Als start van het dansseizoen heeft Ernst Meisner, de nieuwe artistiek directeur van Het Nationale Ballet, het vierluik Legacies samengesteld. De voorstellingen refereren opvallend vaak aan maatschappelijke gebeurtenissen.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
‘Wij redden geen levens’, zei eerste soliste Riho Sakamoto (28) in haar dankwoord, nadat de in Japan geboren danseres donderdag door de 84-jarige naamgeefster was gelauwerd met de Alexandra Radius Prijs 2026. Sakamoto kreeg de erepenning (plus 5.000 euro) voor haar virtuoze techniek en uitzonderlijke inleving bij uiteenlopende hoofdrollen in balletrepertoire. ‘Maar’, zo vervolgde ze haar speech: ‘We hopen voor de duur van vier uur een licht en een lach te brengen in het leven van toeschouwers.’
Daarmee raakt Sakamoto aan het idee dat ballet met zijn weelderige romantiek vooral een luxemiddel is om te ontsnappen aan de drama’s in de wereld. Toch refereert deze kunstvorm vaker dan gedacht aan (nood)toestanden buiten de theatermuren. Soms toevallig, soms bewust, zo blijkt ook uit het vierluik Legacies dat Ernst Meisner, de nieuwe artistiek directeur van Het Nationale Ballet, heeft samengesteld als start van het dansseizoen en ter viering van balleterfgoed.
Natuurlijk is de opening Symphony in C (1947), het neoklassieke meesterwerk van choreograaf George Balanchine (1904-1983), een fonkelende staalkaart van academische grandeur, met loepzuivere lijnen van witte tutu’s onder vier kroonluchters tegen een hemelsblauw achterdoek. Maar Balanchine creëerde dit bruisende ballet in Parijs, direct na de Tweede Wereldoorlog, ter opbeuring van het ontwrichte leven.
Nu is het een feest om talent te zien groeien, naast virtuoze pas de deux van solisten als Sakamoto met Young Gyu Choi, Maia Makhateli met Timothy van Poucke, Salome Leverashvili met Semyon Velichko en Anna Ol met Constantin Allen. Vooral dit laatste paar durft in het tweede deel sereen te vertragen op het dan sterk ingehouden tempo van Het Balletorkest onder leiding van Koen Kessels.
Met Simple Things (2001) van de in december overleden choreograaf Hans van Manen (1932-2026) neemt Het Nationale Ballet een glashelder, speels kwartet op het repertoire, dat Van Manen in 2001 maakte voor Nederlands Dans Theater 2. Het begint met een uitgelaten duet door twee energieke mannen op muziek van een Amerikaans accordeonduo.
Choi en Van Poucke durven bijna als dronken kurkentrekkers over het podium te wervelen. Dan komen van links en rechts twee vrouwen ongedwongen tussenbeide, op een pianotrio van Haydn. Alsof ze herinneringen inbrengen aan ernstigere tijden. Wanneer de mannen daarna het eerste deel bijna herhalen, voel je die zwaarte in alle lichtvoetigheid meetrillen.
Simple Things ging 25 jaar geleden tijdens het Holland Dance Festival in première, anderhalve maand na 9/11, de aanslagen op de Twin Towers. Het is net alsof je voelt dat de speelse bravoure van de mannen lichtjes wordt geïnfecteerd door de naschok van deze wereldveranderende gebeurtenis. Alles wat voorheen klopte, is plots een kwartslag gedraaid.
Ook Monumento (2026) van de Canadese choreograaf Kirsten Wicklund refereert aan een maatschappelijke gebeurtenis. Wicklund creëerde dit nieuwe, futuristisch ogende kwintet op een gelegenheidscompositie van Willem Jeths. Die schreef Monument to a Universal Marriage in 2011 als muzikaal monument voor het tienjarig jubileum van het openstellen van het burgerlijk huwelijk voor iedereen, ook partners van hetzelfde geslacht.
Wicklund vertrekt vanuit de klassieke techniek, met twee vrouwen op spitzen, maar bouwt de interactie met drie mannen gelijkwaardig uit: wie wie leidt, wisselt voortdurend. In geraffineerde body’s met glanslak trekken ze met sidderende nervositeit naar elkaar toe. De Colombiaans-Amerikaanse sopraan Eva Rae Martinez vertolkt met de Nederlandse mezzosopraan Aaike Nortier op muziek gezette Egyptische liefdespoëzie. Zangpartijen die ook door mannen of een man en een vrouw kunnen worden uitgevoerd. Het Balletorkest levert met een gevoelige uitvoering weer een grote bijdrage aan de intimiteit van dit kwintet op het toch niet geringe podium.
Tot slot viert Legacies met een sterke herneming van het monumentale, groots bezette Requiem (1990) de 90ste verjaardag van choreograaf, beeldhouwer, schilder, decor- en kostuumontwerper Toer van Schayk (1936), die vanaf de oprichting in 1961 is verbonden aan Het Nationale Ballet. De man die de mens het eczeem van de aarde noemt, gaf 36 jaar geleden al op Mozarts vermaarde Dodenmis een alarmerende waarschuwing af over natuurvernietiging.
Alsof ze kruisbogen aanspannen en elkaar met touwen willen knechten, navigeren 34 dansers in ‘schuldige’ rijen en formaties richting lichtgevende hemelpoorten, waar het laatste oordeel wacht. Op videobeelden flitst een flard voorbij van bomenkap en olifantenmoord. Romeinse jaartallen op de achterwand memoreren dat de mens al eeuwenlang wegkijkt. Geen wonder dat de dansers oog in oog met drie engelen hun handen voor hun gezicht slaan. Requiem redt geen levens. Dat is aan ons. We zijn wederom gewaarschuwd. Door dans.
Dans
★★★★☆
Door Het Nationale Ballet, Het Balletorkest en zangers van Cappella Amsterdam en De Nationale Opera Studio. Met Symphony in C (1947) van George Balanchine, Simple Things (2001) van Hans van Manen, Monumento (2026) van Kirsten Wicklund en Requiem (1990) van Toer van Schayk. Dirigent: Koen Kessels.
10/9, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Aldaar t/m 27/9.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant