Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
‘Moet je nu huilen?’, vraagt de vriendin die naast me zit. Haar donkerbruine ogen nieuwsgierig, maar ook vol mededogen. ‘Je ziet eruit alsof je moet huilen.’ Ik moet helemaal niet huilen, integendeel. Voor me staat een koude, groene gazpacho. Er drijven viooltjes in, een stuk burrata en vruchtjes van een granaatappel.
Daar heb ik zojuist de eerste hap van genomen en ik wilde de maker van dit gerecht, de vriendin naast mij, complimenteren. ‘Het is echt heel lekker’, zei ik en ik keek daarbij best gewoon, misschien een piepklein beetje ernstig, om te laten zien dat ik de groene gazpacho dus echt heel erg lekker vond.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En nu denkt deze vriendin, die mij toch al zeker 25 jaar kent, dat ik moet huilen. Omdat ik haar soep zo lekker vind. De vraag is nu: waar ligt het probleem? Bij haar projectie of op mijn gezicht? Ik ben geneigd te zeggen: mijn gezicht. Een psychotherapeut zei eens dat ik een zeer expressief gezicht heb, waardoor het lijkt alsof ik de hele tijd bij van alles sterke emoties ervaar.
Ik hoef maar half met mijn ogen te knijpen of mensen zijn al bang dat ik ze ga aanvliegen. ‘Wat kijk je boos’, zeggen mensen, waardoor ik vaak ook echt boos word. Dus mijn gezicht is ergens ook een selffulfilling prophecy. Gelukkig weten de mensen die mij heel goed kennen wel beter. Zou je denken. ‘Wat kijk je getergd’, zei mijn moeder onlangs toen ze een vakantiefoto zag. ‘Mam, ik kijk gewoon tegen de zon in.’
Deze aandoening heet ook wel een ‘resting bitch face’: het fenomeen waarbij je gezicht in rust een bepaalde vijandigheid of ontevredenheid uitstraalt. Mijn dochters zijn hier ook erfelijk mee belast en al weten ze zelf hoe het is, ze vragen mij regelmatig wat er met me aan de hand is. Dan moet ik dus zeggen: niets, er is niets aan de hand, het leven is één grote polonaise.
‘Het komt misschien door mijn ogen’, leg ik uit aan de vriendin, terwijl ik nog een paar happen neem van haar buitengewoon geslaagde gazpacho, ‘die liggen heel diep.’ Dan krijg je dat mensen denken dat je moet huilen van soep. Bovendien heb ik al van kinds af aan een frons waarvan Frank de Boer ’s nachts gillend wakker wordt.
Het gevolg van al deze verkeerde interpretaties van mijn ‘expressieve’ gezicht is dat ik erg zelfbewust ben geworden en mezelf erop betrap dat ik een glimlach forceer, ook wanneer er helemaal niets te glimlachen valt. Waardoor mensen weer gaan denken: wat zit die engnek nou in zijn eentje te glimlachen boven zijn kop koffie? Dus, botox.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant