Vandaag beleeft bijna de helft van de 150 Tweede Kamerleden voor het eerst Prinsjesdag als volksvertegenwoordiger. Vier van hen vertellen over hun drijfveren en eerste ervaringen in het parlement. ‘Dit is geen baan, dit is een ambt.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Na de verkiezingen van 2025 zijn 65 nieuwe parlementariërs toegetreden. Onder hen zijn 34 vrouwen. Met het voorlezen van de Troonrede en het overhandigen van de Miljoenennota op dinsdag en de Algemene Politieke Beschouwingen op woensdag en donderdag begint hun eerste echte parlementaire jaarcyclus.
Van de nieuwkomers zijn er 55 meteen gekozen op 29 oktober. De meeste anderen kwamen er later in, toen sommige Kamerleden doorschoven naar een kabinetspost in de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA. De nieuwelingen zijn vooral te vinden bij de grote fracties. Bij de kleine partijen – negen van de zeventien fracties hebben 3 of minder zetels – zijn geen debutanten.
Het verloop in de Tweede Kamer is al een paar jaar groot, na de opeenvolgende verkiezingen van 2021 (kabinet-Rutte IV), 2023 (Schoof) en 2025 (Jetten). Twee jaar geleden kwam een record van 67 nieuwe leden binnen. Inmiddels hebben nog maar vijftig Kamerleden meer dan vier jaar ervaring in het parlement. Dat is de periode waarvoor een Kamerlid in theorie wordt gekozen.
De doorstroom bracht wel meer vrouwen in de Tweede Kamer: het zijn er 65, meer dan ooit tevoren (ruim 43 procent). Op Prinsjesdag verzamelen vrouwelijke politici zich dit jaar voor de tweede keer aan het eind van de dag op een Prinsessenborrel om de opmars in het binnenlands bestuur aan te moedigen – de organisatie had vorige week al 175 aanmeldingen binnen.
In het parlement mag de man-vrouwverhouding langzaam naar fiftyfifty kruipen, in het kabinet is slechts 36 procent vrouw. Onder burgemeesters en wethouders is de verhouding nog schever: ongeveer een derde van de burgemeesters en ruim een kwart van de wethouders is momenteel vrouw.
Leeftijd: 33
Geboren in: Rijswijk
Partij: Pro
Voert het woord over: vrouwenrechten, verloskunde en kraam- en mantelzorg
Draagt op Prinsjesdag: een pak van WMNSUIT, een door vrouwen gerund bedrijf. dat maatpakken voor vrouwen maakt; de kleur saliegroen verwijst naar de strijd voor het abortusrecht
Van de tien jaar dat ze als verloskundige werkte, weet Lisa Vliegenthart hoe problematisch het tekort aan kraamverzorgenden is in de eerste dagen na een bevalling. Dus was ze blij dat ze als kersvers volksvertegenwoordiger in april de kraamzorg op de agenda had weten te krijgen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer, het hoofdpodium van de Nederlandse democratie.
Maar toen. ‘In het debat hoorde ik ineens typisch politiek gepraat. De een schoof het af op de verantwoordelijkheid van het veld, de ander op werkgevers, of de Nederlandse Zorgautoriteit. De tribune zat vol kraamverzorgenden die dachten dat het over hun werkdruk zou gaan, maar uiteindelijk is er niks bereikt. Daar kwam ik best met onvrede van thuis.’
Maar afschrikken deed het haar niet. ‘Naast de strijd in het debat is het hier ook een warm bad.’ Met goede moed heeft ze daarom de initiatiefwet onder haar hoede genomen om abortus uit het strafrecht te krijgen.
Van dichtbij kent ze ‘het gevoel dat je er altijd buiten valt’. Haar vader vond de politiek maar een ‘poppenkast’, schreef Vliegenthart op Instagram na haar maidenspeech, de eerste keer dat ze het woord voerde namens haar partij Pro. De Tweede Kamer en de regering, dat was iets voor ‘hoogopgeleide mensen die uit families komen die altijd in de politiek hebben gezeten’. Maar nu is hij haar ‘trouwste supporter’.
Tijdens haar verloskundestages zag Vliegenthart dat de kansen op een goede start voor kinderen in Nederland ongelijk zijn verdeeld: ze zijn afhankelijk van de afkomst, het inkomen en de opleiding van de ouders. Nog toen ze studeerde meldde ze zich aan als lid van GroenLinks – ‘de meet-ups van Jesse Klaver waren toen nieuw en laagdrempelig’. Maar het duurde nog jaren voor ze de durf had zelf naar voren te stappen.
Nu zit haar mailbox vol met mails van lobbyisten en organisaties die de weg in Den Haag wel kennen. ‘Maar ik ben hier als volksvertegenwoordiger voor de stemmen die minder snel worden gehoord’, zegt ze. ‘Ook al kost het tijd om naar hen op zoek te gaan en te luisteren.’ Ze wil en passant laten zien dat je ook met een vakopleiding in het parlement kunt komen.
Haar beste vriendin, met wie ze jarenlang samenwerkte, appte een week geleden dat in hun verloskundigepraktijk een vierdejaarsstudent meeliep. ‘Toen in de pauze mijn naam viel, zei ze verbaasd: Lisa Vliegenthart? Ken je die?!’ Ze moet er met trots om lachen.
Leeftijd: 46
Geboren in: Heerlen
Partij: VVD
Voert het woord over: onderwijs en sociale zaken
Draagt op Prinsjesdag: een pak
Zijn vader was nog op zijn 13de als kolenboer begonnen in Heerlen-Noord, maar de Limburgse mijnen waren al gesloten toen Martin de Beer ter wereld kwam. Ze keken thuis om zes uur het journaal, en om acht uur nog een keer, en dan viel ’s ochtends weer een krant in de bus. Het was de tijd van de val van de Berlijnse muur.
‘Mijn vader was geïnteresseerd in wat er in de wereld speelde, en wees me op de economiepagina’s. Zelf had hij weinig tools om ze te duiden, maar hij dacht wel dat het belangrijk was. Dat heeft me op weg geholpen.’
Van de mavo en de havo stapelde De Beer zich een weg door het onderwijs, via de hogeschool tot aan de universiteit. ‘Ik ben totaal niet handig. Gelukkig dat ik kon leren.’ Tien jaar gaf hij economieles op school. ‘De mooiste lessen waren als een leerling vroeg: meneer, waarom gooien we de Grieken niet uit de euro? Dan konden we daarna zo’n kwestie met alle standpunten bespreken.’
Op de universiteit had een docent hem aangeraden lid te worden van een politieke partij, omdat je daar veel van leerde. Hij koos voor de VVD, omdat partijleider Frits Bolkestein indruk had gemaakt. ‘Een erudiete man die scherpe meningen durfde te verkondigen.’ Van postzegels plakken als afdelingssecretaris rolde hij in Heerlen de gemeentepolitiek in. Tot zijn overstap naar Den Haag was hij er elf jaar wethouder met onder meer financiën in zijn portefeuille.
Van een bestuurder met een ambtelijk apparaat is De Beer als Kamerlid nu ‘een kleine politieke ondernemer’. Met het fractieteam zoekt hij onderwerpen om verschil te maken. Hoe je dat in het woud van Kameroverleggen en -moties doet, is ‘puzzelen’. Maar op de Wet proactieve dienstverlening van het ministerie van Sociale Zaken heeft hij een week geleden alvast een amendement ingediend.
De wet maakt het uitkeringsinstanties mogelijk om mensen uit eigen beweging te wijzen op hun recht op inkomensondersteuning om zo onnodige armoede te voorkomen. ‘Mijn voorstel is om hen in datzelfde gesprek meteen te wijzen op de mogelijkheden voor opleiding en begeleiding naar werk.’
Aan zijn tijd als wethouder heeft De Beer de indruk overgehouden dat veel meer mensen uit de bijstand kunnen worden geholpen, met zo veel vacatures voor vakmensen. ‘Mensen die in de bijstand zitten doen wel hun eigen huishouden, hun tuin of sleutelen aan hun auto. Ze hebben in dat opzicht minder afstand tot de arbeidsmarkt dan ik.’
Leeftijd: 46
Geboren in: Delft
Partij: D66
Voert het woord over: cultuur en koninkrijksrelaties.
Draagt op Prinsjesdag: een outfit van de Curaçaose ontwerper David Paulus, gemaakt door Bernadette Heitink; de kleur blauw verwijst naar haar Curaçaose afkomst.
Het was voor Heera Dijk even zoeken naar de gedragsregels, als ‘newbie tussen politici die ik alleen van tv kende’. Maar al snel had ze de indruk dat in debatten maar weinig complimenten klonken. Best gek, vond ze. Dus gaf ze die zelf maar aan de bewindslieden in een commissiedebat over de problemen met de vuilstortplaats Selibon op Bonaire, omdat ze aan de stukken kon aflezen dat er in een half jaar veel werk was verzet. ‘Je moet hier anderen voor je ideeën winnen. Dan helpt het niet als je op hen gaat inhakken.’
Heera Dijk – haar voornaam komt uit het Hindi, betekent diamant en spreek je uit als Hiera – deed sinds haar 16de af en toe klussen als fotomodel. Vijf jaar geleden, vlak voor ze les ging geven bij een ict-opleiding aan de Haagse Hogeschool, deed Dijk nog eens mee aan een modellenwedstrijd die was bedoeld om meer diversiteit in mediagezichten te propageren. Op Instagram deelde ze haar ideeën daarbij.
‘Toen reageerde een oud-klasgenoot. Moet jij niet de politiek ingaan? Hij heet Laurens, en hij zag iets in me wat ik zelf nog niet had gezien.’ Lachend: ‘Ik noem hem mijn spindoctor.’ Na de Delftse gemeenteraad stoomde ze snel door naar de Tweede Kamer.
Ze is in elf provincies op werkbezoek geweest en stuitte daar op het ontbreken van een nachtcultuur voor 16- en 17-jarigen. Sinds corona hebben jongeren meer moeite zich samen te ontplooien. ‘Er zijn bijna geen plekken waar ze kunnen ontdekken wie ze zijn. Als je dat niet op tijd leert, blijf je na je 18de ook in je telefoon zitten.’ Haar vragen hierover aan de minister van Cultuur zijn beleefd beantwoord, maar leverden nog geen doorbraak op.
In haar stamboom draagt Dijk de geschiedenis mee van de tot slaaf gemaakten en een enkele plantagehouder in Suriname, Aruba en Curaçao. ‘Dat is een ingewikkelde waarheid om te dragen’, zei ze in haar maiden speech. ‘Maar het heeft mij één ding geleerd: je kunt pas vooruit als je de hele waarheid onder ogen durft te zien.’
Het hele plaatje zien, dat is een vaardigheid die Dijk zegt naar de Tweede Kamer mee te brengen. Niet alleen kijken of het proces goed loopt, maar ook of de uitwerking op menselijk vlak nog wel te dragen is. ‘Ik schakel makkelijk tussen inzoomen en uitzoomen. Niet veel mensen kunnen dat.’ Even schrikt ze van haar eigen woorden. Dan ontspant ze en zegt: ‘Schrijf het maar op. Het is gewoon zo.’
Leeftijd: 43
Geboren in: Hengelo
Partij: CDA
Voert het woord over: woningbouw en ruimtelijke ordening.
Draagt op Prinsjesdag: de stof van haar outfit is gemaakt uit oud textiel door Enschede Textielstad, een nieuwe industriële weverij in Twente.
Met liefde denkt Hanneke Steen terug aan de tijd dat ze als ambtenaar bij Rijkswaterstaat werkte. Op haar werkkamer staat een Lego-model van de sluis bij Eefde en ze dreunt zo de stukken asfalt op waar ze bemoeienis mee had.
‘De A12 tussen Waterberg en Velperbroek, de A50 tussen Ewijk en Valburg en natuurlijk de Salland-Twentetunnel in Nijverdal. Dat is de eerste gecombineerde weg- en spoortunnel. Daar kan ik over nerden tot je een ons weegt.’
De ‘energie’ van de politiek had haar wel al gegrepen toen ze als stagiair bij het wetenschappelijk instituut van het CDA de discussie over de gekozen burgemeester onder Jan Peter Balkenende van dichtbij meemaakte. Het deed haar denken aan de spanning die ze kende van optreden als klarinettist. ‘De onvoorspelbaarheid ervan. Je probeert zo veel mogelijk grip te hebben, terwijl wat er gaat gebeuren nooit helemaal in jouw handen ligt.’
Maar ‘beroepspoliticus’, dat zag ze zich lange tijd niet worden. ‘Mijn beeld was toch ook lang dat mensen in de politiek zaten voor dat baantje. En als je zo denkt ben je in mijn ogen af. Dit is geen baan, dit is een ambt. Ook als je op zaterdagochtend met je knotje op je hoofd door de Albert Heijn loopt, weten mensen je te vinden.’
Met kleine stappen en op aandringen ging ze toch de politiek in: eerst gemeenteraadslid in Hengelo, haar geboortestad, daarna ook wethouder en toen via de tweede plek op de kandidatenlijst de Tweede Kamer in.
Wat ze in Den Haag heeft aangetroffen? Een politieke ideeënstrijd, maar ook strijd om de aandacht. In haar agenda staat 25 november omcirkeld, als de Nota Ruimte op de Kameragenda staat, met keuzen voor de inrichting die decennia meegaan.
‘Daar zit infrastructuur in, woningbouw, netcongestie, landbouw, sociaaleconomische ontwikkeling. Dan hebben we vier minuten spreektijd of zoiets. Wat kies je dan? Als een paar partijen over de huisvesting van migranten beginnen, omdat ze aandacht hopen te trekken, zit je voor je het weet een migratiedebat te voeren.’
Haar voornemen is de anderen ervan te overtuigen dat alleen meer huizen bouwen een te smalle benadering is. ‘We moeten gemeenschappen bouwen. Er zijn veel dorpen en steden waar een straat of een buurtje bij kan als we eenmaal van het stikstofslot af zijn. Ik wil voorkomen dat de voetbalclub en muziekvereniging geen vrijwilligers meer kunnen vinden, omdat die naar steden zijn getrokken waar ze eenzaam achter hun eigen voordeur zitten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant