De parlementsverkiezingen in Zweden zijn uitgedraaid op een nek-aan-nekrace tussen de linkse oppositie en de rechtse regering. In een prognose van de Zweedse publieke omroep staat het linkse blok op 176 zetels, drie meer dan de rechtse partijen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
In Zweden verenigen de partijen zich tijdens de verkiezingen traditioneel in een links en een rechts blok. Volgens de openbare zender SVT haalt links op dit moment 49,5 procent van de stemmen, goed voor 176 zetels, een nipte meerderheid. Het rechtse blok zou stranden op 49,1 procent, ofwel 173 zetels. Ruim 90 procent van de stemmen was omstreeks 2.30 uur maandagnacht geteld.
Deze uitslag zou het einde betekenen voor de huidige rechtse regering, een minderheidskabinet met gedoogsteun van de radicaal-rechtse Zweden Democraten (SD). Partijleider Magdalena Andersson van de sociaaldemocratische partij van Zweden zei vannacht al ‘klaar te staan’ om haar verantwoordelijkheid te nemen. ‘Op dit moment staan we aan kop. Als dat zo blijft, zal Zweden een nieuwe regering krijgen’, zei ze tegen haar aanhang.
Ulf Kristersson, uittredend eerste minister in de Zweedse regering die deel uitmaakt van het rechtse blok, legde zich nog niet bij de voorlopige uitslag neer. ‘We hebben nog geen definitief resultaat. De vraag wie de Zweedse regering de komende jaren zal leiden, blijft vooralsnog open’, aldus Kristersson.
In de exitpolls leek de voorsprong van de linkse oppositie nog iets comfortabeler. Daarin stonden de vier linkse partijen op 51,3 procent van de stemmen, tegen 46,8 voor de rechtse regeringspartijen en de Zweden Democraten.
Een belangrijk thema bij deze verkiezingen was de vraag of de Zweden Democraten, een partij die ooit is opgericht door neonazi’s, voor het eerst zouden toetreden tot een regeringscoalitie. De conservatief-liberale premier Ulf Kristersson had beloofd dat hij de SD zou accepteren als regeringspartij als het rechtse blok zondag een meerderheid zou behalen.
In plaats daarvan lijkt het initiatief nu bij de sociaaldemocraten van oppositieleider Magdalena Andersson te liggen, hoewel de verschillen zo klein zijn dat het beeld de komende uren nog kan veranderen. De laatste peilingen wezen er deze week op dat het linkse blok, bestaande uit vier partijen, afstevende op een overwinning. De verschillen in de peilingen waren echter miniem.
Een paar maanden geleden was het gat tussen links en rechts nog veel groter. Het linkse blok was uitgelopen naar een voorsprong van meer dan 10 procentpunt. Veel kiezers houden de zittende rechtse regering verantwoordelijk voor de hoge inflatie waarmee Zweden, net als andere Europese landen, te maken heeft.
Maar in de zomer kwam Kristerssons coalitie weer dichterbij in de peilingen. De coalitiepartijen voerden campagne met de boodschap dat ze Zweden veiliger hadden gemaakt met hun aanpak van bendecriminaliteit. Daarnaast hoopten de partijen beloond te worden voor een hard migratiebeleid. Onder Kristersson is het Zweedse asielbeleid de afgelopen vier jaar veel strenger geworden en worden er meer uitgeprocedeerde asielzoekers uitgezet dan ooit.
Met deze uitslag moet Andersson, die van 2021 tot 2022 al eens korte tijd premier was, beslissen met welke partijen zij een regering wil proberen te vormen. De sociaaldemocraten kunnen kiezen voor een meerderheidscoalitie met de drie andere linkse partijen, of een minderheidsvariant met een deel van het blok.
Anderssons sociaaldemocraten zijn in de voorlopige uitslag de grootste partij, met 28,1 procent van de stemmen. Kristerssons conservatief-liberale partij is met 19,9 procent de tweede partij, gevolgd door de Zweden Democraten (17,6 procent). De radicaal-rechtse partij heeft het daarmee minder goed gedaan dan voorspeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant