Home

‘Wat daar is gebeurd, draag ik bij me tot ik sterf’ − wandaden VS in de Abu Ghraib-gevangenis zijn in Irak nog steeds een open wond

Toen de Amerikanen na 9/11 Irak binnenvielen, maakten ze van de gevangenis in Abu Ghraib een foltercentrum waar Irakezen vaak willekeurig en zonder aanklacht werden vastgezet. Na hun vrijlating waren de kwellingen niet voorbij: nog altijd gaan zij gebukt onder schaamte.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Voor deze reportage reisde hij naar Irak.

Als dagloner Samir al-Ghorji de hoofdweg naar het westen neemt, heeft hij een vast ritueel. Hij zorgt ervoor dat zijn autoraam openstaat. Op het moment dat hij de voorste wachttorens passeert van de lokale gevangenis, verzamelt hij in zijn mond wat speeksel. Dan spuugt hij in de richting van de betonnen muur. Hij spuugt, omdat hij weet wat er achter die muur is gebeurd. Achter die muur werd hij door Amerikanen geblinddoekt, gefolterd, gekleineerd. Achter die muur was hij gedetineerde 184726 van Abu Ghraib.

De twintiger van toen is nu een 44-jarige vader van zes kinderen. Toch voelt zijn gevangenschap ‘als de dag van gisteren’, vertelt Ghorji in zijn gelijknamige woonplaats Abu Ghraib, een half uur ten westen van de Iraakse hoofdstad Bagdad. Zijn ogen priemen door een flard sigarettenrook. ‘Wat daar is gebeurd, zal ik bij me dragen tot ik sterf.’

De relatie tussen Irakezen zoals Ghorji en de aanslagen in New York op 11 september 2001 is als die tussen een Russische matroesjka en de kleinste pop in haar buik: verborgen en tegelijk onontkoombaar. In zijn meest embryonale vorm kwam die relatie tot stand op de avond van 12 september 2001, vandaag een kwart eeuw geleden, toen de Twin Towers nog lagen te roken. ‘Zoek uit of Saddam dit heeft gedaan’, zei de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush tegen zijn hoofd contraterrorisme, Richard Clarke.

Saddam was Saddam Hoessein, de Iraakse dictator die in zijn land een schrikbewind voerde. Onder het voorwendsel dat Hoessein banden met de aanslagplegers van Al Qaida had en chemische wapens bezat, waarvan niets waar bleek, vielen de Amerikanen in 2003 Irak binnen, waarmee ze een kettingreactie in gang zetten die nooit helemaal is gestopt.

Dit artikel is onderdeel van een serie over de aanslagen van 11 september 2001 en de levens die erdoor een andere wending namen.

De staat viel uiteen, Al Qaida sprong in het gat, Irak verzandde in sektarisch geweld tussen soennitische moslims en de door Hoessein onderdrukte sjiieten. De matroesjka bleef poppen baren. Van de gevangenis in Abu Ghraib maakten de Amerikanen een foltercentrum waar Irakezen vaak willekeurig en zonder aanklacht werden vastgezet.

Het schandaal begon in de lente van 2004, toen CBS News en The New Yorker de hand wisten te leggen op foto’s en video’s waarop te zien was wat er achter gesloten deuren gebeurde. Gevangenen werden met stroomdraden gefolterd, als onderdeel van een jacht op inlichtingen. Ze moesten zich uitkleden, kregen een zak over hun hoofd en werden bij winterse temperaturen overgoten met ijskoud water. Ze werden met wapenstokken verkracht en in sommige gevallen gedwongen in het bijzijn van anderen te masturberen.

Op een van de foto’s was te zien hoe naakte Irakezen op elkaar waren gestapeld als een levende piramide, terwijl twee bewakers breedlachend in de camera keken. Op een andere foto was een gevangene te zien met een halsband om de nek, aangelijnd als een hond. Susan Sontag, befaamd Amerikaans essayist, trok in The New York Times de vergelijking met de wandaden van de Belgische kolonisator in Congo en die van de Fransen in Algerije. Dit was een nulpunt. Ze schreef: ‘De foto’s zijn wij.’

‘Abu Ghraib op één’

Langs de hoofdweg van de voorstad Abu Ghraib liggen de watermeloenen opgestapeld. Even verderop stonden enige tijd de levensgrote letters ‘I ♡ Abu Ghraib’, klaar om mee op de foto te gaan, maar die blijken om onduidelijke redenen te zijn weggehaald.

Voorzieningen ontbreken, de inwoners zijn door opeenvolgende Iraakse regeringen jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Voor het eerst in de geschiedenis worden er deze zomer rioleringsbuizen aangelegd. Langs de weg hangen posters uit de laatste verkiezingscampagne met daarop een serieus kijkende kandidaat en de hashtag ‘Abu Ghraib op één’.

Schaamte

De gevangenis aan de rand van de stad is door de jaren heen tweemaal gesloten, maar fungeert tegenwoordig als detentiecentrum voor ‘gewone’ misdadigers. Een verzoek van de Volkskrant aan de autoriteiten om de gevangenis te bezoeken, werd afgewezen. Wel sprak de krant uitgebreid met enkele oud-gedetineerden uit de Amerikaanse tijd, ieder levend met een ‘vingerafdruk van schaamte’, zoals Samir al-Ghorji het noemt.

Net als veel andere ex-gedetineerden woont Ghorji zijn hele leven al in Abu Ghraib. Hij is bouwvakker en net terug van een ochtend op de loeihete bouwplaats. Terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt, haalt hij een document tevoorschijn van het Internationale Rode Kruis, met daarop de datum van zijn arrestatie: 4 januari 2006, anderhalf jaar na de onthullingen in de media. Volgens hem gingen de misstanden daarna gewoon door. ‘We moesten op handen en voeten zitten, naakt, op zijn hondjes’, zegt hij. ‘We dachten dat ze ons zouden verkrachten. Met hun handen raakten de bewakers onze ballen aan. Ze voelden in onze anus of we iets naar binnen hadden gesmokkeld.’

In de kamer gebeurt iets opvallends: er wordt schaterend gelachen, niet alleen door zijn broer en neefjes die bij het gesprek zitten, maar ook door hemzelf. Ghorji doet het bewust, lijkt het, om de schaamte weg te poetsen. Hoe schunniger het klinkt, hoe kleiner het wordt, hoe draaglijker. ‘Gelukkig hebben ze me niet geneukt!’, grijnst hij met schorre stem.

Taboes

Na Ghorji’s vrijlating in januari 2007 bleken zijn kwellingen niet voorbij. Irak is een conservatieve samenleving waarin naaktheid en seksualiteit met taboes zijn omgeven. In tribale gebieden zoals Abu Ghraib valt of staat alles met je reputatie. Als er seksueel geweld in het spel is, maakt het niet uit of je dader bent of slachtoffer. Al gauw hoorde Ghorji geroddel. Besmuikte lachjes links en rechts.

Toen hij bij zijn buurtsuper sigaretten ging halen, zei iemand: ‘Als je een vrouw was geweest, was je nu zwanger.’ Ghorji liet het er niet bij zitten, en kaatste terug: ‘God verhoede dat jullie meemaken wat ik heb doorgemaakt.’ Maar de pesterijen stopten niet. Hij vond een huis in een andere wijk, een kwartier verderop. Sindsdien leeft hij in rust.

Niet zo gek, kortom, dat Ghorji zijn visite vandaag in het huis van zijn broer ontvangt en niet bij hem thuis. Voor je het weet, begint de lasterpraat opnieuw. Zijn vrouw en kinderen heeft hij nooit verteld wat zich heeft afgespeeld in de gevangenis, en dat wil hij zo laten. ‘Ik wil niet dat zij die last moeten dragen.’ Dat zijn tienerneven met grote ogen meeluisteren – ze horen het vandaag voor het eerst – is een bijzaak. Wat vinden de neven van wat ze horen? Een stilte, gevolgd door een gemompeld woord. ‘Haat.’ Jegens de Amerikanen, bedoelen ze.

Amerikaans beleid

Ghorji’s arrestatie was destijds geen toeval: het armoedige Abu Ghraib stond bekend als een haard van anti-Amerikaans verzet. Alles ten westen van Bagdad, en dan met name de hoofdweg naar Fallujah, was voor de Amerikanen een hel. Onderweg passeerden hun humvees hobbelige straatjes waar soennitische opstandelingen bermbommen verstopten. Boem. Boem. Boem. Soms tien keer op een dag. Ghorji’s woonwijk kreeg de bijnaam ‘begraafplaats van de Amerikanen’.

Omdat het de VS aan goede inlichtingen over de daders ontbrak, trokken ze de wijken in en arresteerden ze alle mannen. Tegenover het Rode Kruis gaven officieren later toe dat ‘70 tot 90 procent’ onschuldig was. Ook Ghorji zegt dat hij niet tot de opstandelingen behoorde, hetgeen niet te controleren valt. Zijn oudere broer Saad valt hem bij. ‘Maar in de ogen van de VS was heel Irak terroristisch.’

Over de vraag hoe het zo mis kon gaan in Abu Ghraib hebben zich hele pelotons aan sociologen gebogen. De legertop had de opdracht gegeven van de gevangenis een tweede Guantanamo Bay te maken. ‘Treat the detainees like shit’, vatte een Amerikaanse officier de voorschriften nadien samen, ‘net zolang tot ze bereid zijn hun moeder te verkopen voor een laken.’

President Bush sprak nadien van een ‘smet’ op Amerika’s reputatie, maar vond ook dat dit de daden waren van enkele rotte appels. ‘Onze mannen en vrouwen in uniform zijn eervolle, fatsoenlijke mensen.’ Elf bewakers werden later veroordeeld wegens plichtsverzuim en mishandeling, maar hun officieren gingen vrijuit. De cellen zaten overvol, voerden de betrokkenen ter rechtvaardiging aan, en het was onduidelijk wie de leiding had. Omdat de gevangenis voortdurend door Iraakse opstandelingen met mortieren werd beschoten, stond iedereen strak van de zenuwen.

Seymour Hersh, een van de onderzoeksjournalisten die het schandaal naar buiten brachten, suggereerde in 2004 in weekblad The New Yorker dat het seksuele geweld wel degelijk een bewuste beleidskeuze was. Schaamte werd beschouwd als een dermate centraal concept in Irak, citeert hij een anonieme Amerikaanse beleidsadviseur, dat gevangenen er alles aan zouden doen om te voorkomen dat de foto’s naar buiten zouden komen. Het was een ideale manier, kortom, om een ‘leger van informanten’ te creëren.

Herinneringen

Tijd om Abu Ghraib te verlaten, terug naar de hoofdstad. Aan de noordoostzijde van Bagdad ligt Sadr City, een sjiitische sloppenwijk met miljoenen inwoners, onder wie oud-gevangene 152516. In een achterafstraatje leeft Taleb al-Majli, 60 jaar oud, samen met twee zoons, een luchtkoeler en – luid aanwezig – zijn herinneringen. Ze zijn er altijd. ‘Hier’, wijst hij, en hij zet twee vingers op zijn slapen. ‘Mijn herinneringen eten en drinken met me.’

Majli werd opgepakt in de herfst van 2003, toen hij toevallig op bezoek was bij een oom in de stad Ramadi. De Amerikanen omsingelden de wijk en namen alle mannen mee. ‘Waar is de aanklacht?’, vroeg een ondervrager nadien in Abu Ghraib, met een blik op zijn laptop. ‘We hebben niets over jou.’

Al pratend wordt de schaamte groter en Majli kleiner. Hij vouwt zijn benen onder zijn magere lijf, en begint op zijn knokkels en polsen te kauwen. Hij kan het niet helpen, het gaat automatisch. Op de plekken waar hij kauwt, is de huid door de jaren heen dik en korstig geworden. Ook hij moest zich in de gevangenis uitkleden. ‘Ze wilden ons vernederen. Met hun wapenstokken speelden ze met onze penissen. Ze dwongen ons elkaar aan te raken.’

Na zijn vrijlating moest Majli ook verhuizen, zo vaak dat hij de tel kwijt is geraakt. ‘Binnen deze wijk in elk geval vier keer.’ Altijd waren er pesterijen, vooral als hij zijn verhaal had gedaan bij Al Jazeera, France24 of een andere tv-zender. Mohammed, zijn 26-jarige zoon, kreeg ermee te maken op school. ‘Ze hebben je vader goed te grazen genomen’, sneerden leerlingen die de beelden hadden gezien.

Mohammed beet van zich af, sloeg een van de plaaggeesten in elkaar en deed zijn beklag bij de schoolleiding. Niets hielp, dus ging hij van school. Hij is diabetespatiënt en zit nu werkloos thuis. Zijn vader buigt het hoofd en begraaft zijn gezicht in een handvol tissues. De martelingen waren verschrikkelijk, zegt hij, ‘maar onze maatschappij is erger. Voor de familie zou het beter zijn als ik sterf. Dan is 80 procent van de schaamte weg.’

Gerechtigheid

Het Amerikaanse leger geniet in eigen land immuniteit van strafvervolging, en toch lieten sommige oud-gedetineerden het er niet bij zitten. Drie van hen deden in 2008 aangifte in de staat Virginia tegen CACI International, een bedrijf dat sinds decennia klussen deed (en nog altijd doet) voor het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het waren CACI-medewerkers die namens het leger de verhoren leidden in Abu Ghraib. Voor hen geldt de immuniteit niet.

Na jarenlang juridisch getouwtrek vonniste de rechtbank in 2024 dat CACI-medewerkers zich inderdaad schuldig hadden gemaakt aan foltering. Het bedrijf werd veroordeeld tot het betalen van omgerekend 36 miljoen euro aan smartengeld, hetgeen neerkomt op 12 miljoen per eiser. Gerechtigheid, jubelde de non-profitorganisatie Center for Constitutional Rights (CCR), die de drie mannen al vanaf het begin bijstaat.

Eind augustus nam de zaak echter een onverwachte wending, toen een hof in hoger beroep het vonnis nietig verklaarde. Er werd verwezen naar een recente wijziging van de zogeheten Alien Tort Statute, een wet die niet-Amerikaanse burgers het recht geeft te procederen tegen schendingen van het internationaal recht. In juni bepaalde het Hooggerechtshof dat die wet voortaan alleen geldt voor Amerikaanse paspoorthouders. ‘De geschiedenis zal uitwijzen dat het Hooggerechtshof ons rechtvaardigheid heeft ontzegd’, reageerde een van de drie eisers, oud-journalist Salah al-Ejaili. CCR zegt zich te beraden op eventuele juridische vervolgstappen.

Genade

Gevraagd naar de rechtszaak reageren Ghorji en Majli allebei verbaasd. Ze zeggen er niks van te weten. Irak heeft geen uitgebreid netwerk van advocaten die de oud-gedetineerden juridische bijstand geven, ze staan er praktisch alleen voor.

De enige in Abu Ghraib die zich om hun lot bekommert, is de lokale activist Muhanad al-Halbousi (35). Hij zit geen moment stil, slaapt naar eigen zeggen vier uur per nacht. Hoor maar, een van zijn drie telefoons gaat over. Weer een familie die zijn hulp nodig heeft. Via oproepjes op Facebook regelt hij koelkasten, airconditioners, medicijnen, of wat ze maar nodig hebben.

Hij herkent het relaas van de twee mannen, en zag hetzelfde bij anderen: nadat ze door de Amerikanen waren vastgehouden, verhuisden ze massaal – en in stilte – naar wijken elders in de stad. ‘Als gevolg van de folteringen zijn veel van hen impotent, of ze hebben problemen bij de seks’, zegt Halbousi in een stille hamburgerzaak. ‘Honderden, is mijn schatting. Maar we zijn een tribale samenleving. Over seksueel geweld praat je niet.’

In Bagdad blijft Taleb al-Majli vastbesloten zijn verhaal met de wereld te delen, hopend op gerechtigheid. Hij slijt zijn dagen grotendeels binnen, zegt hij, vechtend tegen de demonen in zijn hoofd. De weinige keren dat hij buiten is, gaat hij bij voorkeur naar de Kadhimiya-moskee, waar hij rust vindt en God vraagt om genade. Al tarikh ma yerham, voegt hij eraan toe: de geschiedenis biedt die genade niet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next