In de grootste vuurwerkzaak die Nederland de afgelopen jaren heeft gekend, heeft de rechtbank Amsterdam Cuno P. maandag veroordeeld tot 3,5 jaar cel. Hij was het brein achter een criminele organisatie die op grote schaal zwaar vuurwerk naar Nederland bracht en verkocht.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
‘Cuno P. heeft een aanzienlijke en bepalende bijdrage gehad aan het opzetten van de organisatie’, zei de voorzitter van de rechtbank maandag bij het uitspreken van het vonnis. P. maakte niet alleen zelf het zeer gevaarlijke vuurwerk Cobra 6, maar had ook een leidende rol binnen de organisatie. ‘Toen hij de organisatie verliet, was deze zo professioneel, dat deze kon worden voortgezet.’
Het vonnis is het sluitstuk van het twee jaar durende politieonderzoek Kaan. Rechercheurs kraakten versleutelde berichten, luisterden voertuigen af en plaatsten verborgen camera’s. De operatie leidde uiteindelijk tot de inbeslagname van 350 duizend kilo zwaar vuurwerk in Duitsland, verstopt in leegstaande bunkers, schuren, containers en bedrijfspanden. Volgens justitie gaat het om de grootste vuurwerkvangst uit de Nederlandse geschiedenis.
Centraal in het dossier stond Cuno P., een onopvallende 35-jarige man die tijdens de inhoudelijke zitting verscheen in een ruitjesoverhemd. In de onderschepte chatberichten zou hij schuilnamen hebben gebruikt als ‘Mister-vuurwerk’, ‘Kobus’ en ‘Bunkersale’.
Volgens het Openbaar Ministerie hanteerde hij een agressieve prijsstrategie: door vuurwerk bewust goedkoop aan te bieden, zou hij concurrenten uit de markt hebben willen drukken. De voormalig universiteitsstudent leidde de criminele organisatie met onder meer zijn broer Lothar P. (die nu 30 maanden cel krijgt), Bastiaan D. (12 maanden) en Hadayatullah M. (22 maanden).
De organisatie transporteerde het vuurwerk vanuit onder meer Polen, Italië en China via Duitsland naar Nederland. Het assortiment bestond uit tienduizenden cobra's (zwaar knalvuurwerk dat geregeld wordt gebruikt bij aanslagen op woningen en bedrijfspanden) en uit mortierbommen, knalstrengen en ander explosief vuurwerk waarmee gemakkelijk hele woonwijken kunnen worden opgeblazen.
De handel speelde zich volgens justitie af via een strak georganiseerd distributiesysteem. Afspraken met afnemers werden gemaakt in cafés en andere horecagelegenheden. Een bestelling moest minimaal 5.000 euro bedragen. Vervolgens konden klanten hun vuurwerk op een afgesproken tijdstip ophalen. Voor de betalingen maakte de organisatie gebruik van katvangers: verslaafden en financieel kwetsbare personen die de risico’s moesten opvangen.
P. ontkende tijdens de rechtszaak dat hij de spil was in de vuurwerkhandel. Hij gaf wel toe dat hij zich in het verleden met de verkoop van illegaal vuurwerk had beziggehouden, maar zei daar in juni 2020 mee te zijn gestopt. Aanleiding was volgens hem het nieuws dat de politie kon meelezen met berichten via versleutelde diensten zoals EncroChat.
‘Je weet dat Encro meegelezen is. Daarom heb ik op een gegeven moment alles uit mijn handen laten vallen’, verklaarde hij in de rechtbank. Toch ziet de rechter voldoende bewijs dat hij nog maanden daarna betrokken was, doordat hij naar loodsen in Duitsland afreisde voordat hij zijn rol daadwerkelijk overdroeg.
Hij stelde dat het OM tijdens de zittingen ‘nogal zwaar voor lul’ had gestaan omdat de officier volgens hem onvoldoende bewijs had geleverd. De rechtbank ziet dat dus anders. Bij het bepalen van de straffen woog bovendien mee dat alle verdachten, behalve M., eerder waren veroordeeld voor vuurwerkdelicten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant