Home

Is stille diplomatie van Golfstaten onderling het ‘Sesam open u’ voor de Straat van Hormuz?

Maandag komen in Oman de leiders bijeen van de landen rond de Straat van Hormuz, waaronder Iran. De VS zijn niet uitgenodigd, al zal voor werkelijke de-escalatie een breed akkoord nodig zijn, waarbij ook Trump aanwezig moet zijn.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Gloort er een oplossing voor de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz, die de wereldeconomie sinds maanden gijzelt? Die vraag ligt maandag op tafel tijdens een regionale top in Oman van zeker zeven regionale regeringen. Onder de deelnemers zijn onder meer Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Qatar en Iran zelf. Het gaat om de eerste top in deze vorm sinds het uitbreken van de Iran-oorlog, bijna tweehonderd dagen geleden.

De top in de Omaanse kustplaats Salalah is de uitkomst van wekenlange stille diplomatie tussen twee hoofdrolspelers: Iran en Oman. Beide landen grenzen direct aan de Straat van Hormuz, en hebben volgens mediaberichten een ‘tijdelijke route’ ontwikkeld voor het toekomstige maritieme verkeer. Maandag zal dat voorstel hoogstwaarschijnlijk aan de overige Golfstaten (met uitzondering van Bahrein, dat niet wil komen) worden gepresenteerd.

Een opvallende afwezige is de Amerikaanse regering van Donald Trump, die voor zover bekend niet is uitgenodigd, en die sowieso weinig aanstalten maakt om tot een diplomatieke oplossing te komen. De Amerikanen handhaven hun eigen maritieme blokkade bij Hormuz, bedoeld om de Iraanse olie-export af te knijpen. Zondagochtend werd een Iraanse tanker nabij het eiland Qeshm door een onbekend projectiel geraakt. Daarbij viel een dode. Wie erachter zit, was onduidelijk, maar Iran wees gelijk naar de VS.

Afgesproken vaarroute

Tegelijk zijn de Amerikanen niet gekant tegen de Iraans-Omaanse diplomatie. In het zogeheten ‘memorandum van overeenstemming’ dat Amerika en Iran in juni tekenden, staat dat het ‘toekomstig beheer’ van Hormuz een zaak is voor Iran en Oman. Door landen in de regio aan zijn kant te krijgen, hoopt de Omaanse sultan de Amerikanen nu voor een voldongen feit te plaatsen. Hoe meer landen in de Golfregio hun krabbel zetten, hoe moeilijker het wordt voor Trump om dwars te liggen.

Wat er precies in het Iraans-Omaanse voorstel staat, is onduidelijk, maar de focus ligt vermoedelijk op een afgesproken vaarroute, waarin bovendien alle zeemijnen verwijderd moeten gaan worden. ‘Technische teams’ in Muscat (Oman) en Teheran hebben de kaarten klaarliggen, meldde de Libanese krant Al Akhbar. De route zou al zijn doorgegeven aan de in Londen gevestigde Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

Niettemin is werkelijke de-escalatie nog ver weg. Er zijn serieuze obstakels. Ten eerste: Hormuz zal na maandag niet ineens opengaan. Daarvoor moet ook de regering-Trump haar handtekening zetten, en zover is het nog lang niet. Het betalen van tol voor veilige doorgang is voor Washington bijvoorbeeld onbespreekbaar, terwijl Iran en Oman zo’n tolregeling beschouwen als hun goed recht. De Iraniërs op hun beurt stellen zich op het standpunt dat Hormuz pas opengaat als de VS hun blokkade van Iraanse olie opheffen en bevroren Iraanse tegoeden vrijgeven.

Geduld met VS raakt op

Wel illustreert de top in Oman dat de Arabische Golfstaten in toenemende mate hun geduld kwijtraken met de Amerikaanse opstelling, en nu de vlucht naar voren kiezen. Anders dan de Amerikanen hebben landen als Saoedi-Arabië en de VAE te maken met de kille geografie: Iran is een buurland en zal dat over honderd jaar ook nog zijn. Buurlanden die Iran isoleren, isoleren in dat opzicht ook zichzelf.

Economisch begint de oorlog Saoedi-Arabië op te breken. In dertien jaar tijd is de Saoedische olie-export nog nooit zo laag geweest. De regio ‘moet niet wachten tot Iran en de VS elk aspect van hun geschil hebben opgelost’, beargumenteerde Golfkenner Mehran Haghirian op zijn Substack-kanaal. Volgens hem hebben de Golfstaten belang bij een non-agressiepact, waarbij beide kanten – Iran en de Golf – beloven de ander niet aan te vallen.

Saoedi-Arabië, Qatar en de VAE werden eerder dit jaar nog bedolven onder duizenden Iraanse raketten en drones, en toch sloten ze nooit volledig hun diplomatieke kanalen met Teheran. Zo kon het gebeuren dat de Saoediërs in juli ‘gewoon’ een delegatie naar Iran stuurden om de plechtigheden bij te wonen voor de gedode opperste leider, Ali Khamenei. Zaterdag schudden de Iraanse president Masoud Pezeshkian en kroonprins Khaled bin Mohammed (VAE) elkaar de hand tijdens de Brics-top in India, beide minzaam glimlachend. ‘We zijn overeengekomen het verleden te laten rusten’, zei Pezeshkian na afloop.

Obstakel Jemen

Een tweede obstakel op weg naar de-escalatie is de oorlog in Jemen. Saoedi-Arabië is als steunpilaar van de internationaal erkende Jemenitische regering actief betrokken bij de oorlog tegen de Houthi’s, en ligt al dagen in de vuurlinie. Dit weekend beschoten de Houthi’s (die door Iran worden gesteund en bewapend) naar eigen zeggen een militaire basis in het zuiden van Saoedi-Arabië, terwijl het volgens Riyad ging om een moskee. Andersom zei een Houthi-woordvoerder dat Jemen 129 maal gebombardeerd werd door Saoedische gevechtsvliegtuigen, een claim die niet te verifiëren valt.

Dit alles legt bij voorbaat een hypotheek onder de top in Oman. De Houthi’s grenzen immers aan een tweede cruciale corridor, de Rode Zee, en kunnen die eveneens voor maritiem verkeer afgrendelen. Daarmee zou alle de-escalatie haast voor niets zijn. Het Iraanse regime op zijn beurt is weliswaar een nauwe bondgenoot van de Houthi’s, maar kan de groepering niet zijn wil opleggen.

Voor werkelijke de-escalatie is waarschijnlijk een breed akkoord nodig waarin alle oorlogsfronten (Hormuz, Jemen, mogelijk Libanon) worden meegenomen. Ook daar is Trump voor nodig. Nu hij voorlopig niet thuis geeft, beginnen de Golfstaten zelf maar vast.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next