnen voert de tocht langs de afdeling orthodontie, voorbij de afdeling ‘steriel’, naar een doodlopende gang zonder daglicht waar de onderzoeksgroep brein en cognitie gevestigd is.

Een rode deur zwaait open. ‘Welkom in ons kraakpand’, zegt Sommer lachend – dit gebouw staat op de lijst om mogelijk gesloopt te worden. De plek bevalt trouwens prima. ‘Hier kunnen we lekker ons gang gaan.’

Haar werkplek mag driehoog-achter zijn, zelf is de hoogleraar psychiatrie al heel haar werkzame leven goed zichtbaar. Met haar onderzoek: als beginnend wetenschapper bracht Sommer bijvoorbeeld als een van de eersten in kaart wat er precies in de hersenen gebeurt als iemand stemmen hoort.

Als psychiater met een vernieuwende aanpak richtte ze in Utrecht de stemmenpoli op, een gespecialiseerde kliniek voor mensen met hardnekkige hallucinaties. Een werkwijze die zo succesvol was dat in de jaren daarna vergelijkbare klinieken verspreid door het land zijn opgezet. Ze werkt aan een AI-systeem dat psychoses moet gaan voorspellen.

Maar Sommer is vooral ook zichtbaar vanwege de populairwetenschappelijke boeken die ze schrijft. Over het vrouwenbrein bijvoorbeeld, of over de invloed van darmen op hersenaandoeningen. Deze week verschijnt een nieuw boek van Sommer: De stem van het brein (Atlas Contact), over taal en hersenen.

Vanwege die mix van onderzoek, concrete verbeteringen voor patiënten en de manier waarop ze haar kennis naar een breed publiek vertaalt, won ze onlangs de Stevinpremie – een van de hoogste wetenschappelijke onderscheidingen, bedoeld voor wetenschappers met grote maatschappelijke invloed.

U bent hoogleraar psychiatrie. Waarom wilde u een boek schrijven over taal?

‘Psychiatrie is heel talig. In dit boek wil ik laten zien dat mentale gezondheid erg afhangt van de stem van het brein: de manier waarop je tegen jezelf praat. Wát je zegt, maar ook hoe je dat zegt. Veel psychiatrische symptomen zijn talig. Denk aan mensen die stemmen horen, maar ook aan dwanggedachten, aan piekeren, een innerlijke stem die veel te kritisch is.’

Mensen denken graag in verhalen, dat helpt ook niet volgens u.

‘Het probleem is dat het vaak te simpele verhalen zijn. Denk: Disney, of sprookjes. De held wint en de heks wordt verslagen, daar gaat ons brein lekker op. Maar daarin doen we de wereld en onszelf tekort, we worden een karikatuur in ons eigen verhaal.

‘We zijn niet alleen maar die zielige Assepoester. Iedereen heeft allerlei facetten, een veelkleurige persoonlijkheid. Dat is wat je in psychotherapie doet, impliciet of expliciet: mensen anders naar zichzelf laten kijken, helpen hun verhaal opnieuw te vertellen. Dat hoeft niet per se binnen de ggz, dat kun je bijvoorbeeld ook heel goed met een vriendin doen. Ik denk ook dat AI daarbij kan helpen.’

Kan AI dat?

‘Ik probeer het vaak uit. Dan verzin ik een verhaal over een ingewikkelde relatie. Mijn vriend zegt dit en hij reageert zo op mij. Wat moet ik? Telkens sta ik versteld van het invoelende advies dat ik krijg, doorwrocht met de bestaande vakliteratuur.

‘Ik zie dat AI gebruikmaakt van bepaalde technieken die ik als psychiater ook geleerd heb, bijvoorbeeld Acceptance and commitment therapy, een methode om mensen te helpen zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn, om niet het perfecte plaatje na te streven.’

In uw boek noemt u AI een gouden kans voor onze mentale gezondheid.

‘Toen ik begon in dit vakgebied dacht ik: ik ben net als die sterrenkundige die onderzoek doet naar zwarte gaten en alles wat we nog niet weten over het heelal, want ik doe onderzoek naar het meest complexe systeem op aarde, het menselijk brein.

‘En verdorie, in Silicon Valley bouwen ze het gewoon ná. Het idee dat wij uniek zijn als menselijke wezens die taal hebben, verhalen kunnen bedenken, empathie kunnen tonen, moeten we opgeven. AI kan dat ook. Het is in feite een wezen, dat niet eet, niet ademt en geen bloedsomloop heeft, maar dat wel talig is, dat ook verhalen kan verzinnen.’

Kunnen we dat wezen vertrouwen met zoiets kwetsbaars als mentale problemen?

‘Het hangt ervan af waar de techniek vandaan komt, wie de programmeurs zijn, wat hun doel is, waar de servers staan. Ik heb goede hoop dat we in de gezondheidszorg onze eigen modellen gaan bouwen die te vertrouwen zijn. De technische mogelijkheden zijn er.

‘Het is ook nodig. Uit een peiling uit 2024 blijkt dat bijna de helft van de Nederlanders last van mentale problemen heeft. Die kunnen niet allemaal door de ggz worden bediend, dan wordt onze gezondheidszorg onbetaalbaar. Bovendien ondermijnt het de zelfredzaamheid.’

Maar er zijn ook serieuze risico’s. Er zijn al gevallen bekend van mensen die in een psychose belanden na heel intensief contact met een AI-chatbot.

‘Er zijn inderdaad wat gevallen bekend van mensen die in een psychose raken en veel met AI spreken. Maar het zijn er niet veel en het is een beetje een kip-eiverhaal. We weten niet of die psychose echt door dat AI-gebruik komt, of dat ze door hun psychose daar zoveel mee bezig waren.

‘Ik vind sociale media gevaarlijker voor mensen die psychosegevoelig zijn. Daar kom je gauw in een bubbel. Wat jij interessant vindt, wordt versterkt en vergroot.’

ChatGPT praat gebruikers ook naar de mond, hoe verward of gevaarlijk ook.

‘Dat is aan het veranderen. De nieuwere versies, de betaalde versies, die kunnen je best tegenspreken, merk ik. Ze zullen niet de strijd aangaan, maar op hun eigen beleefde manier kunnen ze wel degelijk iets recht zetten. Het is vervolgens natuurlijk de vraag of iemand in een psychose dat aanneemt, maar geloof mij: het is ook voor een psychiater heel moeilijk iemand uit een waan te praten.’

In uw boek schetst u een toekomstscenario waarbij een orthopeed een AI-model laat meeluisteren tijdens een consult. Vervolgens krijgt deze arts een waarschuwing. Let op: die mevrouw met die gebroken heup is depressief.

‘De gedachte is dat niet elke specialist tijd heeft om uit te zoeken hoe het met het mentale welzijn van de patiënt gesteld is, terwijl dat wel van belang kan zijn bij sommige behandelingen.’

Het klinkt heel invasief. Misschien wil die mevrouw niet dat haar arts over haar depressie weet. Misschien klopt het ook niet.

‘Het is ook niet zo dat zo’n AI-systeem meteen keihard de diagnose zou moeten stellen, meer als eyeopener voor de arts: stel eens wat vragen hierover.’

Zelf bent u bezig met onderzoek naar een AI-model dat psychische ontregeling kan opsporen. Hoe werkt dat?

‘Wij proberen een AI-systeem te ontwikkelen dat op basis van iemands spraak kan horen of er een terugval in een psychose aan zit te komen. Het idee is dat mensen thuis wekelijks wat vragen beantwoorden en het systeem dan kan inschatten of het nog goed gaat of dat iemand toch even snel gezien moet worden door een zorgverlener.’

Hoe hoor je aan iemands stem dat het niet goed gaat?

‘Het kan in van alles zitten, op de meest subtiele niveaus. Mensen die een waan hebben, gaan vaak ietsje zachter spreken, bijna fluisteren. Misschien ook vanuit een soort angst die bij die waan hoort om afgeluisterd te worden. Bij mensen die stemmen horen, zie je dat ze er langer over doen om antwoord te geven op een vraag. Ze worden onderbroken in hun hoofd.

‘Wat je ook vaak ziet bij mensen met wie het niet goed gaat, is dat ze meer over zichzelf praten. Ze gebruiken het woord ik vaker. Dat is logisch, ze hebben hun handen vol aan zichzelf.’

Na het winnen van de Stevinpremie schreef u in uw column in Trouw dat wetenschappers niet alleen hun successen maar ook hun afwijzingen met elkaar moeten delen. Wat is uw grootste afwijzing?

‘Ik heb heel wat afwijzingen gekregen van beursvoorstellen, specifiek voor mentale gezondheid van vrouwen. Blijkbaar wordt dat toch als minder urgent gezien. Het heeft denk ik ook te maken met het feit dat we niet in de gaten hebben welke enorme kennislacune er is over het vrouwenlichaam en het vrouwenbrein.

‘Ik ga me de komende jaren inzetten voor betere mentale gezondheid voor vrouwen, daar wil ik het geld van de Stevinpremie ook voor gebruiken. Vrouwen vallen vaker dan mannen uit van werk vanwege mentale klachten. Dat gebeurt vaak rond belangrijke levensfasen, zoals de geboorte van het eerste kind en de menopauze. Door die voorspelbaarheid kun je inzetten op preventie. Ik zie daar veel mogelijkheden.’

Iris Sommer in het theater

Iris Sommer gaat samen met de wetenschapsredactie van de Volkskrant het theater in, met de show Wat is nog echt, wat is nep? Verwacht verrassende mini-colleges, een publieksexperiment en een optreden van een heuse illusionist. Info en kaarten: volkskrant.nl/live

16 september: Oude Luxor (Rotterdam)

28 oktober: Junushoff (Wageningen) - LAATSTE KAARTEN

27 november: Stadsschouwburg Haarlem - UITVERKOCHT

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next