Actrice Keja Klaasje Kwestro heeft zondagavond de Theo d’Or gewonnen op het Gala van het Nederlands Theater in Amsterdam. Ze kreeg de belangrijke toneelprijs voor haar rol in de theaterhit F*ck Lolita, waarmee ze het afgelopen anderhalf jaar op tournee was.
schrijven voor de Volkskrant over theater.
De toekenning is geen grote verrassing: al sinds de première gonst Kwestro’s naam door de theatergangen als gedoodverfde Theo d’Or-winnaar. De jury roemt de ‘oorspronkelijkheid, moed en technische virtuositeit’ die Kwestro in haar spel legt.
Alle Theo d’Ors, die voor het derde jaar genderneutraal werden uitgereikt, gingen naar een vrouw. Samantha Cherish Wielkens kreeg de prijs voor beste bijrol en Jacobien Elffers nam de Theo d’Or voor meest grensverleggende podiumprestatie in ontvangst.
‘Kijk naar me, en onthoud me’, zegt Dolores Haze, aan het einde van de theatervoorstelling F*ck Lolita. De twee uur daarvoor heeft ze zich met vurige woorden ontworsteld aan de dwingende mannelijke blik die haar stelselmatig objectiveerde, seksualiseerde, tot ‘Lolita’ bombardeerde. De ‘verleidelijke guilty pleasure’ die een volwassen man zou hebben verleid, werd weer wie ze eigenlijk al die tijd was: een meisje van 12, dat liefde nodig heeft én te bieden heeft. Iemand die zelf bepaalt wie ze is.
In deze complexe en gelaagde rol kon Keja Klaasje Kwestro alles laten zien wat ze in huis had. De talentvolle actrice staat bekend om haar verpletterende energie: haar gulle spel met expressieve mimiek en grote gebaren heeft steevast een magnetische werking op de toeschouwer.
Met haar uitvergrote, fysieke stijl neemt ze graag een loopje met het realisme. Haar schaamteloosheid op de speelvloer is in eerste instantie overweldigend, maar daarna al snel heel ontroerend en kwetsbaar.
Na haar afstuderen aan de toneelschool in Arnhem in 2010, werkte ze jarenlang als freelance theateracteur bij diverse gezelschappen en producenten. Ze speelde mooie rollen in zowel (moderne) klassiekers (Ibsen, Strindberg) als in nieuw repertoire, stond zowel in avant-gardistische stukken als in toegankelijke familievoorstellingen.
Haar doorbraak volgde in 2015, toen ze de verwende prinses Wendy vertolkte in de hilarische voorstelling De gelaarsde poes, van het Ro Theater. Ze verraste daarin onder andere met een ronduit uitzinnige mental breakdown, waarmee ze zichzelf pruilend, jammerend en stampvoetend als volwaardig comédienne op de kaart zette.
Dat groteske spel werd een handelsmerk dat ze ook in serieuzer toneel steeds beter ging inzetten. Zo wonnen haar rollen over de linie aan diepte, zeggingskracht en eigenheid. Kwestro navigeert moeiteloos tussen komedie en zwaarte, waardoor haar komische rollen veel reliëf krijgen en ze in dramatische rollen juist vaak een ontwapenende lichte toets aanbrengt.
In 2019 balde ze die eigenschappen prachtig samen in de rol van gefrustreerde dochter Maureen, die in het kitchen sink drama van Martin McDonagh The Beauty Queen of Leenane uit pure wanhoop alles op alles zet om haar moeder het leven zuur te maken. Een jaar eerder oogstte ze ook veel lof met een ontroerend schaamteloze monoloog in Judith Herzbergs duistere huiskamerdrama Kras, waarin lang ingehouden pijn zich ineens onbevreesd een weg naar buiten baande.
Toch duurde het daarna even voordat Kwestro opnieuw de rollen kreeg waarin ze haar rijke potentieel ten volste kon benutten. Pas toen ze in 2025 een vast contract kreeg bij Het Zuidelijk Toneel, een gezelschap dat zich profileert met genereus, op het publiek gericht spel, werd duidelijk dat het niet lang meer kon duren voordat Kwestro – eindelijk – echt kon laten zien wat ze waard was.
Die rol werd uiteindelijk geschreven door Annet Bremen, op verzoek van regisseur Silke van Kamp. Bremens poëtische, associatieve taal in F*ck Lolita stelt een groot vertrouwen in de toneelspeler, en dat betaalt zich bij Kwestro dubbel en dwars uit. Ze imponeerde met een welhaast onbegrensde gulheid, die omverblaast en ontroert, die woedend en zacht is, een acteerprestatie die in alles lijkt te schreeuwen: ‘Kijk naar me. En onthoud me.’ Kwestro heeft in deze theatrale krachttoer alle registers aangeboord die ze de afgelopen twintig jaar in zichzelf heeft ontdekt. Ze is gezien, ze wordt onthouden.
Als Samantha Cherish Wielkens op het podium verschijnt in Black Joy, weet ze het publiek meteen te veroveren met haar ontwapenende humor en overdonderende energie. In deze voorstelling van regisseur Priscilla Vaudelle, die over de vreugde, liefde en tragiek van vier zwarte vrouwen gaat, is Wielkens onweerstaanbaar in de meest uiteenlopende rollen. Of ze nu een bemoeizieke tante met een slecht zittende pruik speelt, nostalgisch terugblikt naar het schoolplein waar de lipgloss welig tierde, of geëmotioneerd de haren kamt van een medespeler, iedere scène raakt ze je met haar spelplezier en onmiskenbare talent.
De Theo d’Or voor de meest indrukwekkende bijrol is een enorme en terechte boost voor de vrij onbekende Wielkens, die de afgelopen jaren in een handjevol theaterproducties speelde. De meest in het oog springende is Sixth (2022), waarin Wielkens ook onderdeel uitmaakte van een viertal. In Sixth wordt het onbereikbare schoonheidsideaal aangekaart en uitgedaagd. Ook daarin viel Wielkens op met haar onbevreesde en geestige spel als influencer.
Dat onbevreesde is ook terug te zien in haar carrière: eerder volgde ze een opleiding aan de Amsterdamse Theaterschool de Trap en bij BNNVara Academy. Naast presenteren voor deze omroep werkte ze als comedian mee aan hun improvisatieshow Wat speelt er?
Door haar samenwerking met regisseur Vaudelle imponeert Wielkens nu vooral als een veelbelovende acteur, die volgens de jury in Black Joy fungeert als ‘een intergenerationele spiegel voor veel vrouwen’.
De Theo d’Or voor grensverleggendste podiumprestatie gaat dit jaar niet alleen naar een acteur, maar ook naar een geluidsinstallatie die uit honderd zelfspelende drums bestaat. Deze indrukwekkende trommelconstructie, die te zien is in de voorstelling Superdrum, werd gemaakt door kunstenaarscollectief Touki Delphine.
De prijs voor deze ‘superdrum’ wordt gedeeld met Jacobien Elffers, die te midden van deze installatie twee personages speelt: een soort AI-chatbot en een dolende mens in een post-apocalyptische wereld. De bezwerende tekst van Joeri Vos laat in Superdrum de bezoeker, tussen al het drumgeweld door, voortdurend twijfelen wie nu de overhand heeft: de machine of de mens.
Superdrum is een existentiële theatertrip van het Leidse muziektheatergezelschap De Veenfabriek, die zowel de indrukwekkende installatie als Elffers’ toneelprestatie uitstekend belicht. ‘Het geloofwaardige en zeer bekwame spel van Jacobien Elffers is een belangrijke factor in het succes van dit werk. Haar constante duet met de druminstallatie van Touki Delphine is indrukwekkend’, aldus de jury.
Elffers koos ook voor een andere route dan de meeste acteurs in ons land; in plaats van een Nederlandse toneelschool ging ze naar de Guildford School of Acting aan de Engelse Universiteit van Surrey. In ons theaterlandschap kreeg ze dankzij De Veenfabriek voet aan de grond. Onder regie van hun artistiek leider en regisseur Joeri Vos speelde Elffers eerder Jezus’ moeder in het bejubelde Maria Maria Maria (2021) en een extravagante halfgodin in Lof der zotheid (2025). Het bleek de opmaat naar deze onderscheiding, die haar definitief op de kaart zet als een van de spannendste acteurs van dit moment.
Op het gala werden ook de belangrijkste prijzen in het jeugdtheater verdeeld: Donnie van De Nationale Opera en het Poldertheater werd verkozen tot beste jeugdvoorstelling. Sue-Ann Bel en Hali Neto kregen de prijs voor beste podiumprestatie, in Let’s Go Barbie.
Daarnaast ging de Mime/Performanceprijs naar Frank van theatermaker Cherish Menzo en de Ontwerpersprijs naar Plum Road Tea Dream van Samuel Baidoo. De Prosceniumprijs, voor belangrijke bijdrage achter de schermen, ging naar de nieuwe dramaturgenvereniging MoMo. De Act Award, die jaarlijks wordt uitgereikt door de belangenvereniging voor acteurs, ging naar Via Rudolphi, de producent die zich al jaren onder meer inzet voor beginnende theatermakers.
Ten slotte werd voor het eerst een Muziektheaterprijs uitgereikt. Die ging naar All the Lonely People van Silbersee en Martin Fondse Music.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant