Home

Een leerling is geen Ikea-kast waarbij je netjes de handleiding afloopt

‘Ik wou dat ik dyslexie had’, verzucht een leerling als ik het toetsblaadje onder zijn neus vandaan gris. Om hem heen pent een handjevol klasgenoten ijverig door. Achter hun naam staat een grote D op de leerlingenlijst. Daardoor hebben ze recht op extra tijd bij toetsen, een laptop of een AI-stem die teksten voorleest. Inmiddels zijn het er behoorlijk wat. Niet alleen het aantal dyslexie-verklaringen stijgt flink, ook diagnoses als ADHD, ADD, autisme en hoogbegaafdheid zijn niet meer op één hand te tellen.

Diagnoses en de kennis daarover hebben het onderwijs beter gemaakt. Soms is zo’n diagnose precies het ontbrekende puzzelstukje: ineens begrijp je waarom een leerling steeds vastloopt, waarom zijn brein soms volledig blokkeert en waarom hij zich in de klas een marsmannetje voelt. En niet onbelangrijk: een diagnose kan een leerling bevrijden van het hardnekkige idee dat hij lui, lastig of dom is.

Over de auteur

Marijn Ruhaak is freelancejournalist en docent Nederlands op een middelbare school. In de maand september is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dat was vroeger anders. Als leerling was je sterk afhankelijk van wie er voor de klas stond. Kennis was schaars, protocollen zeldzaam en ondersteuning willekeurig. Dat is tegenwoordig beter geregeld: leerlingen met een label krijgen een speciale kaart, ironisch genoeg vaak een rode, of een aantekening. Daarmee hebben ze toegang tot extra ondersteuning. Een koptelefoon met noise-cancelling, extra tijd, paars toetspapier (echt gebeurd), enzovoort.

Maar hoe beter we de ondersteuning regelen, hoe meer het onderwijs verzandt in een merkwaardig hokjesdenken. Want wat als er een leerling voor je neus zit die net zo hard vastloopt of in tijdsnood komt, maar buiten het protocol valt? Dan wordt het ineens ingewikkeld. Waar een leerling met diagnose automatisch een toegangsticket voor bepaalde ondersteuning krijgt, moet een leraar bij een leerling zonder diagnose ineens nadenken of hij diezelfde ondersteuning wel mag aanbieden.

Volgens mij is het glashelder: als een leerling tijdens een les met zijn handen over zijn oren zit omdat het geluid van 31 pubers in dezelfde ruimte hem te veel wordt, moet hij even een rondje om de school lopen. Als zijn hersenen stuiteren, haperen of blokkeren, is er geen diagnostisch rapport nodig om te zien dat deze leerling op dat moment iets anders of iets extra’s nodig heeft. Dat heet pedagogisch inzicht, toch een vrij essentieel onderdeel van het vak van leraar.

En nee, daarvoor hoef je niet eerst een formulier in te vullen. Voor het eindexamen gelden strikte regels, maar tot die tijd hebben scholen veel vrijheid om zelf te bepalen welke ondersteuning een leerling nodig heeft. Helaas hanteren veel scholen al vanaf de brugklas de CSE-regel: geen diagnose? Geen extra ondersteuning en pennen neer als het eindsignaal klinkt.

Die houding staat haaks op de bedoeling van het onderwijs: leerlingen helpen zich te ontwikkelen, in kennis, vaardigheden en als mens. Dat doe je door te kijken, te overwegen, bij te sturen en steeds opnieuw te bedenken: wat heeft deze leerling op dit moment, in deze situatie, nodig? In het geval van de zuchtende leerling zouden een paar minuten een groot verschil kunnen maken. Want natuurlijk wil deze leerling geen dyslexie, hij wil gewoon wat extra tijd om iets moois op papier te zetten. Waarom hem zo’n succesmoment ontnemen? Omdat hij niet in een hokje past?

Ik ben niet tegen diagnoses of protocollen. Integendeel, ze kunnen enorm helpen. Het wordt alleen problematisch als een hulpmiddel verandert in een toegangsbewijs dat het pedagogisch oordeel van de leraar verdringt. Een leerling is geen Ikea-kast die je netjes in elkaar zet door nauwkeurig de handleiding te volgen. Dus timmer het schoolbeleid niet dicht met protocollen en regels. Gebruik de vrijheid die er is en vertrouw erop dat een leraar soms het beste weet wat een leerling nodig heeft. Ook als er geen rode kaart op tafel ligt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next