Geen koffie op zaterdag, geen jongens in de buurt van een meisjesschool: seculier Israël is het zat dat ultraorthodoxen haar manier van leven bedreigt. En dus is het een verkiezingsthema.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Café Basimta is dicht. Niet omdat er weinig aanloop was, maar omdat de zaak bij sommige inwoners van Jeruzalem zoveel woede opwekte dat ze schreeuwend tegen de ruiten sloegen en tafels ondersteboven schopten. Het probleem? Het koffietentje was ook op zaterdag geopend. Tijdens de sabbat.
Toen de eigenaar het zaakje in juni opende, wist hij heus wel dat de ultraorthodoxe gemeenschap niet gelukkig zou zijn met de openingstijden. Maar er was zoveel vraag van seculiere klanten die op hun vrije zaterdagmiddag ook wel eens buiten de deur met elkaar af willen spreken, en de eigenaar kon niet bevroeden dat zijn koffietentje elke week belaagd zou worden door briesende haredim (zoals de ultraorthodoxen genoemd worden). In reactie daarop groeide zijn zaak voor de seculiere gemeenschap juist weer uit tot een symbool dat zij luidkeels kwamen verdedigen.
En zo vond er bij café Basimta elke zaterdag een kleine veldslag plaats, waarbij de politie probeerde de haredim op afstand te houden terwijl seculieren massaal koffie kwamen drinken om hun punt te maken. Maar de protesten van de haredim bleven aanhouden, en vorige week gooide de eigenaar de handdoek in de ring. Dan maar dicht op zaterdag.
Dit kleine koffietentje is op zichzelf geen thema bij de verkiezingen die op 27 oktober worden gehouden, maar de zorgen over de groeiende invloed van de ultraorthodoxe gemeenschap zijn dat wel. Het bekendste punt van wrijving draait om de dienstplicht. Die is voor iedere Israëliër verplicht, maar de haredim zijn hier van oudsher van uitgezonderd.
In 2024 oordeelde het Hooggerechtshof echter dat er geen wettelijke grond is om deze groep nog langer uit te zonderen van de dienstplicht en sindsdien doet de regering-Netanyahu (waar twee ultraorthodoxe partijen deel van uitmaken) de grootste moeite om wetten op te tuigen die hen toch vrij blijven stellen. Vooralsnog is dat niet gelukt, en sindsdien leggen de haredim het land regelmatig plat met massale demonstraties, wat weer ergernis oproept bij de seculiere gemeenschap.
Maar er zijn meer struikelblokken. Zo plaatste de gemeente van Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv waar de ultraorthodoxen de meerderheid vormen, onlangs op vrijdagmiddag containers op de belangrijkste uitvalsweg van een gemengde wijk. Daarmee werd het voor seculieren onmogelijk om tijdens de sabbat met de auto naar vrienden of naar zee te gaan – en op zaterdag rijdt er in Israël geen openbaar vervoer.
Daarnaast zijn er in hetzelfde Bnei Brak problemen met een school waarvan 200 leerlingen, nadat hun gebouw tijdens de oorlog met Iran werd beschadigd door een raket, onderdak krijgen in een pand waar ook een ultraorthodoxe meisjesschool huist. Vorige week maandag zat de poort van het terrein op slot omdat haredim-ouders het onwenselijk vinden dat hun dochters nu in hetzelfde gebouw zitten als jongens.
De afgelopen jaren eisen de ultraorthodoxen in Israël steeds meer ruimte op. Ook letterlijk. Vroeger vormden zij een kleine geïsoleerde gemeenschap die haar eigen wijk niet uitkwam, maar omdat zij gemiddeld 7, 8 of 9 kinderen krijgen, was daar op een gegeven moment geen huis meer te krijgen en gingen zij ook elders op zoek naar woningen. Zo komen haredim echter in aanraking met een wereld die zij niet willen: vrouwen in tanktops en korte broeken, de sabbat die niet gerespecteerd wordt, of de lhbti-gemeenschap.
En dus beginnen ze terug te duwen. Dat lukt goed, want omdat hun aantallen zo gegroeid zijn, hebben ze steeds meer politieke macht gekregen. Twee ultraorthodoxe partijen maken al jaren deel uit van de regering omdat premier Netanyahu hun zetels goed kan gebruiken om een meerderheid te vormen. In ruil daarvoor krijgt de gemeenschap allerlei cadeautjes, zoals de pogingen om hen vrij te stellen van de dienstplicht, tientallen miljoenen aan subsidie voor kinderopvang en vrijstelling voor religieuze scholen om ook vakken als Engels en wiskunde te doceren.
De frustratie van de seculiere gemeenschap gaat dus niet alleen over koffie op zaterdag, maar over het karakter en de toekomstige economische positie van Israël. Twintig jaar geleden maakten de haredim nog 9 procent van de bevolking uit, maar op dit moment is dat 19 procent en volgens het Israëlische Bureau voor Statistiek wordt dat 20 procent in 2040 en 32 procent in 2065.
Twee jaar geleden hebben 130 vooraanstaande Israëlische economen in een open brief gewaarschuwd dat ‘de combinatie van de politiek van de afgelopen jaren en de groei van de haredim-gemeenschap het land in de richting van de afgrond laat glijden – een afgrond die een reële en grote bedreiging vormt’. Het probleem volgens deze economen is dat de ultraorthodoxen niet werken en geen belasting betalen, maar juist subsidies en uitkeringen ontvangen die worden opgehoest door het werkende deel van de bevolking. ‘Degenen die deze last moeten dragen, zullen uiteindelijk willen vertrekken’, schrijven de economen.
De wrijving is voor de oppositie uitgegroeid tot een belangrijk verkiezingsthema. Als je stemt op Netanyahu, zo stellen zij, gaat hij weer in zee met de ultraorthodoxen, en dan blijft er uiteindelijk niets meer over van ons land. Dat geluid zie je ook terug in de liberale media.
‘De onwetendheid, vrouwenhaat, het racisme en de agressie groeien’, schrijft de krant Haaretz bezorgd in een commentaar. ‘De komende verkiezingen zijn misschien de laatste kans om deze neergang te stoppen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant