Vanuit Heerhugowaard bestiert Burg Group een waar internationaal azijnimperium. In de grootste azijnfabriek van Europa spelen ontelbare bacteriën de hoofdrol.
is economieredacteur van de Volkskrant.
Het mag allemaal imposant ogen, de fabriekshallen met enorme stalen vaten en volautomatische vulsystemen, maar het échte geheim van de grootste azijnfabriek van Europa is onzichtbaar klein.
Dat geheim bestaat uit de ontelbare bacteriën die in de vijftien meter hoge tanks ronddobberen. Ze zetten alcohol en suikers om in azijnzuur, zoals gebeurt als je een fles rode wijn laat openstaan, maar dan op industriële schaal. Zo maken ze de producten waarin dit bedrijf, Burg Group, een wereldspeler is geworden: natuurazijnen, voor in het eten en als schoonmaakmiddel. ‘De echte werkmannen’, noemt algemeen directeur Patricia Surendonk (61) haar bacteriën.
Hoe hard ze werken blijkt wel uit de hoeveelheid warmte die vrijkomt terwijl ze alcohol omzetten. Als de koeling ook maar vijftien seconden uitvalt, beginnen ze massaal af te sterven door de hitte, aldus Surendonk. Geen wonder dat ’s winters twee nabijgelegen woonwijken via een warmtenet verwarmd kunnen worden met de afgevoerde bacteriehitte.
Vanuit Heerhugowaard bestiert Surendonk een waar azijnimperium, met naast deze grote fabriek vestigingen in België, Duitsland, Tsjechië, Frankrijk en sinds twee jaar de Verenigde Staten. Stap een willekeurige Nederlandse supermarkt in, pak een fles natuur-, appel- of wijnazijn, en meestal is die afkomstig van Burg Group. ‘Dat geldt ook voor België en Centraal-Europa’, zegt ze. ‘In Duitsland en Frankrijk groeien we redelijk hard.’
Burg Group heeft een aantal eigen merken, waaronder Tromp & Rueb (voedingsazijn) en Rio (schoonmaakazijn), en levert verder aan tal van andere merken. In het Zuid-Hollandse Ter Aar maakt het concern ook nog limonadesiroop, maar dat is een kleinere bedrijfstak.
Het was Surendonks schoonvader Cees Bakker die het familiebedrijf vlak na de Tweede Wereldoorlog oprichtte. Haar man Piet Hein Bakker nam de leiding in 1969 over, waarna de onderneming dankzij een reeks overnames uitgroeide tot een internationaal concern. Daarbij haalde hij Albert Heijn eens als grote klant binnen doordat hij de inkoper van de winkelketen per toeval tegenkwam tijdens een zeiltocht, memoreert Surendonk.
Een groot roer van een oud schip in de hal herinnert aan de zeilliefhebberij die de hele familie deelt. Zelf nam Surendonk, ook fervent zeiler, in 2012 het stokje van haar man over, toen die met pensioen ging. Ze had er toen ook al tien jaar bij het familiebedrijf op zitten.
Even omkleden – witte jas, werkschoenen, haarnetje, veiligheidsbril, oordoppen – en de deur naar de azijnfabriek zwaait open. Een wereld van glimmend staal, kronkelende buizen en plastic flessen op lopende banden die alle richtingen uitzoeven. Er is slechts een handjevol medewerkers aanwezig: de fabriek is in hoge mate geautomatiseerd. Tienduizenden flessen per uur worden hier gevuld.
De operatoren, die in een ruimte vol beeldschermen in de gaten houden of het productieproces in de tanks soepel verloopt, hoeven in het weekend niet eens ter plaatse te zijn. Ze hebben een app op hun telefoons en tablets waarmee ze eventuele storingen op afstand kunnen oplossen. Alleen bij echt grote problemen moeten ze naar de fabriek.
Azijn maken is een energie-intensief proces omdat er constant beluchting en koeling nodig is, waardoor de hoge energieprijzen een bedreiging kunnen vormen. ‘Gelukkig hebben we nog goede contracten lopen. Maar dat kan volgend jaar wel weer een uitdaging worden’, zegt Surendonk.
‘Dat we ons energieverbruik terugdringen, helpt. Het dak ligt hier al vol zonnepanelen en we hebben samen met de leverancier nieuwe fermentoren (de grote azijntanks, red.) ontwikkeld die 30 tot 40 procent zuiniger zijn.’
Ze loopt door naar het magazijn, waar de gevulde flessen terechtkomen nadat ze door fabrieksrobots op pallets zijn gestapeld en in folie zijn gewikkeld. Tussen de stellingen van meerdere verdiepingen rijden 21 meter hoge kraansystemen rond op een soort treinspoor, om de pallets volautomatisch naar hun opslagplek te tillen.
Aangezien er geen mensen aan te pas komen, gebeurt dit veelal in het donker, de reden dat deze ruimte als bijnaam de ‘black box’ heeft, zegt Surendonk. ‘Soms zijn de kranen ’s nachts uren in de weer met het herschikken van de opslag, zodat de flessen die de dag erna op transport gaan vast op een goed bereikbare plek staan.’
Er is wel meer veranderd in de azijnindustrie. Had een eeuw geleden elke stad nog zijn eigen fabriek, tegenwoordig is de Europese markt in handen van een handvol leveranciers, legt ze uit. Vooral door de opkomst van grote supermarktketens is het een business van hoge volumes en lage marges geworden. ‘De grens voor transport van flessen is zo’n 500 kilometer. Daarna wordt het transport duurder dan het product.’
Het is geen verrassing dat azijn wat de azijnverkoper betreft nog veel populairder mag worden. Twee lepels appelazijn door de appeltaart, azijn als wasverzachter: Surendonk, die in elke kamer van het huis wel een fles zegt te hebben staan, kan nog wel wat tips oplepelen. ‘In de Griekse oudheid had je al azijn. Er zijn allerlei toepassingen waar je oma waarschijnlijk van wist, maar die veel jongeren zijn vergeten.’
Niettemin ziet ze de vraag naar azijn toenemen. ‘Azijn werkt als smaakversterker, waardoor je minder zout nodig hebt.’ En dat is precies een ingrediënt dat producenten van kant-en-klare sauzen en soepen onder druk van overheidsinitiatieven als de Nutri-Score de afgelopen jaren proberen te vervangen.
Daar komt bij dat Burg Group zich is gaan toeleggen op natuurlijk geproduceerd schoonmaakazijn, een product dat traditioneel uit een restproduct van aardolie werd gesynthetiseerd. Met de toenemende nadruk op duurzaamheid groeit de vraag naar de niet-fossiele variant.
Burg Group verkoopt nog wel wat synthetische schoonmaakazijn die het bedrijf elders inkoopt, zegt Surendonk, ‘maar het doel is om dat in 2030 helemaal uitgefaseerd te hebben.’
De hardwerkende bacteriën blijken intussen zelfs nuttig nadat de azijntank grotendeels is leeggepompt en ze als onderdeel van een gelige drab in een van de filters terecht zijn gekomen. Daarna gaan ze naar een nabijgelegen waterzuiveringsinstallatie, zegt Surendonk. ‘Daar helpen ze opeten wat er aan vervuiling in het water zit.’
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Burg Group uit Heerhugowaard, opgericht in 1947, met 340 werknemers en een omzet van 140 miljoen euro in 2025.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant