Home

De overheid moet beter omgaan met soevereinen, zeggen onderzoekers: ‘Zie ze niet als wappie, maar als kanarie in de kolenmijn’

Sommige soevereinen of autonomen willen geen belasting betalen, weigeren zich bij politiecontroles te identificeren of houden hun kinderen van school, wat geregeld leidt tot conflicten met de overheid. Dat moet beter, zeggen onderzoekers, en in Friesland lukt dat al.

zijn verslaggevers van de Volkskrant. Kuiper schreef eerder over de complottheorie van Bodegraven, Geels volgde de rechtszaak tegen tien soevereinen in Rotterdam.

Wat móésten ze ermee? Tussen januari 2021 en mei 2023 ontvingen ze bij de gemeente Súdwest-Fryslân 135 brieven waarop niet zo gauw een standaardantwoord te geven was. Het betrof veelal wollige epistels vol juridisch taalgebruik, gemiddeld negen pagina’s lang, met zinnen waarin werd gerefereerd aan ‘een geboortetrust’ of ‘een contract’ dat al dan niet zou bestaan tussen de gemeente en de briefschrijver.

Geregeld dreigden de briefschrijvers de gemeente een boete op te leggen, of ambtenaren persoonlijk strafrechtelijk te vervolgen. Sommige brieven waren ondertekend met een blauwe vingerafdruk.

De schrijvers behoren tot de groep van soevereinen, mensen die de legitimiteit van de Nederlandse staat en overheidsinstanties betwisten. Ze verklaarden in de brieven aan Súdwest-Fryslân bijvoorbeeld dat ze zich niet langer wilden laten besturen door de gemeente. Sommigen schreven geen gemeentelijke belastingen meer te zullen betalen.

Het bezorgde ambtenaren hoofdbrekens. Eerder waren soevereine inwoners al in grote problemen gekomen: ze hadden geweigerd heffingen te betalen, waarna beslag was gelegd op hun inkomsten. Dat was onwenselijk. Kon het ook anders?

Wapenbezit

Zulke vragen rond soevereinen spelen niet alleen in Súdwest-Fryslân. Ook andere gemeenten ontvangen honderden brieven. De veiligheidsdiensten schatten dat in Nederland enkele tienduizenden mensen het soevereine gedachtegoed aanhangen, wat onder meer is gebaseerd op de hoeveelheid brieven van soevereinen die de Hoge Raad en de Belastingdienst ontvangen. Betere cijfers ontbreken, omdat deze mensen zich nergens centraal verenigen.

De soevereinen haalden de afgelopen jaren vooral het nieuws vanwege twee omvangrijke rechtszaken. In het voorjaar van 2024 werden op verschillende plekken in Nederland mensen aangehouden die volgens het Openbaar Ministerie van plan waren (gewapend) geweld te gebruiken tegen de staat. De tien verdachten werden eind 2025 vrijgesproken van terrorisme, wel volgden enkele veroordelingen voor wapenbezit en deelname aan een criminele organisatie. Zes van hen gaan in hoger beroep.

De andere zaak draait om voormalig advocaat Arno van K., die optrad als advocaat voor de coronasceptische organisatie Artsen voor Waarheid. Volgens justitie maakt hij deel uit van een crimineel netwerk van zeven verdachten die het anti-institutionele gedachtegoed aanhangen en mogelijk geweld willen gebruiken. Het is onbekend wanneer de inhoudelijke behandeling begint.

Stigmatiserend

Door deze zaken kan het beeld ontstaan dat alle soevereinen gewelddadige wappies zijn die het contact met de realiteit hebben verloren. Maar dat is te makkelijk, vinden Hans Moors en Merel van Rees van onderzoeksbureau Emma. Zij verdiepten zich in opdracht van onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap in het gedachtegoed van soevereinen.

In hun maandag te verschijnen onderzoek Van mens tot mens noemen ze het ‘problematisch’ dat de overheid de soevereinen vooral ziet als ‘louter een veiligheidsprobleem’. Dat werkt stigmatiserend, ondermijnt de mogelijkheid tot gesprek en kan de doelgroep verder wegduwen. Het is ook onterecht: slechts een fractie van de soevereinen is bereid over te gaan tot geweld.

Dat het Openbaar Ministerie twee grote rechtszaken heeft opgetuigd waarin terrorisme en deelname aan een criminele organisatie de kern van de aanklachten vormen, noemen zij onverstandig. ‘Het OM is er bij mensen bij wie geen wapens zijn gevonden veel te hard ingeschoten’, zegt Moors.

Liever zien de onderzoekers de soevereinen als een soort ‘kanarie in de kolenmijn’, zegt Moors. ‘Ze snijden interessante vraagstukken aan over het functioneren van de overheid. Waarom loopt veel overheidscommunicatie tegenwoordig via online-achtige registratiesystemen? Waar blijft die informatie? Hoe wordt die beschermd? En waarom heeft de overheid het recht heel diep in te grijpen in gezinsstructuren, bijvoorbeeld door kinderen uit huis te plaatsen? Soevereinen houden de overheid ook een spiegel voor.’

Van Rees: ‘Het is ook gewoon toegestaan om anti-institutioneel gedachtegoed te hebben, je mag libertariër zijn, je mag kraker zijn. Het wordt pas bezwaarlijk als je ernaar gaat handelen en die handelingen tegen de wet zijn.’

Lappen en lappen

De soevereinen stonden niet bepaald te springen om mee te werken aan het onderzoek. Moors, Van Rees en een collega benaderden mensen via via, keken rond in openbare Telegram-groepen en bezochten bijeenkomsten van soevereinen. ‘In een blokhut in het bos, bijvoorbeeld’, zegt Moors. Ze vroegen toestemming om mee te kijken en luisteren.

Vaak ketste een poging tot contact direct af. Soms verwezen soevereinen door naar anderen, die ook weer doorverwezen. ‘Een enkele keer mailde iemand me lappen en lappen tekst’, zegt Van Rees. ‘Die wil in elk geval iets zenden, dacht ik dan.’ Met sommigen zat ze vervolgens ‘avonden lang’ te bellen en te appen, in de hoop dat ze wilden deelnemen aan het onderzoek. Uiteindelijk waren twaalf van de 62 benaderde mensen bereid tot een ‘diepgravend’ gesprek. ‘Dat maakt deze studie uniek’, zegt Moors.

Op basis van die gesprekken probeerden de onderzoekers de denkbeelden van de soevereinen in kaart te brengen en te beschrijven hoe ze botsten met de overheid.

Stempassen retour

In het rapport onderscheiden ze binnen het soevereine gedachtegoed drie ‘profielen’. Zo is er een groep autonomen die minimale overheidsbemoeienis wil. Zij richten zich bijvoorbeeld op thuisonderwijs en leggen een moestuin aan om zelfredzaam te kunnen leven.

Ook zijn er de zelfbenoemde ‘vrije mensen’, die hun gedachtegoed vooral zien als levensfilosofie en zoeken naar verbinding met hun lokale gemeenschap. Beide groepen wijzen de legitimiteit van de overheid in de basis niet af.

Een derde groep gaat een stap verder: zij beschouwen de Nederlandse staat als een BV. Omdat zij nooit een contract met diezelfde staat zijn aangegaan, zo redeneren ze, kunnen ze zich loskoppelen van de overheid en instituties. De Nederlandse wet- en regelgeving is daarmee niet meer op hen van toepassing en dus weigeren ze belasting te betalen of boetes te voldoen of sturen hun stempassen retour.

Het gaat niet om duidelijk afgekaderde categorieën, benadrukken de onderzoekers. De grote gemene deler is een zekere mate van geloof in complotten. Meestal denken soevereinen dat Nederland wordt bestuurd door een onzichtbare, kwaadaardige elite, die het niet goed voorheeft met het gewone volk. Ze zijn vaker wit, man en tussen de 40 en 60 jaar oud, zien de onderzoekers. Een sluitende verklaring voor die demografie hebben ze niet.

Verder opvallend, zeggen Moors en Van Rees: deze mensen zijn veelal maatschappelijk betrokken en goed op de hoogte van wat er speelt. ‘Afgehaakt zijn van de staat betekent niet afgehaakt zijn van de samenleving’, zegt Moors. De coronapandemie gaf het soevereine gedachtegoed jaren geleden een flinke impuls. Tegenwoordig houdt de groep zich ook bezig met onderwerpen als stikstof.

Van Rees: ‘In essentie gaat het om ontevredenheid over hoe de overheid opereert.’ Die ‘gedeelde vijand’ voedt een gemeenschapsgevoel, waaruit soms vriendschappen ontstaan.

Verbale vijandigheid

Het wantrouwen tegenover instanties maakt dat een deel van de soevereinen voor ambtenaren moeilijk te bereiken is, bijvoorbeeld wanneer een uithuiszetting of beslaglegging door de deurwaarder dreigt. Vorig jaar waarschuwde de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders (KBvG) nog voor de sterke stijging van intimidatie aan de deur, waarbij relatief vaak soevereine burgers betrokken waren.

In 2024 deed het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool onderzoek naar de omgang tussen de overheid en soevereinen. Onderzoekers spraken hiervoor niet met soevereinen, maar juist met ambtenaren. Zij kregen vaak het gevoel gezien te worden als uitvoerders van de plannen van de kwaadaardige elite. Die overtuiging kan vervolgens uitmonden in verbale vijandigheid of doxing: het online verspreiden van privégegevens.

Moors herkent dat. ‘Als je als ambtenaar een beetje een vasthoudend soeverein tegenover je hebt, is dat geen pretje.’ Maar, zo benadrukt hij, ambtenaren kunnen meer doen om escalatie te voorkomen. ‘Sommige soevereinen gaven aan best te willen praten met de overheid, maar zeggen dat er simpelweg geen gesprek te voeren valt omdat ambtenaren uitsluitend op de regels wijzen.’

Niet zo principieel

Hoe kan de overheid het contact met soevereinen soepeler laten verlopen? In hun rapport raden de onderzoekers overheidsinstanties aan niet meteen brieven te sturen vol verwijzingen naar regels en procedures, maar vaker en op een andere manier het gesprek aan te gaan met de soevereinen, ze waar mogelijk de regie te geven en soms ook tegemoet te komen. Persoonlijker contact tussen overheid en burger is cruciaal, menen ze.

‘Stel: een soeverein weigert belasting te betalen’, zegt Moors. ‘Uit een gesprek kan vervolgens blijken dat iemand pacifist is en niet wil meebetalen aan defensie. Misschien is er dan op grond van gemoedsbezwaren een alternatieve oplossing te vinden.’

Hij verwijst naar de Sociale Verzekeringsbank, waar burgers een ontheffing kunnen aanvragen als ze vanwege hun (meestal streng gereformeerde) levensovertuiging bezwaar hebben tegen verzekeringen. In plaats van de premie voor de verplichte sociale verzekeringen als de AOW en de WW betalen ze een vervangende bijdrage bij de inkomstenbelasting.

Van Rees denkt dat tijdens gesprekken ook zal blijken dat veel van de soevereinen helemaal niet zo principieel zijn, maar vooral kampen met onderliggende problemen, zoals schulden. ‘Of ze zijn boos dat hulpmiddelen die ze hebben aangevraagd niet zijn toegekend, terwijl het verzoek van een ander met dezelfde problemen wel is ingewilligd.’

De politie heeft daar sinds een paar jaar een richtlijn voor, zegt Moors. ‘Die komen vaker bij mensen langs, vragen waarom iemand boos is of de politie niet vertrouwt, en dan ontstaat een gesprek. Voor agenten is dat misschien ook makkelijker dan voor iemand van de Belastingdienst of een leerplichtambtenaar, maar waarom zou het daar ook niet kunnen?’

Dat lijkt op het eerste gezicht een tijdrovende en dure aanpak, maar volgens Van Rees hoeft dat niet het geval te zijn. ‘De sociale wijkteams van de gemeente kunnen hiervoor worden ingezet’, zegt ze. ‘Die mensen zijn opgeleid om na te denken over complexe problemen en grieven.’

Ook criminoloog Fiore Geelhoed van Erasmus Universiteit in Rotterdam, die op verzoek van de Volkskrant het onderzoek las, onderstreept dat het noodzakelijk is dat de autoriteiten soevereinen niet alleen vanuit ‘veiligheidsperspectief framen’. Geelhoed schreef recentelijk mee aan een literatuurstudie naar complotnarratieven. Ze benadrukt dat niet te veel verantwoordelijkheid bij ambtenaren zelf moet worden gelegd, maar de manier van omgaan door de overheid moet veranderen. ‘De grieven van soevereinen staan in verband met hoe ons systeem functioneert en met politieke en organisatorische keuzen die worden gemaakt.’

Niet overtuigen

In Súdwest-Fryslân hebben ze hun werkwijze de afgelopen jaren al aangepast. Eerst lieten ze de 135 brieven van soevereinen analyseren door Emma, het bureau van Moors en Van Rees. Dit bureau kwam vervolgens tot een aantal richtlijnen voor het contact met de schrijvers. De gemeente gebruikte die om een protocol op te stellen.

Daarin staat dat alleen getrainde ambtenaren de post van soevereinen afhandelen. Zij checken of de schrijvers wel in de gemeente wonen en of ze al vaker hebben geschreven. Ook kijken ze of er sprake is van ‘rode vlaggen’ in het contact met instanties.

Met behulp van een blokkenschema beslissen ze vervolgens of er überhaupt een reactie nodig is, en zo ja, of een schriftelijke reactie voldoet, of ze de schrijver uitnodigen voor een gesprek of dat de politie moet worden ingeschakeld. Enkele aandachtspunten bij een gesprek: probeer de soeverein niet te overtuigen van zijn ongelijk en wijs hem op de consequenties van niet willen meewerken.

De eerste indruk van de nieuwe werkwijze, die inmiddels ook is gedeeld met andere gemeenten en overheidsinstanties, is positief, zegt een woordvoerder van de gemeente. ‘Harde cijfers zijn er niet, maar we denken op deze manier meer mensen binnenboord te kunnen houden. Hier zeggen we: mensen kunnen ons wel opgeven, maar wij geven die mensen niet op.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next