Goede literatuur hoeft niets meer te zijn dan woorden en beelden in een volgorde te zetten die uniek is, nieuwsgierig maakt en achteraf onvermijdelijk lijkt. Heel de wereld van Milja Praagman doet precies dat.
2-jarigen hebben iets met dikke woordenboeken. Niet voor niets verkopen de vele varianten van de peuterserie Mijn eerste honderd woorden van Roger Priddy al decennialang zo goed. Al die boeken zijn gebaseerd op hetzelfde eenvoudige principe: tekeningen en foto’s van bijvoorbeeld kledingstukken of boerderijdieren en dan bij elk ding of dier een groot gedrukt woord. Het geheel uitgevoerd in felgekleurd, onverwoestbaar karton.
Niets mis mee. Maar wel een beetje saai voor degenen die ze avond aan avond voor mogen lezen. Daarom is het zo fijn dat er ook illustratoren zijn die net zulke woordenboeken maken, maar dan net even anders.
Zoals Heel de wereld van Milja Praagman. Een blokboek zo dik als twee peutervuisten met op elke pagina één afbeelding en één woord. Klinkt simpel, maar al snel blijkt dat die afbeeldingen en woorden meer met elkaar te maken hebben dan een eerste indruk doet vermoeden.
Het begint intuïtief, met een stap van ‘zon’ naar ‘bij’, omdat die ook geel is en op een stralende paardenbloem zit. Dan gaat het door van de pluisjesversie van de paardenbloem naar ‘kuiken’. Want een kuiken is ook pluizig. Vervolgens, steeds associatiever, van ‘haan’ naar ‘kam’ en van ‘tandenborstel’ naar ‘krokodil’. Uiteindelijk komt Praagman via een lange omweg bij ‘maan’ uit en heeft, voor wie met haar verbeelding mee wil reizen, heel de wereld in 110 tekeningen samengevat.
Knap zijn de humor en de subtiliteit die achter de illustraties schuilgaan. Want wat is nu precies het verband? De ene keer een kleur. De andere keer de vorm, zoals de overgang van de ronding van een concertvleugel naar die van een schoen. Soms is het een oorzakelijk verband, zoals een bananenschil en daarna een vallende aap, of een romantische kus en daarna een baby. Vaak zijn er meerdere verbanden tegelijk en ook komen sommige dieren, zoals een eekhoorn en een mier, op verschillende plekken terug. Er valt bij elke sessie iets nieuws te ontdekken.
Praagman treedt met het fantasievolle, ambitieuze en toch aangenaam bescheiden Heel de wereld in de voetsporen van de Franse linoleumkunstenares Joëlle Jolivet, bekend van de nog altijd verkrijgbare, monumentale kraamcadeauklassieker Beestenboek (2003). En natuurlijk het geniale Alfabet (2020) van Charlotte Dematons, met op elke opening een landschap waarin elk onderdeel begint met dezelfde letter.
Hoewel ze eerder al een woordenboek maakte, Mooie eerste woordjes (2021), was dat vooral grafisch aantrekkelijk en had het niet die geestige samenhang die dit boek heeft en zo’n plezier maakt om keer op keer te herlezen.
Is dit nu visuele kunst of lesmateriaal of allebei? En doet het antwoord op die vraag er echt toe? Goede literatuur hoeft niets meer te zijn dan woorden, beelden, gevoelens en gedachten op een volgorde zetten die uniek is, nieuwsgierig maakt en verrast en achteraf doet vaststellen: dit kon alleen maar zó.
Een peuterboek waarvan zoveel plezier afspat, maakt van een opvoedkundig moetje weer een feest en verdient een plek in elke kinderkamer. En wie dit stiekem voor zichzelf op de koffietafel legt, hoeft zich ook niet te schamen.
Milja Praagman: Heel de wereld (2+). Querido; 112 pagina’s; € 15.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant