Vanaf volgende week mogen er in Nederland geen spullen meer worden verkocht en gekocht die uit illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied komen. Maar hoe zijn die producten te herkennen?
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
‘Zes jaar!’, zegt een medewerker van het Israël Producten Centrum in Nijkerk. ‘Ik kan er straks zes jaar gevangenisstraf voor krijgen. Meer dan voor mishandeling. Dat is toch bizar.’
Hij staat achter een welkomstbalie met folders over de supermarkt die alleen maar producten uit Israël verkoopt. Van zeepjes tot kettinkjes, van dadels tot olijfolie. De winkel, gevestigd in het gebouw van Christenen voor Israël, achter een stevig hek op een bedrijventerrein met onder meer drie protestantse kerken, heeft het druk. ‘Zo, ik heb weer een voorraadje clandestiene waar’, zegt een klant die met een goed gevulde kartonnen doos de deur uitloopt.
Na de aanval van Israël op Gaza en het toenemende door Israël gesteunde kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever klonk de vraag steeds luider of Nederland niet moest stoppen met het kopen van Israëlische waar, om daarmee economische druk te zetten op een regime dat zich verder weinig aantrekt van internationale kritiek. Nu is er een begin: vanaf 22 september mogen er in Nederland geen spullen meer worden verkocht uit de illegale Israëlische nederzettingen (en de landbouwgrond daaromheen) in de bezette Palestijnse gebieden.
‘Voor die tijd hopen wij zoveel mogelijk voorraad uit Judea en Samaria te verkopen’, zo valt op de website de Nijkerkse Israël-winkel te lezen. ‘Helpt u mee?’
Nederland is na Spanje het tweede land in Europa met zo’n boycot. En de ban lijkt nu gebroken. Afgelopen week kondigden het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en nog een stuk of wat Europese landen en Canada vergelijkbare maatregelen aan, al gaan die pas in de loop van volgend jaar in.
De consequenties kunnen serieus zijn. Een importeur of verkoper van illegale producten kan straks strafrechtelijk worden vervolgd en tot zes jaar gevangenisstraf krijgen. Maar ook een koper van dergelijke spullen kan dan voor een jaar de cel in gaan. Zo komt een deel van de verantwoordelijkheid bij de consument te liggen.
En dan is dus de vraag: hoe weet ik wat ik koop? Waarvoor kan ik worden opgepakt?
Dat zijn geen simpel te beantwoorden vragen. Nederland is een belangrijke handelspartner van Israël, met een totale goederenimport van bijna 2 miljard euro in 2025. Daar zit veel tech bij (waaronder nogal wat wapens voor landmacht, luchtmacht en marine), maar ook veel landbouwproducten. Deze sinaasappels, olijfolie en dadels worden door gewone supermarkten verkocht, maar vaak zonder duidelijke informatie op het etiket.
Voor een deel komen die producten uit de bezette Westelijke Jordaanoever. Precieze cijfers ontbreken, maar volgens schattingen van onder meer de Wereldbank zou ongeveer 1 à 1,5 procent van de totale Israëlische export afkomstig zijn uit de illegale nederzettingen. De waarde van de straks verboden stroom bedraagt dus zo’n 20- tot 30 miljoen euro.
De roep om een boycot was een jaar geleden nog aanleiding voor de (tweede) val van het kabinet-Schoof. Nu doet Nederland alsnog wat minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) toen wilde, maar wat de VVD weigerde.
Nederland, zo zegt zijn opvolger Tom Berendsen (CDA), volgt simpelweg een advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024, dat voorschrijft dat ‘derde landen’ niet moeten bijdragen aan een onrechtmatige situatie. Dat betreft niet de bezetting zelf, maar wat Israël vervolgens doet: de Palestijnen verdrijven en de eigen bevolking naar bezet gebied overbrengen. ‘Het kabinet wil voorkomen dat Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van die situatie’, schreef Berendsen aan de Tweede Kamer.
De kolonisatie van het bezette gebied, een bergachtige woestijn zo groot als Friesland en Groningen, heeft namelijk een stevige economische component. Wie langs de Jordaan rijdt, de grensrivier met Jordanië, ziet daar eindeloze plantages voor citrusvruchten, avocado’s en dadels, die in handen zijn van kolonisten uit de naburige nederzettingen, de ommuurde dorpen die als uitvalsbasis worden gebruikt voor verdere intimidatie van en geweld tegen de Palestijnse bewoners uit de omgeving. Ook verder van de rivier zijn grote plantages, geïrrigeerd met het schaarse water dat daarnaartoe wordt geleid. In die dorpen zijn soms verpakkingsfabrieken gevestigd van de bedrijven die de producten verkopen. Andere bedrijven zijn gevestigd in speciale ‘industriële zones’ bij de nederzettingen, al houden ze, om dat te verhullen, vaak een formeel postadres aan in Israël zelf.
Veel van die producten vonden de afgelopen jaren hun weg naar Nederland. Alleen is dat lang niet altijd duidelijk. Als er ‘product of Israel’ op een doos dadels staat, komt het dan uit Israël of uit bezet gebied?
Die vaagheid had allang verleden tijd moeten zijn. Een Europese rechter bepaalde een paar jaar geleden dat producten uit de illegale nederzettingen een etiket moeten hebben waarop dat wordt vermeld, zodat consumenten geïnformeerd zijn en een eigen keuze kunnen maken.
Maar iedereen die weleens in de supermarkt komt, weet dat die aanduiding nooit op zo’n etiket staat – hooguit ‘Israël’. En hoewel de Europese Commissie een lijst met precieze postcodes hanteert van illegale nederzettingen – omdat op producten die daarvandaan komen een hogere invoerbelasting moet worden betaald – staat die precieze herkomst niet eens vermeld op de invoerformulieren die de douane te zien krijgt.
Dit hiding in plain sight is een van de drie manieren die Israëlische bedrijven gebruiken om de herkomst te verdoezelen, zegt Jess Stober, jurist bij de Britse organisatie Global Echo die in juni een diepgaand rapport publiceerde over de export uit de illegale nederzettingen. De andere trucs zijn een vals adres in Israël, of het mengen van vruchten uit de Westelijke Jordaanoever met producten uit Israël. ‘Er heerst echt een cultuur van verhulling onder de producenten’, zegt Stober. ‘En de overheid werkt eraan mee.’
Neem de grote dadelhandelaar Hadiklaim, die zeker 50 procent van de Israëlische medjoul-dadels produceert en daarvan de helft exporteert. Diverse Nederlandse supermarkten zijn of waren afnemer van Hadiklaim. Het bedrijf heeft plantages en inpakvestigingen in en bij nederzettingen langs de Jordaan, bleek uit onderzoek van Global Echo, maar mengt deze Westoever-dadels soms met bonafide Israëlische dadels. ‘Zo kunnen we legaal doen alsof de dadels uit Israël zelf komen’, zei een manager in 2020 tegen de Israëlische zakenkrant Calcalist.
Een woordvoerder van Albert Heijn zegt dat de supermarkt ‘strikte afspraken maakt’ met haar Israëlische leveranciers. ‘De dadels moeten zijn geteeld binnen het internationaal erkende grondgebied van Israël. We voeren regelmatige controles uit om dit te verifiëren.’
Lidl laat weten dat het vanaf 22 september geen dadels van Hadiklaim meer in de winkels heeft liggen.
‘De meeste supermarkten willen al een paar jaar geen dadels meer uit bezet gebied’, zegt Frank Boer van importeur Brousse Holland. ‘Ik krijg bij iedere zending een paklijst met herkomstgegevens. Ik maak daar een overzicht van met stipjes op een kaart waar de leveranciers zitten, zodat iedereen kan zien wat hij krijgt.’
Sommige van zijn afnemers, zoals Dirk van den Broek, willen al twee jaar überhaupt geen dadels uit Israël meer hebben. ‘Daarom ben ik al een paar jaar geleden gaan sourcen in Jordanië. Ik ben blij dat ik daar al leveranciers heb, want nu is iedereen als een gek op zoek naar alternatieven.’
Van sommige specifieke producten is duidelijk waar ze vandaan komen. Zo stopt het Israël Producten Centrum met de verkoop van het merk Achva van het bedrijf Achdut, dat van sesamzaad allerlei tahini-varianten en halva-snacks maakt. Hoewel het bedrijf een postadres heeft ten zuiden van Tel Aviv, is toch iets te duidelijk dat de productie plaatsvindt in een complex van 32 duizend vierkante meter in de industriële zone van Ariel, in bezet gebied. Ook de ‘zachtzoete parfum op basis van jasmijn en basilicum’ van het bedrijfje Yamit uit de nederzetting Itamar gaat uit de schappen.
‘Het is een klein percentage van de volledige omzet, 10 tot 20 procent’, zegt een woordvoerder van de winkel, die de boycot ‘eenzijdig’ en ‘symboolpolitiek’ noemt en daarom een kort geding tegen de Staat heeft aangespannen. ‘Israël wordt nauwelijks geraakt door deze maatregel. De mensen die het hardst worden geraakt, zijn de vele Palestijnse werknemers die voor hun inkomen volledig afhankelijk zijn van hun banen in deze bedrijven.’
Toch blijft de vraag hoe consumenten kunnen weten of ze straks illegale producten kopen.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst op de rol van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de
etiketteringsverplichting. Desalniettemin heeft het kabinet de Europese Commissie verzocht om een ‘analyse van de naleving van de problematiek en de handhaving van correcte herkomstaanduiding’, schreef minister Berendsen aan de Kamer. Vooralsnog moeten consumenten op de supermarkt vertrouwen, die op haar beurt op de importeur moet vertrouwen, die op de exportpapieren van de producent moet vertrouwen, zegt Boer.
Ter geruststelling verwijst een woordvoerder van Buitenlandse Zaken nog naar de toelichting op de sancties. ‘Vervolging (van kopers, red.) vindt alleen plaats als dat in het algemeen belang is. Naar verwachting zal de focus van de handhaving liggen op structurele en opzettelijke overtredingen.’
De boycot zal hoe dan ook tot minder gesjoemel leiden, denkt Stober van Global Echo. ‘Straks moeten de leveranciers de postcode van de oorsprong ook op de douanepapieren gaan invullen, eindelijk. Het wordt dan makkelijker voor de douane om te handhaven.’ Daarmee wordt het (economische) risico voor Israëlische leveranciers zo groot, hoopt zij, dat ze zich beter aan de regels zullen houden.
Zij noemt de sancties dan ook een ‘majeure stap’ – al zou het economische effect nog veel groter zijn als, zoals de Britten hebben aangekondigd, ook diensten en investeringen in de boycot zouden worden opgenomen.
‘Dan raak je de kolonisteneconomie pas echt’, zegt Daan de Grefte van het European Legal Support Center, dat al jaren aandringt op sancties, en Booking voor de rechter probeert te slepen voor het aanbieden van overnachtingen in de illegale nederzettingen. ‘Nederland is na de Verenigde Staten de grootste buitenlandse investeerder in Israël. Daarmee heeft Nederland ook een sleutelpositie in investeringen in de illegale nederzettingen. Die positie moeten we gebruiken.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant