Eelco Heinen is de twintigste minister van Financiën die op Prinsjesdag met het bekende lichtbeige koffertje naar de Tweede Kamer gaat om de Miljoenennota aan te bieden. Hoe is deze Nederlandse traditie eigenlijk ontstaan?
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Net als de koninklijke rit in de koets en de Troonrede is het een van de iconische beelden van Prinsjesdag: de minister van Financiën die rondparadeert met zijn ‘Derde dinsdag in september’-koffertje. In dat koffertje zitten (delen van) de Miljoenennota en de Rijksbegroting, de financiële plannen van het kabinet voor het nieuwe parlementaire jaar.
De traditie van het koffertje dateert uit 1947, toen minister Piet Lieftinck de eerste Nederlandse Rijksbegroting van na de oorlog aan de Tweede Kamer mocht overhandigen. Hij wilde dat plechtige moment wat cachet geven en de Engelse traditie van de red boxes bracht hem op een idee.
Engelse ministers gebruiken al sinds de 19e eeuw rode leren koffers om hun belangrijke documenten in te bewaren. De Britse minister van Financiën William Gladstone was in 1860 de eerste die met een rode koffer naar het Lagerhuis ging om zijn begroting toe te lichten. In Gladstones koffer zat overigens niet de begroting zelf, maar de bijbehorende toespraak daarover.
Lieftinck vond het een mooie traditie en bestelde daarom via een van zijn ambtenaren een eenvoudig bruin leren koffertje bij de Haagse leerhandel Van de Broek. Het koffertje kostte slechts 3,50 gulden (1,70 euro). Lieftinck wilde een sobere uitvoering, want het land ging zo kort na de Tweede Wereldoorlog nog gebukt onder schaarste. Hij plakte er goudkleurige papieren letters op met de tekst ‘Derde dinsdag in september’.
Lieftincks koffertje werd daarna elk jaar op Prinsjesdag van stal gehaald. De ‘sobere’ papieren letters bleken echter niet duurzaam; ze vielen eraf en werden daarom vervangen door goudverf.
In 1957 dreigde de jonge traditie alweer te verdwijnen. Minister Henk Hofstra liet het koffertje links liggen en bracht de Miljoenennota gewoon in zijn aktentas naar het parlement. Een groep studenten vond dat maar niks en bood Hofstra uit protest een nieuw koffertje aan. De minister had zijn lesje geleerd; het jaar daarop verscheen Hofstra weer met het koffertje van Lieftinck.
Dat exemplaar ging in 1964 met pensioen, omdat de Staatsdrukkerij ter gelegenheid van zijn 150-jarig bestaan een nieuw koffertje liet maken. Die sixties-variant is tot op de dag van vandaag in gebruik. Het is gemaakt van hout en bekleed met geitenleer. De voering is van blauwe zijde. Op de voorkant is niet alleen de tekst ‘Derde dinsdag in september’ gegraveerd, maar ook het Nederlandse wapen.
De huidige Miljoenennota en Rijksbegroting passen er trouwens niet meer in. Die bestaan uit bijna dertig documenten van elk tientallen tot honderden pagina’s dik. Om alles mee te nemen, zou Heinen een trolleykoffer nodig hebben. Maar dat kan niemand iets schelen; het gaat om de symboliek.
De ministers Gerrit Zalm en Jan Kees de Jager losten het ruimtegebrek creatief op door de begrotingsstukken respectievelijk op een cd-rom en een iPad aan te bieden. Zalm had speciaal daarvoor een miniversie van het Prinsjesdagkoffertje laten maken (maar had het origineel ook nog bij zich).
Het oorspronkelijke koffertje van Lieftinck is nu te bewonderen in het Rotterdamse Belasting & Douane Museum. Minister Jeroen Dijsselbloem haalde het in 2015 nog eenmaal uit de vergetelheid door dit koffertje te gebruiken op Prinsjesdag in plaats van de ‘nieuwe’ uitgave.
Minister Sigrid Kaag maakte in 2022 bijna dezelfde fout als haar voorganger Hofstra in 1957. Ze kondigde aan dat ze het oude koffertje in 2023 wilde vervangen door een ‘lichter en duurzamer’ exemplaar. Daar maakte een Kamermeerderheid heel snel korte metten mee: Kaag werd teruggefloten.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant