Na zijn bejubelde trilogie over Cicero keert Robert Harris terug naar een andere oude Romein: Agrippa, de rechterhand en jeugdvriend van Augustus, en de werkelijke (bastaard)zoon van Julius Caesar.
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Retoucheren is ook een vak. Keizer Augustus (63 v. Chr.-14 n. Chr.) was kampioen in schaamteloze zelfpromotie, met zijn talloze triomftochten in Rome en een eigen mausoleum; er werd zelfs een maand naar hem vernoemd. Maar zijn bijna vergeten rechterhand Marcus Agrippa (63 v. Chr.-12 v. Chr.), dat is een heel ander verhaal.
Als belangrijkste Romeinse generaal won Agrippa al die militaire campagnes voor Augustus – tegen de ‘barbaren’ in Spanje, Egypte, Gallië, Germania en noem ze maar op. Bovendien was hij een getalenteerd bouwmeester, maar Augustus heeft hem zo ongeveer doodgezwegen. Ter meerdere glorie van zichzelf, dat spreekt.
Daar komt circa 2026 jaar later alsnog verandering in. Of, nou ja, fictief dan. De Britse auteur Robert Harris laat Agrippa op diens sterfbed in Napels zijn memoires schrijven. ‘Ondersteund door een paar kussens lig ik op mijn bank, mijn mantel fungeert als deken en mijn schild als schrijftafel. Slapen kan ik niet. Ik denk na. Ik schrijf. Ik denk terug.’
Het is onversneden rancune die Agrippa nog even overeind houdt. Al was het maar omdat hij vermoedt de enige echte (bastaard)zoon van Julius Caesar te zijn, en daarmee diens wettige erfgenaam. Dat is dus helemaal niet die slappe huilebalk die zich tegenwoordig keizer Augustus noemt – hij is hooguit een geadopteerde achterneef van Julius Caesar.
En dat was ook zo.
Tot zover de feiten, vervolgens kan het grote speculeren van Robert Harris (1957) beginnen. Deze oud-journalist en ex-columnist is bekend als schrijver van inmiddels veertien historische romans, waarin het vooral om macht en onmacht draait. Zo hebben in zijn ‘Wat als…?’-debuutroman Vaderland (1992) de nazi’s gewonnen, en in Conclaaf (2016) buigt hij zich over een tumultueus verlopen pausverkiezing in het Vaticaan.
Een andere tic van hem is de wereld van de oude Romeinen. In Pompeii (2003) gaan ze ten onder, en in het drieluik Imperium (2006), Lustrum (2009) en Dictator (2015) volgen we de briljante advocaat Cicero in zijn jacht op de macht in de jaren van Julius Caesar.
Het verhaal van Agrippa begint in hetzelfde tijdvak. Toen Augustus nog gewoon Gaius Octavius Thurinus heette, ontmoetten ze elkaar op het schoolplein. Octavius was ook 14, en al net zo impopulair als hijzelf. Wel handig was dat de veel stevigere Agrippa zijn knuisten goed kon gebruiken als de frêle Octavius weer eens werd gepest.
‘Zo te zien heb je mij aangesteld als je lijfwacht.’
‘Ik kan je betalen, als je dat wilt.’
Vanaf dat moment waren ze gezworen vrienden. Zo klinkt het als het begin van een jongensboek, maar eenmaal aan de macht in Rome – na de moord op Julius Caesar, 15 maart 44 v. Chr. – wordt het een tikkeltje grimmiger.
Het zal niemand verbazen, maar achter elkaar gezet blijft die Romeinse parade aan kongsi’s, intriges, kuiperijen, gekonkel, gearrangeerde huwelijken, echtscheidingen, perversiteiten, aanslagen, staatsgrepen, moordpartijen en nog veel meer moordpartijen vrij verbijsterend, zacht uitgedrukt. Populair gezegd: het was een wonder dat de Romeinse burgers nog vertrouwen hielden in de politiek – maar ja, het was dan ook de facto een dictatuur.
In 416 pagina’s spuwt Agrippa nog eenmaal zijn gal uit. Als lezer moet je zo ongeveer wel net zo gek zijn van de oude Romeinen als Robert Harris, maar saai, dat wordt het nooit.
Robert Harris: Agrippa. Uit het Engels vertaald door Rogier van Kappel. Cargo; 416 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant