Home

Zijn buitenlandse journalisten irritante mediatoeristen bij een ramp?

Waar zijn de media in het buitenland vol van? Vandaag: Zuidoost-Azië-correspondent Noël van Bemmel voelt zich een parachutejournalist in Nepal.

is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.

‘Het is weer hetzelfde liedje’, verzuchtte de Indiase klimaatjournalist Nidhi Jamwal op Instagram na de verwoestende overstroming in Nepal. Mainstreammedia-organisaties sturen hun sterverslaggevers zo snel mogelijk naar het rampgebied om daar – staand in de modder en met aangeslagen blik – verslag te doen. ‘Het is een wedstrijd tussen mediatoeristen die als eerste de bloederigste beelden willen uitzenden.’

De kritiek van Jamwal in een notendop: buitenlandse journalisten arriveren zonder enige kennis van de plaatselijke situatie, taal en cultuur in een rampgebied. Daar huren ze een fixer – vaak een lokale journalist die toegang voor hen regelt, verhalen voorstelt en interviews ter plekke vertaalt – voor een bescheiden dagprijs zonder credits. Met het geld dat zo’n ingevlogen nieuwsploeg uitgeeft aan tickets, grote SUV’s, luxehotels en dagvergoedingen, schampert Jamwal, kan een lokale nieuwsploeg een jaar lang in de lucht worden gehouden.

Lokale netwerken

Haar advies: houd op lokale journalisten te gebruiken als onderbetaalde logistieke medewerkers. Steek liever tijd en geld in het versterken van lokale journalistieke netwerken in de wereld. ‘Lokale journalisten kennen het terrein, spreken de taal, begrijpen de sociaal-politieke context en delen het verdriet van de gemeenschap.’ Zij hebben het recht, stelt ze, om als eerste het verhaal te vertellen. Veel van haar volgers, blijkt uit reacties, vinden ook dat rampenjournalistiek eerlijker en inclusiever moet.

De discussie over parachutejournalistiek woedt al dertig jaar, maar toch zette deze Instapost mij aan het denken. De Volkskrant had ook mij met spoed naar Nepal gestuurd en ik belandde volop in de race: vechten om een vliegtuigstoel naar Kathmandu, onderhandelen met fixers, zoeken naar een chauffeur die bereid is om tegen de vluchtelingenstroom in te rijden, rondrennen op zoek naar een verhaal dat voldoende representatief is, beleefd blijven als de redactie in Amsterdam vraagt waar de kopij blijft.

Legerhelikopter

The New York Times, die meerdere teams naar het rampgebied stuurde, zat als eerste in een legerhelikopter; CNN-presentator Anderson Cooper bereikte als eerste het weggevaagde plaatsje Syapru Besi en filmde daar hoe de modder aan zijn voeten zoog; Al Jazeera-verslaggever Jessica Washington vond persoonlijk een lijk in het nog verder gelegen dorpje Timure. Stuk voor stuk ervaren journalisten van kapitaalkrachtige organisaties die ongetwijfeld Nepalezen hadden ingehuurd met de juiste kennis en contacten.

De vraag is: had de verslaggeving in Nepal eerlijker en inclusiever gekund? Lokale journalisten opleiden en hun netwerken versterken, klinkt leuk, maar wie weet waar de volgende ramp zich zal voordoen? Bij eerstelijns nieuws is snelheid geboden, na een paar dagen verschuift de aandacht van de kijker of lezer alweer; dan ontbreekt de tijd om een lokale verslaggever te rekruteren en die op pad te sturen na een uitleg over gewenste invalshoek, toon, lengte en ethische regels. En dan is er nog het taalverschil.

De kans dat zo’n ad-hocsamenwerking binnen de deadline een goede journalistieke productie oplevert, lijkt verwaarloosbaar. Maar zelfs als er tijd genoeg is, zo leert de ervaring, valt het nog niet mee lokale journalisten op te leiden en met hen samen te werken. Zo deed de Volkskrant ooit een poging in de Afghaanse provincie Uruzgan. Met de opbrengst van mijn boek Taskforce Uruzgan (2009) werd – in samenwerking met de ngo Institute for War & Peace Reporting – een bescheiden perscentrum opgezet in de provinciehoofdstad Tarin Kowt.

Krijgsheer

Daar begonnen vijf jonge Uruzgani in 2011 aan een opleiding kritische journalistiek, tot schrik van de plaatselijke krijgsheer die de feestelijke opening nog probeerde tegen te houden. Niet veel later werd hun begeleider Ahmed Omid Khpelwak (25) per abuis doodgeschoten door Amerikaanse militairen. De opleiding werd verplaatst naar de hoofdstad Kabul waardoor het budget al snel opraakte.

Aan dat experiment moest ik terugdenken toen ik de post van Jamwal las. De Volkskrant publiceerde nog een reportage in samenwerking met de Afghaanse studenten. Zij interviewden dorpelingen over hun leven en levensonderhoud op plekken waar buitenlandse journalisten destijds niet konden komen. Daarna verdween Uruzgan weer uit de belangstelling.

Ik vraag me weleens af hoe het deze jonge Afghaanse collega’s is vergaan. Ik hoop dat ze veilig zijn en dat de opleiding een nuttige opstap voor hen is geweest. Maar de conclusie die ik trok uit dit sympathieke project: de geïnvesteerde moeite stond niet in verhouding tot de journalistieke opbrengst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next